Geen pauze voor Clinton

DE AMERIKAANSE politiek en pers storten gramschap uit over president Clinton.

Zijn buitenlandse politiek lijkt nergens op, is het verwijt. En dan gaat het om de Amerikaanse interventie in Somalië en de bijna-interventie in Haïti. Grote Amerikaanse belangen staan daar weliswaar niet op het spel, maar de getoonde weifelmoedigheid ondergraaft de geloofwaardigheid van de enig overgebleven supermogendheid. In Somalië zijn Amerikaanse elite-troepen niet in staat gebleken een samenraapsel van bewapende tieners het hoofd te bieden, in Haïti was een beperkt straatoproer afdoende om de uitgezonden Amerikaanse verzoeningsmissie van een landing te doen afzien.

In Somalië wordt nu weer de wortel van overleg te voorschijn gehaald, Haïti wordt met de stok van nieuwe sancties bedreigd.

Op zichzelf behoren beide crises tot de marge van de wereldpolitiek. De aandacht die eraan wordt besteed, onttrekt aan het oog dat de Amerikaanse diplomatie in haar geheel aan stuurloosheid lijdt. Ten aanzien van regio's van strategisch belang is daardoor de Amerikaanse invloed tanende. De verhouding tot Europa bijvoorbeeld wordt meer en meer bepaald door een slepend handelsconflict waarin de winst voor elk van de partijen slechts bescheiden kan zijn, maar de schade aan de wederzijdse betrekkingen groot. De Verenigde Staten zijn hier niet de enig verantwoordelijke, maar hun ideologisch bepaalde bijziendheid in die kwestie belemmert het zicht op voorstelbare oplossingen.

WAT DE RELATIE tot het Verre Oosten betreft, moet een door Clinton voorgestelde topbijeenkomst straks nieuwe wegen wijzen. De voortekenen zijn evenwel ongunstig. Kort na het presidentiële bezoek aan Japan had daar een wisseling van de wacht plaats, en hoewel van de kant van de nieuwe regering sympathieke geluiden worden vernomen, lijkt er van de goede voornemens die ter gelegenheid van Clintons visite over en weer zijn geuit, nog weinig terecht te komen. Of Japan eens tot de verlangde wederkerigheid bereid zal zijn, moet opnieuw worden afgewacht.

Amerika's relaties met de gigant China zijn ook wel eens beter geweest. Om te beginnen heeft Clintons invitatie oud zeer opgeroepen, zowel in Peking als in Taipeh, en de andere Aziatische landen gedwongen weer eens partij te kiezen. Vervolgens is de afwijzing van China's sollicitatie naar de Olympische Spelen als een affront opgevat, waaraan Amerika medeplichtig zou zijn geweest. Het Chinese glimlachoffensief is verkeerd in nieuwe grimmigheid. Het herhaalde Amerikaanse dreigement om China handelsvoorrechten af te nemen als het de mensenrechten niet respecteert, dreigt zo averechts te werken.

Ogenschijnlijk zijn de betrekkingen met het Rusland van Jeltsin optimaal. Maar Clintons steunbetuigingen tijdens de slag om het Witte Huis waren vooral een teken van onmacht en van de afwezigheid van enig perspectief. Wat de verkiezingen in Rusland zullen opleveren is hoogst onzeker en van Amerikaanse invloed op de ontwikkelingen daar is dan ook nauwelijks sprake. De Amerikaanse diplomatie kan niet veel anders dan volhouden dat alles goed zal komen. Middelen om dat te bevorderen ontbreken nu eenmaal.

HET JAAR WAARIN Clinton werd verkozen werd beheerst door binnenlandse problemen die weer tot de erfenis behoorden van twaalf jaar Republikeins bewind. Af en toe had de kandidaat zich nog wel over internationale vraagstukken uitgelaten, maar praktisch al die uitlatingen heeft hij, eenmaal aan de macht, weer ingeslikt. Het ging tenslotte om de binnenlandse hervorming, liet de nieuwe president weten. Maar de wereld laat hem geen pauze.