Economische crisis in Nicaragua: bedelend van kwaad tot erger

Drie jaar na de nederlaag van de sandinisten is de economische situatie in Nicaragua rampzalig. Zestig procent van de bevolking is werkloos. Bedelen is de overlevingskunst - van president tot straatkind.

Voor het front der naties, op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, smeekt de Nicaraguaanse president Violeta Chamorro om meer financiële hulp voor haar land. Ter stabilisering van de democratie en om de effecten van een verwoestende oorlog te overwinnen, zegt ze. Voor een verkeerslicht in de Nicaraguaanse hoofdstad Managua vraagt de vierjarige Pedro om een fooi. “Omdat ik honger heb, meneer”.

Van president tot straatkind, het bedelen is in Nicaragua verheven tot een overlevingskunst. Ruim drie jaar nadat het socialistische experiment van de sandinisten in Nicaragua na een overweldigende stembusnederlaag van hun FSLN-partij is beëindigd, bevindt het Middenamerikaanse land zich op de rand van het bankroet. En net als de straatkinderen bij de verkeerslichten leven ook de economische planners van de overheid van dag tot dag. Een paar miljoen dollar krediet hier, een schenkinkje daar, en de staatsinkomsten voor deze week zijn weer rond. Maar hoe lang kan dat nog goed gaan?

“Het geduld van de donorlanden begint op te raken”, waarschuwt een westerse diplomaat in Managua. Dat geldt in elk geval voor de Verenigde Staten, die ondanks de royale toezeggingen aan president Chamorro, maar mondjesmaat geld vrijmaken voor steun aan het verpauperde land. De VS eisen dat Nicaragua de 450 eigendommen teruggeeft aan Amerikaanse staatsburgers die aan het einde van het sandinistische tijdperk zijn geconfisceerd krachtens twee wetten die bekend staan als de Piñata, een verwijzing naar de traditionele pop op de verjaarspartijtjes van kinderen in Latijns Amerika waaruit kadootjes tevoorschijn komen. In totaal heeft de Nicaraguaanse overheid 4.500 claims ontvangen wegens onteigende goederen, maar alleen de Amerikanen hebben terugave gekoppeld aan voortzetting van de ontwikkelingshulp.

De vertegenwoordiger van één van de belangrijkste geldschieters van Nicaragua vergelijkt zijn land met de broer van een alcoholicus. “Je ziet dat hij doorgaat met drinken, maar toch koop je hem elke keer weer vrij uit de cel en geef je hem een beetje geld, ook al weet je dat het aan drank zal worden besteed. Hij blijft immers je broer”.

Bij Nicaragua's sponsors, vooral landen in Noordwest-Europa, begint een gevoel van irritatie over het uitblijven van resultaten in de ontwikkeling van het land de overhand te krijgen. Bovendien moet Nicaragua hevig concurreren met andere, veelal als belangrijker aangemerkte ontwikkelingsprojecten, waarbij naast het introduceren van een markteconomie ook stabilisering van de democratie een hoofdelement vormt - de voormalige Sovjet-Unie, bijvoorbeeld.

Drie jaar geleden, toen Violeta Chamorro het presidentschap overnam van de sandinist Daniel Ortega, stond Nicaragua eveneens aan de rand van de economische afgrond. De jaren van een mislukte, centraal geleide economie, van ideologisch bepaalde miljardensubsidies uit de toenmalige Sovjet-Unie en vooral van een rampzalige burgeroorlog, hadden onder andere geleid tot een inflatie die in het overgangsjaar 1990 ruim 13.000 procent bedroeg. Met honderden miljoenen dollars betalingsbalanssteun uit de VS en Europa wist de regering-Chamorro de hyperinflatie onder controle te krijgen en de munteenheid, de Córdoba, te stabiliseren. De economische maatregelen leidden tot een forse stijging van de import van consumptiegoederen. In een kooproes deed Nicaragua zich tegoed aan Japanse terreinauto's, stereotorens en andere luxe die ongekend was in de jaren van het sandinisme. “Het model is correct, er is nu stabiliteit, maar de stap naar reactivering van de economie moet nog worden gezet”, zegt de westerse diplomaat.

Het uitblijven van de "reactivering' eist een hoge tol van de Nicaraguaanse bevolking. In de hoofdstad Managua, in provincies als Leon en Chinandega en in het nog zeer onrustige noorden van het land is de verpaupering duidelijk zichtbaar. Voedsel is in deze landbouweconomie beschikbaar, maar de prijzen zijn hoog. Scherpe stijgingen van de prijzen voor onder andere rijst en bonen maken het toch al magere dieet van vele Nicaraguanen nog beperkter. In delen van het land, zo zeggen waarnemers, wordt al honger geleden. Uit cijfers van UNICEF, het kinderfonds van de Verenigde Naties, blijkt dat de ondervoeding sterk is gestegen, evenals de kindersterfte. Bovendien wordt het effect van de politiek-economische problemen van het land nog eens versterkt door een opeenvolging van kleine natuurrampen, zware regenval of hevige droogte.

