Eerst rood dan blauw dan paars

Onbekend met Goethes Farbenlehre en trouwens met iedere kleurentheorie heeft het enige tijd geduurd voor ik begreep wat met de term "paarse coalitie' bedoeld wordt. Aangezien paars de kleur van het rooms-katholieke episcopaat is, is dat ook niet zo eenvoudig, want de christen-democraten mogen nu juist niet meedoen, zoveel begreep ik wel. Maar waarom dan paars? Het antwoord is eenvoudig. Rood betekent socialistisch en blauw liberaal. Rood en blauw geeft paars. De paarse coalitie is dus een coalitie van VVD en PvdA, maar om getalsmatige redenen moet D66 ook meedoen.

Over zo'n coalitie wordt de laatste tijd druk gespeculeerd en luid gesproken. Menigeen heeft zijn duit al in het paarse zakje gedaan. De laatste in deze rij was PvdA-voorzitter Rottenberg. Deze vindt dat PvdA, D66 en VVD al voor de verkiezingen afspraken over een paarse coalitie moeten maken om zo het CDA buitenspel te zetten. Dat is wel een heel eigenaardige opvatting van democratie! Koppelen of ontkoppelen, nivelleren of denivelleren, bezuinigen of niet bezuinigen, op links of op rechts stemmen, dat doet er allemaal niet toe. De paarse coalitie komt er toch. Waarom zouden wij de verkiezinen dan niet gewoon overslaan? Even bont maakte het VVD-vice-fractievoorzitter Dijkstal. Het VVD-verkiezingsprogramma wordt door hem al bij voorbaat terzijde geschoven. “Dat is niet zo van belang. Verkiezingsprogramma's zijn voor de duidelijkheid”, zei hij tegen Trouw. Als dit duidelijkheid is, valt moeilijk te begrijpen waarom men het CDA zo vaak onduidelijkheid heeft verweten.

De hang naar de paarse coalitie, zoveel is wel duidelijk, is op niets anders gebaseerd dan op rancune tegen het CDA. Dat is ook niet zo vreemd. Het is heel begrijpelijk dat Kamerleden die altijd maar moeten afwachten of het na de verkiezingen regeren of oppositievoeren wordt, omzien in wrok naar hun collega's die over dat lot beslissen. Je zou zelfs kunnen denken dat sommige politici zich alleen om die reden bij het CDA hebben aangesloten. Het is immers logisch te veronderstellen dat degenen die in de politiek gaan omdat ze graag willen delen in de macht, de simpele berekening maken dat het CDA daartoe de beste mogelijkheden biedt. Toch is dat kennelijk niet zo. Uit niets blijkt dat politiek geïnteresseerden en getalenteerden zich om carrière-redenen bij het CDA aanmelden. Een simpele blik op de zompige massa in de CDA-kamerbankjes leert dat hier van alles zit behalve een gezelschap machtsbeluste opportunisten. Integendeel, ze lijken er zich heel wel van bewust te zijn dat lid van de Kampeerraad, controleur bij het GAK of burgemeester van H. en L. Zwaluwe het hoogste is dat voor hen is weggelegd.

Voor jaloezie is dus eigenlijk geen reden. En al was die er wel, dan zou men toch moeten bedenken dat jaloezie niet alleen een weinig verheven maar ook een weinig produktieve drijfveer is. Een coalitie die op niets anders is gebaseerd dan op het verlangen het CDA buiten de regering te houden heeft geen reële politieke basis en zal het dan ook niet lang uithouden. De spoedige val van zo'n moeizaam gevormde coalitie zal de onmisbaarheid van het CDA in enige bestendige regering alleen maar onderstrepen en zijn machtspositie navenant versterken.

