NAAR DE DAG TOELEVEN

David P. Phillips et al.: The Birthdag: Lifeline or Deadline? In: Psychosomatic medicine 54: 532-542-1992.

Nancy Chodorow (1978). The Reproduction of Mothering. Berkeley. University of California Press.

Carol Gilligan (1982). In a Different Voice. Cambridge. Harvard University Press.

In de meeste huishoudens is het de vrouw die de verjaardagen van familie en vrienden bijhoudt en de man daaraan herinnert. Dit is een van de huis tuin en keuken uitvloeisels van het gegeven dat vrouwen in het algemeen meer gericht zijn =p en beter zijn n het onderhouden van relaties dan mannen. Dat hangt dan waarschijnlijk weer samen met het verschil in de sociaal-emotionele ontwikkeling die meisjes en jongens doormaken vanaf het moment dat zij door hun moeder worden verzorgd en gekoesterd.

Aan die kinderlijke verbondenheid met de moeder moet voor een zoontje in bepaalde opzichten een eind komen, als hij zich ervan bewust wordt dat zij een ander soort mens is dan hijzelf. Hij moet zich gaan richten =p en gaan vereenzelvigen mèt een man, meestal dus met de vader. Omdat deze naar zijn aard niet zo'n door de natuur geïnspireerde voortdurende betrokkenheid op kinderen heeft, blijft die nieuwe identificatie altijd iets meer op afstand. Daardoor komt een jongen meer dan een meisje op zichzelf te staan. Zijn ontwikkelingsproces wordt gekenmerkt door scheiding en individuatie.

Een meisje, daarentegen, maakt zo'n losmakingsproces niet door, waardoor haar ontwikkelende persoonlijkheid meer in het teken van binding en relatie blijft staan. Een jongen wordt, althans tijdelijk, de emotionele woestijn in gestuurd, een meisje mag in het paradijs blijven.

Er bestaat in onze cultuur de neiging deze vrouwelijke zijnswijze zwakker te vinden en dat staat emancipatie in de weg. In de psychologie is voornamelijk langs twee wegen naar een oplossing gezocht. De ene is die van Nancy Chodorow, welke in ruwe schets neerkomt op een pleidooi voor een ander opvoedingspatroon, waarin zonen en dochters met zowel vader als moeder verbondenheid, scheiding en identificatie kunnen doormaken.

De andere is die van Carol Gilligan die probeert te laten zien dat de vrouwelijke ontwikkeling vanwege het ontbreken van losmaking niet inferieur is aan de mannelijke, maar slechts gelijkwaardig anders. Het "mannen moeten óók aan verjaardagen leren denken'-model tegenover het "aan verjaardagen denken is geen teken van zwakte'-model.

Niet alleen ten aanzien van andermans verjaardagen bestaat een sekseverschil, ook de eigen verjaardag heeft voor vrouwen een andere en meer sociaal gerichte betekenis dan voor mannen. Dat is althans een mogelijke verklaring die de Amerikaanse socioloog Phillips geeft voor de resultaten van zijn onderzoek naar data van geboorte en overlijden. Daaruit bleek dat de kans dat een man overlijdt in de week vóór zijn verjaardag net iets groter is dan die voor de overige weken van het jaar, terwijl dat voor vrouwen geldt voor de week ná hun verjaardag.

In allerlei kleinschalig psychosomatisch onderzoek is in de laatste vijftig jaar naar voren gekomen dat de lichamelijke gezondheidstoestand onder invloed staat van data die een emotionele betekenis hebben. Dat kan een negatieve betekenis zijn. Vrouwen die een abortus achter de rug hebben worden bijvoorbeeld nogal eens ziek tegen de tijd dat zij aanvankelijk uitgerekend waren. Bij mannen kan ziekte de kop opsteken als zij de leeftijd bereiken waarop hun vader is gestorven.

De betekenis van een datum kan ook positief zijn en dan juist levensverlengend werken. De overlijdenscurven onder gelovige joden laat een klein dal zien vlak voor het joodse Paasfeest en een kleine piek vlak daarna. Hetzelfde verschijnsel is in China geconstateerd rond het Maanfeest. De dood wordt soms uitgesteld en over de betekenisvolle dag heengetild.

Een emotioneel belangrijke datum kan dus - zoals Phillips het noemt - een "deadline' of een "lifeline' zijn. Hij wilde in zijn eigen onderzoek aantonen dat het niet gaat om een verschijnsel dat zich alleen voordoet binnen bepaalde groepen met heel specifieke symbooldagen, maar dat het een wijdverbreid psychosomatisch mechanisme is. Daartoe koos hij de verjaardag als algemeen menselijke symbooldag, die zowel positief als negatief kan worden ervaren. Je kunt je erop verheugen als op een feestdag waarop je veel persoonlijke aandacht krijgt. Je kunt er maar liever niet aan herinnerd worden omdat er weer een jaar voorbij is dat niet bracht wat je hoopte. De verjaardag is bovendien iets dat jong en oud, rijk en arm, man en vrouw van welk ras of geloof dan ook gemeen hebben. Al is het belang dat er aan wordt gehecht per cultuur verschillend, de geboortedatum is in de westerse wereld slechts zelden zomaar een dag als alle andere.