Hoewel de stabiliseringsmaatregelen een succes waren, blijven investeringen uit en is de werkloosheid gestegen tot ruim zestig procent van de beroepsbevolking. De krap-geldpolitiek van de centrale bank heeft geleid tot hoge rentetarieven die weliswaar het evenwicht van de Córdoba ten opzichte van de Amerikaanse dollar in stand houden, maar ook elk economisch initiatief in de kiem smoren. “Het programma van structurele aanpassingen is té rigide geweest”, oordeelt velddirecteur Janny Poleij van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV) in Nicaragua, met ruim dertig ontwikkelingswerkers één van de grootste contingenten buitenlandse hulpverleners in het land. “De grenzen zijn helemaal open gegooid voor importen, waardoor de kleine en middelgrote industrie over de kop is gegaan. In een stad als Masaya zijn de kleine ambachtslieden nu massaal werkloos geworden”.

Het is niet moeilijk om in Masaya, zo'n dertig kilometer ten zuiden van Managua en het centrum van de kunstnijverheid in Nicaragua, bevestiging van Poleij's woorden te krijgen. Hoewel de dag van Masaya's beschermheilige Sint Hiëronimus wordt gevierd en er veel volk op de been is op het centrale plein voor de kathedraal, zitten de handelaren in hebbedingetjes van hout en steen, van sieraden en speelgoed, lusteloos voor zich uit te kijken. Het publiek trekt voorbij, keurend maar niet kopend. “De mensen hebben geen gelddus wij hebben geen werk”, zegt een oudere marktkoopvrouw berustend. Haar jongere collega Arnulfo Palacios (“ook kunstschilder van primitieven”), een paar meter verderop, vat het probleem in een paar woorden samen: “De kleine ondernemers zijn kapot, we zijn nu afhankelijk van buitenlandse hulp”.

De politieke impasse waarin het land zich bevindt, wordt door binnen- en buitenlandse waarnemers aangeduid als de belangrijkste factor raden voor de slechte economische situatie. “Zolang er geen politieke oplossing komt, komt er ook geen economische”, zegt de westerse diplomaat. De diepe verdeeldheid tussen de Nicaraguanen onderling en de extreme politieke tegenstellingen lijken een oplossing voor Nicaragua's problemen te verhinderen. Het land gaat van crisis naar crisis, en daarbij wordt niet zelden gebruik gemaakt van de enorme hoeveelheid wapens die nog steeds in omloop is onder de burgerbevolking. Hoewel ze de verkiezingen in 1990 verloren, hebben de sandinisten nog steeds de controle over het leger, de politie, de geheime dienst en het Hooggerechtshof. Als grootste politieke partij is het FSLN bovendien het best georganiseerd, de partij beheerst de vakbonden en is in staat om mensenmassa's op de been te brengen. De macht van de sandinisten is de aanhangers van president Chamorro en de rechtse oppositie een doorn in het oog.

Een staking in de transportsector eind vorige maand toonde nog eens aan hoe gevaarlijk dit soort crises kan zijn. Onder leiding van de sandinistische voorman ex-president Daniel Ortega (“dit is een moorddadige regering”), wierpen stakende chauffeurs en hun duizenden, sommige met AK-47's bewapende sympathisanten barricades op bij de belanrijkste verkeersknooppunten in Managua. Interventie van de politie leidde tot twee doden. Nadat het conflict onbeheersbaar dreigde te worden, gaf de regering de stakers hun zin en trok zij het voorstel in voor het heffen van een voertuigbelasting en het verhogen van de brandstofprijzen.

Hoewel begin deze maand de hoop op de zo hard noodzakelijke dialoog tussen de verschillende politieke leiders in het land weer wat groter leek te zijn geworden, is de economische situatie zo slecht dat het stabiliseringsmodel niet langer lijkt te kunnen worden gehandhaafd. Devalutatie van de Córdoba is volgens verscheidene deskundigen de enige oplossing die de overheid op korte termijn ter beschikking staat indien niet opnieuw voor honderden miljoenen dollars aan buitenlandse steun voor Nicaragua vrijkomt. Behalve devaluatie van de Córdoba verwacht een in Managua werkzame Europese econoom dat de overheid inflatoir zal gaan financieren door het sneller laten draaien van de geldpersen, waarmee salarisverhogingen kunnen worden betaald. “Zo kan de regering een beetje tijd kopen in de hoop op een politiek akkoord”.

Rust op het politieke en economische front is hard nodig voor Nicaragua wil eindelijk eens een begin kunnen worden gemaakt met de opbouw van het land met behulp van (buitenlandse) investeringen. In een begin dit jaar door het Amerikaanse ministerie van handel uitgebrachte publikatie blijkt waarom huidige en potentiële Amerikaanse en andere buitenlandse bedrijven in Nicaragua niets voelen voor nieuwe investeringen. Politieke risico's, bureaucratie, het probleem van de eigendomsrechten, inadequate infrastructuur, langzame groei van de binnenlandse markt en financiële obstakels worden in het rapport genoemd als de belangrijkste redenen.

De Nicaraguaanse economie blijft zoals voorheen gebaseerd op landbouw en veeteelt. Maar inmiddels is de inefficiënt geworden katoenteelt vrijwel verdwenen, bevinden de internationale suiker- en koffieprijzen zich op een laagtepunt en is er alleen enig perspectief in de veeteelt. Mexicaanse investeerders tonen belangstelling voor het Nicaraguaanse vee, terwijl de Amerikaanse markt intussen weer is opengesteld voor vleesprodukten uit Nicaragua.