Een paarse coalitie zal dus haar basis niet of in ieder geval niet uitsluitend mogen vinden in een even begrijpelijk als onvruchtbaar ressentiment, maar in een vorm van politieke affiniteit. Bestaat die? Tussen PvdA en D66 zeker wel. Maar waarom zou de VVD zich hierbij aansluiten? Want daar gaat het natuurlijk om. Wat zou de paarse coalitie voor haar voor aantrekkelijks tot stand kunnen brengen? Dat is niet eenvoudig te zeggen. In theorie kan men wel een aantal kwesties verzinnen waarover de VVD het eerder eens zou kunnen worden met links dan met het CDA: euthanasie, abortus, gelijke behandeling, openbaar onderwijs, het omroepbestel. Maar dat is inderdaad theorie. Over abortus en euthanasie wordt nauwelijks meer gesproken. Die kwesties zijn kennelijk redelijk goed geregeld en ook afgezien daarvan kan men zich moeilijk een verkiezingscampagne voorstellen over de vraag wie het ruimhartigst omspringt met het ongeboren leven of het meest zorgeloos een einde maakt aan het ongelukkige leven. Het is trouwens zeer de vraag of het VVD-electoraat op deze punten wel zo liberaal is als de grachtengordeldieren en Oud-Zuid-liberalen van de VVD-Amsterdam wellicht denken. Wat de omroep betreft, binnenkort zien we alleen nog maar RTL4 tot en met RTL10 en dan klapt het bestel vanzelf wel uit elkaar. En aan een nieuwe schoolstrijd heeft al helemaal niemand behoefte.

Het zijn dus boeiende discussiepunten maar, om met Hamlet te spreken, je kunt er geen kapoenen mee vetmesten. De Nederlandse politiek gaat al meer dan een halve eeuw niet om ideologie maar om belangen, om schijven en voeten, ziektekosten en aftrekposten, reiskostenforfaits en huurwaardeforfaits, loonbelasting, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting etc. Kortom om geld. Vanuit dit gezichtspunt zijn er maar twee soorten kabinetten te onderscheiden, centrum-links en centrum-rechts, en zijn er voor de VVD maar twee mogelijkheden, namelijk zich links of rechts van het CDA op te stellen. Links van het CDA, dus tussen PvdA en CDA, zou misschien aantrekkelijk zijn want het zou de VVD meer naar het centrum en het CDA dus meer naar rechts duwen. In de huidige politieke omstandigheden is dat echter onmogelijk, want daar zit D66 al. Als VVD en D66 op deze markt gaan concurreren, dan delen ze het potentiële electoraat en wordt de parlementaire basis voor een paarse coalitie dus alleen maar versmald. De traditionele plaats van de VVD ligt daar ook niet, want die ligt rechts van het CDA. Daar bevinden zich haar kiezers, zeker nu, want na een CDA-PvdA-kabinet moeten de velden daar wit zijn van de oogst. In het verleden is die oogst op zulke momenten gretig binnengehaald. Maar een VVD die rechts van het CDA gaat zitten, verwijdert zich daarmee van haar paarse coalitiepartners en duwt het CDA alleen maar meer in zijn traditionele sleutelpositie. Hoe verder naar rechts, zo ziet het dilemma voor de VVD er uit, hoe groter het aantal zetels, maar ook hoe afhankelijker men wordt van de keuze van het CDA voor links of voor rechts.

De paarse coalitie zal er dus niet komen omdat er geen verkiezingsstrategie valt te bedenken die deze mogelijk maakt. Een linkse opstelling van de VVD zal leiden tot een te gering aantal Kamerzetels om een kabinet zonder het CDA mogelijk te maken. Een rechtse opstelling zal het CDA voor links tot een aantrekkelijker partner maken dan de VVD. Toch zal de VVD voor het laatste moeten kiezen want de enige politieke niche, zo leert de praktijk, is rechts van het CDA. De grote vraag is dan of ze samen meer dan vijfenzeventig zetels halen. Als dat zo is, heeft het CDA de mogelijkheid voor de VVD te kiezen. Maar, zo kan men tegenwerpen, het CDA hoeft dat natuurlijk niet te doen. Het kan ook kiezen voor links en de VVD blijft dus overgeleverd aan de grillen van een almachtig CDA. Dat is juist en sommige VVD'ers zullen van tijd tot tijd hun verbittering hierover blijven uiten. Maar zo gaat het nu eenmaal in de politiek en in het leven. Je hebt het niet altijd voor het uitzoeken. De grote liberale staatsman Wiegel wist al dat het hoogst bereikbare voor een VVD'er is, vice-premier te worden in een kabinet met het CDA.

    • H.L. Wesseling