Phillips vergeleek de overlijdensdata van alle mensen boven de achttien die in Californië een natuurlijke dood waren gestorven tussen 1969 en 1977 met hun geboortedatum. Dat waren er 1,3 miljoen. Een tweede groep van 1,4 miljoen stelde hij samen uit de overledenen tussen 1978 en 1990 om zijn bevindingen in een herhaling te kunnen toetsen. Om de eventueel psychosomatische invloed zo zuiver mogelijk aan het licht te brengen bleven ongevallen en overlijden na een operatie buiten beschouwing. Bovendien werden de gegevens gecorrigeerd op seizoensinvloeden: geboorten noch sterfgevallen liggen immers egaal over het jaar verspreid.

In beide groepen kwamen sterfgevallen net iets minder vaak voor in nul tot zes dagen vóór en net iets vaker nul tot zes dagen ná een verjaardag vergeleken met enige andere week van het jaar. Bij uitsplitsing naar sekse bleek dit sterker te gelden voor vrouwen, terwijl juist meer mannen vaker in de laatste zes dagen vóór hun verjaardag waren gestorven. Als de seksen worden samengenomen, komt het lifeline-effect voor de vrouwen dus verzwakt aan het licht en het deadline-effect voor de mannen wordt onzichtbaar gemaakt.

Deze effecten zijn niet groot, maar als men beide groepen beziet wel consistent en statistisch significant. De verklaring die Phillips geeft - weliswaar "purely speculative' - is dat van mannen in onze cultuur wordt verwacht dat zij prestatie- en ambitiegericht zijn, waardoor zij nogal eens tekort schieten ten opzichte van het ideaal dat hun voor ogen staat. De komende verjaardag als moment waarop je er met de neus wordt opgedrukt dat de tijd verstrijkt, levert bij zo'n gevoel gefaald te hebben stress op en daardoor een verhoogde kans op hart- en vaatklachten, soms met dodelijke afloop.

Voor vrouwen geldt dit in onze cultuur in veel mindere mate. Zij zijn - aldus Phillips - veel meer relatiegericht. De verjaardag is vaak een sociale gebeurtenis met attenties van familie en vrienden. Voor vrouwen - sociale wezens als zij zijn - hebben zulke blijken van belangstelling meer betekenis dan voor mannen. Daardoor is voor hen de verjaardag vaker een positief geladen symbooldag, waar ze ook met positieve gevoelens naar toe leven. Natuurlijk geldt dit niet voor alle vrouwen, daarom geven de gevonden verschillen slechts een tendens aan.

Phillips lijkt het lifeline-fenomeen intrigerender te vinden dan het deadline-fenomeen en bedacht een aardige toets om te kijken of - los van de er eventueel aan verbonden sekseverschillen - tevredenheid over wat men bereikt heeft en aandacht van vrienden en bekenden via een positieve waardering van de eigen verjaardag een lifeline-effect heeft. Uit de Encyclopedia of American History trok hij een steekproef van 390 beroemde en succesvolle landgenoten vanaf het koloniale tijdperk tot 1981, er daarbij vanuit gaand dat zulke mensen tevreden konden zijn over zichzelf en niet te klagen hadden over gebrek aan aandacht van anderen. Vanwege de voor zijn doen kleine steekproef verdeelde hij het jaar niet in weken maar in zes perioden van twee maanden.

Het verjaardagseffect op de overlijdensdatum is opmerkelijk sterk: de overlijdenscurve laat een piek zien in de twee maanden na verjaardagen, die twintig procent hoger is dan in de andere vijf perioden van het jaar. Hoewel Phillips daar geen gegevens over vermeldt lijkt de kans groot dat zich onder die beroemdheden meer mannen dan vrouwen bevonden, waardoor de resultaten dus een extra aanwijzing betekenen voor sociale gerichtheid als lifeline, zèlfs voor mannen. De aanbeveling voor verder onderzoek richt hij tot biologen, want die zullen moeten uitvinden wat de biochemische processen zijn die maken dat de vreugdevolle gedachten aan een komende symbolische gebeurtenis een levensverlengend effect hebben. En denkend aan sekseverschillen zou men mannen wel iets meer relationele betrokkenheid en verjaardagsplezier willen toewensen, maar lijkt het voor vrouwen een achteruitgang te zijn als zij meer volgens het manlijke individuatie-model zouden gaan leven.

    • Rita Kohnstamm