Maleisië legt zich toe op wetenschap en techniek

"We studeren techniek, hier op een technische school in Penang.'' Drie gesluierde moslimmeisjes.

Lange witte gewaden, witte hoofddoeken en witte Nikes; breed glunderende gezichten als ze mijn verbazing zien. Penang, een paradijselijk eiland langs de westkust van schiereiland West-Maleisië, met een groot industrieterrein vlak bij de luchthaven. Japanners als National en Matsushita, maar ook Bosch, Siemens en Philips tonen er hun logo's op de fabrieksgebouwen. De taxichauffeur geeft ongevraagd uitleg. ""Ze zijn er allemaal, de Japanners, de Europeanen, de Amerikanen. We zijn druk bezig met development. Het gaat hier natuurlijk wel wat langzamer dan in de hoofdstad Kuala Lumpur. Maar je ziet toch overal dat we werken aan de toekomst.''

Dr. M.

De woorden van de taxichauffeur bewijzen dat de niet-aflatende ideële propaganda van de Maleisische overheid succes heeft. Met man en macht wordt het eind 1991 gelanceerde plan Vision 2020 overal in daden omgezet. En dr. Mahathir Mohamad - dr. M. zoals hij hier kortweg wordt genoemd - premier van de federale overheid, laat niet na om Vision 2020 bij elke gelegenheid die zich voordoet op de een of andere manier onder de aandacht te brengen.

In Vision 2020 is Maleisiës streven naar een multiraciale en -culturele, liberale en vooral ook wetenschappelijk-technisch innovatieve samenleving vervat. Het bevorderen van techniekstudies is er een klein onderdeel van. In Penang vertelt een plaatselijke bankier hoe moeilijk het voor zijn dochter was om toegelaten te worden tot een art school. ""Wie geen techniek wil studeren moet het bezuren, zo lijkt het wel'', zegt hij. De drempels voor studies die niet direct passen in Vision 2020 zijn volgens hem omhooggeschroefd.

Ontmoedigingsbeleid

Dat de overheid in elk geval prioriteit geeft aan techniekonderwijs, bevestigde dr. Fong Chan Onn, de staatssecretaris van onderwijs, tijdens de opening van het zesde Chemistry Education Seminar and its Practice in Malaysia - Eduprac Chem VI. Zijn ministerie streeft ernaar dat 60% van de leerlingen van VWO-scholen de zogenoemde science stream kiest. Fong: ""We zullen proberen studenten aan te moedigen een exacte richting te kiezen''. Het lijkt duidelijk dat er een ontmoedigingsbeleid gaande is voor niet-exacte studies.

Premier Dr M., oorspronkelijk arts en door velen beschouwd als technocraat, benadrukt in zijn toespraken steeds dat het de overheid gaat om van Maleisië een ontwikkeld land te maken, zonder dat het land zijn tradities en morele waarden verwaarloost. Mahathir in een recente toespraak: ""Hoewel de volgende generatie pas ten volle zal profiteren van Vision 2020, moeten we nu met z'n allen de schouders eronder zetten. De jeugd moet leren risico's te nemen. Zij zullen het land in de toekomst moeten leiden.''

Dr M. laat niet na deze boodschap in allerlei toonaarden te brengen. Wie de in Kuala Lumpur vervaardigde New Straits Times leest, kan precies de persuasieve lijnen van de overheid volgen. Het moeten knappe PR-mensen zijn die de overheid helpen de bevolking ervan te overtuigen mee te denken en te doen. Inmiddels wordt Vision 2020 al in andere zich ontwikkelende landen geroemd als voorbeeld van krachtig overheidsbeleid.

Onderwijs

Het onderwijs in Maleisië staat op een behoorlijk peil. Al jong leert men Engels te spreken. Praktisch 100% van de opgroeiende jeugd heeft zes jaar basisonderwijs genoten. Daarna zijn er tal van vervolgopleidingen: een secondary school van 3 jaar gevolgd door twee jaar vervolgopleiding waarin men een aantal stromen kan kiezen waaronder een technische, een wetenschappelijke en een beroepsgerichte opleiding. Daarna kan men nog een jaar voorbereidend universitair onderwijs volgen.

