Geboorde tunnel niet afhankelijk van Betuwelijn

DEN HAAG, 14 OKT. Het tunnelboorconsortium rond de Delftse hoogleraar R. van der Hoorn zet niet meer al zijn kaarten op de Betuwelijn. Investeren in de verdere ontwikkeling van de methode-Van der Hoorn is ook van belang als die niet wordt toegepast bij Betuwelijn.

Dit zei E. van Spiegel, voorzitter van de stichting International System Development & Support (ISDS), gisteren bij de presentatie van de reactie van ISDS op de kritiek van de stuurgroep-Van Engelshoven.

“Als de Betuwelijn met deze methode wordt aangelegd is het mooi, maar het gaat ons er eigenlijk om de kans te krijgen deze industriële ontwikkeling op gang te krijgen in Nederland. Er moet een machine worden gebouwd om op industriële wijze tunnels te bouwen in zachte grond.” De tien bedrijven die zich achter de methode-Van der Hoorn hebben geschaard, zijn bereid enige miljoenen guldens te investeren in verder onderzoek, mits er uitzicht is op toepassing, bij de Betuwelijn of elders.

Kenmerkend voor de methode-Van der Hoorn is dat de boor integraal deel uitmaakt van een circa honderd meter lange tunnelbouwfabriek die langzaam voortkruipt door de grond. In die fabriek wordt de geboorde tunnelbuis voorzien van een waterdichte stalen mantel, waarbinnen een betonnen buis wordt gestort. Dit is een continu proces. Daarin zou een belangrijke snelheidswinst zitten ten opzichte van conventionele boortechnieken, waarbij het boren telkens wordt onderbroken om achter de boormachine een geprefabriceerd betonnen tunnel-element te plaatsen.

De methode is echter nog een concept. De deelnemende bedrijven achten verder onderzoek nodig. De stuurgroep-Van Engelshoven, die de alternatieve uitvoeringen van de Betuwelijn in opdracht van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) beoordeelde, raadde dat zogeheten verificatie-onderzoek af. Als de machine al zou werken, zou hij zeker niet goedkoper boren dan met conventionele technieken mogelijk is. ISDS betwist dit in de reactie op het commentaar van de stuurgroep die gisteren werd aangeboden aan de vaste Kamercommissie voor verkeer en waterstaat. De Gelderse gedeputeerde J. de Bondt, pleitbezorger van een ondergrondse Betuwelijn, stelt voor de reactie van ISDS te laten beoordelen door deskundigen.

De betrokken bedrijven verwachten anderhalf jaar nodig te hebben om delen van het ontwerp verder te ontwikkelen en te testen. Volgens ISDS-directeur H. Ris zal het zogeheten verificatie-onderzoek ongeveer tien miljoen gulden kosten. De tien betrokken bedrijven zijn bereid twintig tot dertig procent daarvan voor hun rekening te nemen. De rest zou uit subsidies moeten komen.