FRIESE LITERATUUR

Het stukje van Hans Renders over Kindlers Literatur Lexikon op de achterpagina van NRC Handelsblad van 5 oktober is een fraai voorbeeld van tragische ironie.

Kort samengevat betoogt Renders dat de Nederlandse literatuur te weinig en de Friese literatuur te veel aandacht krijgt. Hij weet aannemelijk te maken dat belangrijke moderne schrijvers in Nederland, zoals Helle Haasse, tekortgedaan worden. Wat hij echter niet inziet - of wil inzien - is dat hijzelf op zijn beurt nu eens de ergerlijke stiefmoederlijkheid ervaart waaraan menig geletterde Fries zolang gewend is geraakt. Die misselijkmakende samenloop van onkunde en arrogantie. De naoorlogse Friese literatuur valt natuurlijk niet af te doen als “dilettantisme”. Een boek als “De Fûke” van Rink v.d. Velde, ik noem maar wat, kan zich zowel qua stijl als qua thematiek redelijk meten met De Aanslag van Mulisch.

Verder doet Renders zijn best om populaire misverstanden te verbreiden. Er is geen enkele reden om de Friese literatuur te zien als een deelverzameling van de Nederlandse (al was het alleen omdat Friezen, anders dan Vlamingen, in een andere taal schrijven). Een andere - impliciete - misvatting is dat het bestaan en het nivo van de Friese literatuur doodgewoon is. Ik daag Renders uit om vergelijkbaar werk in, pakweg, het Zwitserduits, Bretons of Luxemburgs op te zoeken. Of, om in Duitsland te blijven: in het Noord- en Oostfries.

    • Bouke Slofstra