Grafheuvels, landweren en romantische ruines; Fietsen door het Maas- en Swalmdal

In de serie archeologische routes van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek verschijnen dit jaar nog twee deeltjes: "Borger, een fietstocht langs de Drentse hunebedden', en "Rolde, een wandeling over de Kampsheide en het Balloërveld in Drenthe'. Eerder verscheen "Schagerkogge, een fietstocht door de Kop van Noord-Holland'.

Het ging er even heftig aan toe, begin deze eeuw in Asselt net boven Roermond. Dorpelingen, gewapend met dorsvlegels en hooivorken, verjoegen een stel mannen van Rijkswaterstaat die het romaanse kerkje, gewijd aan de heilige Dionysius, kwamen slopen. Het eenvoudige bouwwerk van devotie en gebed had eeuwenlang geleden onder het wassende water van de Maas en was dientengevolge sterk in verval geraakt. Vlierstruiken groeiden door de centimeters brede scheuren en de ringmuur was al gedeeltelijk omgevallen. Afbraak moest de kerk uit haar erbarmelijke staat verlossen en dat zou ook gebeurd zijn als de Asselter boeren niet krijgshaftig hadden ingegrepen.

De geschiedenis staat beschreven in een boekje dat W. Luys als tweede deel schreef in een reeks archeologische fietsroutes van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Dit keer gaat het over Swalmen, de Middenlimburgse gemeente waartoe ook Asselt behoort, met als ondertitel: Op zoek naar de geschiedenis in het landschap. Luys, die voorzitter is van de Heemkundeverenigingh Maas- en Swalmdal, wil de mensen op de fiets krijgen opdat ze wat anders beleven dan de ervaring die de gemiddelde automobilist in Swalmen opdoet. “Drie stoplichten, wat ergernis over het zoveelste oponthoud - tussen Roermond en Venlo of omgekeerd - en het dorp ligt al weer achter je.”

Zo moet het dus niet en daarom is die fietstocht uitgezet: 23 kilometer lang via een dozijn objecten, die veel onthullen over de historische achtergronden van deze contreien, waar de Swalm in de Maas stroomt. Wie de route uitrijdt of anderszins de aanwijzingen volgt, ontmoet menige grafheuvel uit prehistorische tijden, een gerestaureerde landweer (middeleeuwse aarden wal ter bescherming van het gebied), de romantische ruïne van Huis te Swalmen en het puntgave, maar niet toegankelijke kasteel Hillenraad, dat tot de fraaiste waterburchten van Limburg wordt gerekend. Eénmaal rijdt men over een weg (het Steinke) die zo'n 2000 jaar geleden deel uitmaakte van de Romeinse heerbaan naar Xanten, al zou het oppervlakkig gezien ook een hedendaagse brandgang in het dennebos kunnen zijn.

Men is dan al ver gevorderd op het traject dat begint bij het Volks- en Oudheidkundig Museum te Asselt, gevestigd in een voormalig bak- en koetshuis. Het moet een boeiende collectie archeologische voorwerpen bevatten, maar de doordeweekse bezoeker belt tevergeefs aan, want het museum is alleen 's zondags geopend en dan nog slechts tussen 1 mei en 1 oktober. Daartegenover staat het ooit met sloop bedreigde en later gerestaureerde kerkje, dat boven de ingang een beeltenis van St. Dyonisius draagt. Hij was de eerste bisschop van Parijs en kwam treurig, namelijk door onthoofding aan zijn eind, wat hem niet belette nog een spectaculair wonder te verrichten. Volgens een vroegmiddeleeuwse legende liep hij na de executie met het afgehouwen lichaamsdeel in zijn handen naar de plaats waar hij begraven wilde worden en zo is de martelaar ook in Asselt afgebeeld, het bemijterde hoofd voor de borst.

"Lekker wonen onder de vuilverbranding' staat vlakbij op een bord. De ironisch op te vatten tekst is van recente datum en verwijst naar plannen om in Buggenum, aan de overkant van de Maas, het afval van de regio te verstoken. Weliswaar heeft het provinciebestuur intussen een andere locatie gekozen, iets zuidelijker bij Maasbracht, maar ook daarvandaan kan de wind naar Swalmen blazen, zodat het bord weinig aan actualiteit verliest. Bovendien vreest men hier nog een andere aanslag op het milieu als rijksweg 73 tussen Venlo aan Maasbracht aan de oostkant van de Maas komt te liggen en daarmee een kwetsbaar natuurgebied doorsnijdt.

Een reden te meer om, nu het asfalt nog niet is gestort, fietsend of eventueel wandelend door de streek te trekken, waarbij heemkundige W. Luys als behulpzame gids optreedt. Het aardige van de man is dat hij niet slechts tot bezichtiging van urnevelden of edelmanshuizen opwekt, maar tussen de regels door ook natuurhistorische feiten verstrekt. “In het gebied links bevinden zich enkele dassenburchten,” meldt hij na het inslaan van een holle weg en verder blijkt hij graag te toeven aan de oevers van de Swalm. Terecht, want het is een beek die nog stroomt en kronkelt zoals men van een beek verwacht. Tot de aangenamere plekken van Nederland behoort vooral een stuk dal waar de resten van de Ouborch of Huis te Swalmen verrijzen: een halve muur en een deel van de woontoren of donjon, die volgens Luys uniek mag heten wegens zijn achthoekige grondplan.

En dan is er natuurlijk "Grietjes Gericht', een lichte verhoging in het land die een tragedie uit 1651 verbergt. Grietje, dienstmaagd van ene Quiten uit het naburige Beesel, was verkracht, had een kind ter wereld gebracht en werd ervan beschuldigd de pasgeborene te hebben gewurgd. Om de vrouw een bekentenis af te dwingen legde men haar op de pijnbank, maar ze gaf geen krimp. Het kind was per ongeluk te strak in de doeken gewikkeld en gestikt. Het gerecht kende echter geen genade en liet Grietje onthoofden, maar anders dan martelaar Dyonisius miste ze de kracht om haar hoofd in handen te nemen en weg te lopen. “De beul bond haar lichaam op een rad, dat hij met behulp van een paal rechtop zette,” schrijft Luys, om te vervolgen met een serie grafheuvels uit steen- en bronstijd, waarna de Swalm weer opduikt, compleet met vistrap voor zalm en forel.

Het is waar wat er in de inleiding staat: dit alles valt niet te vermoeden als men, rijdend door Swalmen, “weer eens op groen wacht en ongeduldig met de vingers op het dashboard trommelt”. Maar hopelijk kruipt niet elke trommelaar op de fiets, want dan is de lol er ook weer af.