Hoofdstadoperette slaat nieuwe wegen in

Voorstelling: La Vie Parisienne door de Hoofdstadoperette o.l.v. Walter Althammer. Tournee met wisselende bezetting t/m 14/5.

Na een moeizame scheiding van de familie Hamel (Meyer, Netty en Philip) die de vooroorlogse Fritz Hirsch Operette voortzetten, slaat de Hoofdstadoperette na 48 jaar nieuwe wegen in. Voor buitenstaanders lijkt er weinig bijzonders aan de hand, maar naast het doorspelen van Der Vogelhändler uit het vorige seizoen worden er nu twee nieuwe produkties uitgebracht: La Vie Parisienne van Offenbach en Der Vetter aus Dingsda van Künneke.

Die verdubbeling van de produktiviteit is een bijzondere prestatie voor een klein reisgezelschap met een kleine subsidie, een klein orkest, een klein ballet en een groot, trouw publiek. De nieuwe voorstelling van La vie Parisienne lijkt zelfs bijna revolutie in Holland-Operetteland, waar traditie op de troon zit. Geen Weense operette maar een Franse operette! Zonder voorzichtige voorbereiding ging het niet: drie jaar geleden ging al een Offenbach, maar wel in het Duits: Orpheus in der Unterwelt. Nu komt La Vie Parisienne in de leuke Nederlandse vertaling van Joop Fransen, die vijftien jaar geleden al werd gebruikt door de Nederlandse Opera met Marco Bakker in een van de hoofdrollen.

Carl van der Plas, decennia lang een degelijk acteur bij de Haagse Comedie, regisseert deze voorstelling. Hij heeft de gesproken dialogen vrijwel geheel ontdaan van al die akelige geaffecteerde amateurmaniertjes die operette zo vaak terugbrengen tot Beierse en Tiroler dorpsfolklore. Het afscheid van die knulligheid levert al automatisch een forse verbetering op.

Verder toont deze aardige voorstelling liefde voor de ouderwetse operette: de stijl is authentiek, de kolderieke zedenschets over de vroege jaren van het Parijse o la la is, ondanks een enkel quasi-hedendaags kostuum, niet geactualiseerd. Het decor is eenvoudig, de kostuums zijn fraai, zang en muziek zijn goed, Offenbach is nog altijd heerlijk.

Of er in de toekomst een jong publiek voor operette is te vinden vraag ik mij af. In de Stadsschouwburg in Velsen bleek ik (47) verreweg de jeugdigste. Maar dat geeft waarschijnlijk niet: vergrijzing is immers de demografische trend.