Voor de zogenoemde Bumiputra, de Maleisische bevolkingsgroep, staat de universiteit dan in principe open. Voor Chinese Maleisiërs gelden restricties. Opvallend is dat er slechts één Technische Universiteit in Maleisië bestaat, die in Sekudai, in het zuiden, vlak bij Singapore. Die universiteit heeft wel een dependance in de hoofdstad Kuala Lumpur. Het MARA-instituut voor technologie in Shah Alam ten westen van Kuala Lumpur, met zo'n 12.000 studenten, geeft een getuigschrift dat voor binnenlands gebruik gelijk staat aan dat van de Technische Universiteit. Bovendien kan men aan de Universiti Sains Malaysia, op het eiland Penang, ook Applied Sciences en Engineering studeren. Aan een aantal andere universiteiten is inmiddels eveneens voorzien in technische faculteiten.

Onderwijsminister Datuk Amar dr. Salaiman Daud meldde begin augustus dat er vier nieuwe polytechnische scholen komen, elk met een capaciteit van 3500 studenten. Bestaande polytechnische scholen worden tegelijkertijd vergroot zodat de totale capaciteit aan HTS-studenten tegen het eind van de eeuw op 35.000 zal liggen. Het beleid is duidelijk.

Juweel

Directeur K.K. Yew van het wetenschaps- en techniekmuseum in Kuala Lumpur toont trots de nieuwe, in aanbouw zijnde behuizing op Bukit Kiara, een zuidelijke wijk van Kuala Lumpur. Daar verrijst de lichtgroene koepel van het nieuwe museum dat in het najaar 1994 zal worden geopend. Yew: ""Een waterval boven de ingang zal zijn water in een groot meer storten.''

De bezoeker vervolgt zijn weg en zal vol verbazing omhoog kijken naar het zoetwateraquarium dat het plafond en de zijwanden van de entree opsiert. Yew: ""Dit museum heeft een keur aan intelligente voorzieningen. Het aantal bezoekers van bepaalde stands wordt steeds automatisch geregistreerd, zodat we precies weten waar de belangstelling van het publiek ligt. Sensoren zorgen voor een perfecte klimaatbeheersing. De koepel bevat tal van prisma's, zodat het dak in de zon kan flonkeren als een juweel. En als ik mijn zin krijg, dan wordt de basis van het gebouw voorzien van computergestuurde verlichting zodat het bij duisternis lijkt alsof het museum een deinend ruimteschip is.''

Het museum moet dienst doen als pleisterplaats voor jong en oud waar iedereen zijns weegs kan gaan om kennis te maken met het belang van wetenschap en techniek voor de samenleving. Wetenschap en techniek ingebed in natuur, cultuur en traditie, zo benadrukt Yew. Het gebouw is zo goed als mogelijk geïntegreerd in een geweldige tuin die als uitgang dient. Ontwerp en bouw zijn geheel in handen van Maleisische architecten en ingenieurs.

""Treurig'', vindt Yew het dat in Eindhoven een prachtig wetenschaps- en techniekmuseum is gesloten. Maar gelukkig komt er een nieuw museum voor wetenschap en techniek in Amsterdam, weet hij - al vertelt hij erbij dat het nieuwe museum in Kuala Lumpur twee keer zo groot zal worden als dat voorzien in Nederland.

Studiereis

Een dertigtal studenten bedrijfskunde van de TU Eindhoven bezocht in april dit jaar Maleisië en Singapore. In hun verslag "(S)tijgers op de wereldmarkt' komen zij tot de conclusie dat Maleisië een interessante regio is voor investeerders uit Europese landen. Nederland, zo concluderen de studenten, blijft wat dit betreft echter achter op de andere landen. ""Dit is jammer'', aldus het verslag, ""want investeren in Maleisië is investeren in de snelst groeiende regio van de wereld. Maleisië kan daarbij worden gebruikt als springplank naar de overige ASEAN-landen.''

Half augustus van dit jaar moest de Maleisische overheid echter wat gas terugnemen. In het zojuist verschenen jaarverslag 1992 van de Nationale Raad voor Research en Ontwikkeling (MPKSN), meldt de voorzitter, Tan Sri Ahmad Sarji Abdul Hamid, dat het streefgetal voor Researche and Development-uitgaven van 2% van het BNP in het jaar 2000 is teruggebracht tot 1,6%. Als reden wordt opgegeven dat de private sector tot nu toe te weinig heeft ingespeeld op de beleidsvoornemens. De overheid gaat echter fors verder door te investeren in de zogenaamde strategische sector. Daaronder vallen projecten op het gebied van milieuzorg, energie, elektronica, management van natuurlijke hulpbronnen en biotechnologie. De uitgaven op dit gebied stegen van MR (Malaysian Ringgit) 19,62 miljoen (rond ƒ 14,7 miljoen) in 1991 tot MR 23,58 (ƒ 17,7 miljoen) in 1992.

    • Niels Wiedenhof
    • Dr. N. Wiedenhof