De Poolse kiezer heeft gesproken, maar de president spreekt óók

Niets staat in Polen, formeel gezien, de vorming van een nieuwe regering - de eerste "linkse' regering sinds de val van het communisme in 1989 - in de weg. Er is een coalitie-akkoord tussen de ex-communistische SLD en de boerenpartij PSL; er is een duidelijke meerderheid (303 van de 460 zetels) voor die twee partijen in het in september gekozen parlement, de Sejm; en er is een gezamenlijke kandidaat voor de functie van premier, PSL-leider Waldemar Pawlak. Kortom: geen vuiltje aan de lucht.

En toch was er gisteravond wel degelijk een vuiltje aan de lucht, en dat vuiltje heet Lech Walesa. De president, die volgens de grondwet een door de verkiezingswinnaars voorgedragen kandidaat-premier moet voordragen aan het parlement, sprak gisteren wel met Pawlak, maar deed voorlopig verder niets. Hij heeft Pawlak in elk geval gisteren noch vanochtend aangewezen als kandidaat-premier: hij zweeg.

De president is in zijn wiek geschoten. Hij voelt zich gepasseerd. Eerst door de kiezers, die in september niet hebben gekozen voor de partijen van zijn voorkeur, de Democratische Unie die tot nu toe heeft geregeerd en het door hem zelf opgerichte "Niet-Partijblok voor Steun aan de Hervormingen' (BBWR). En vervolgens door de winnaars van de verkiezingen: hij had van de SLD en PSL een lijstje willen hebben met drie namen van kandidaat-premiers, uit wie hij als president dan zou mogen kiezen. Hij had dat lijstje niet alleen graag willen hebben, hij had het zelfs geëist. In plaats daarvan hebben de partijen maar één naam genoemd: ze willen Pawlak als premier en niemand anders. En dat is tegen het zere been van de president.

In Warschau werd gisteren en vandaag aldus een wat kinderachtig aandoende prestigestrijd uitgevochten tussen een kwade president en de winnaars van de verkiezingen, die weten dat ze deze prestigestrijd niet kunnen verliezen. De SLD en de PSL immers kunnen met hun comfortabele meerderheid in het parlement elke kandidaat die Walesa voor de functie van premier voordraagt, afwijzen, tot Waldemar Pawlak aan de beurt komt: dat is slechts een kwestie van tijd. Aleksander Kwasniewski, SLD-leider, kan aldus de eis van Walesa zonder problemen afdoen als “niet serieus”. De president, zo heeft hij gezegd, mag “geïrriteerd” zijn, de SLD en de PSL hebben “geen bijzondere haast” en kunnen het spel rustig meespelen: de uitslag staat bij voorbaat vast.

Het zal wel met een sisser aflopen, mogelijk nog deze week. Maar zo kinderachtig is het touwtrekken niet. Met het opwerpen van dit tijdelijke probleem maakt Walesa bij voorbaat duidelijk weinig vertrouwen te hebben in de regering die de SLD en de PSL gaan vormen. De president ziet zichzelf als garant voor de voortzetting van de hervormingen van de afgelopen jaren en heeft zijn twijfels over de bereidheid van de SLD en de PSL om dat inderdaad te doen. Hij heeft duidelijk gemaakt te hopen dat de oppositie - de "post-Solidariteit-partijen' en zijn eigen BBWR - ondanks de nederlaag in september een krachtig blok zullen vormen, want “we respecteren het democratische oordeel [van de kiezers] maar er moet evenwicht zijn”. Walesa ziet zich in die opvatting gesterkt door de mislukking van de pogingen van de SLD en de PSL om een derde linkse partij, de Unie van de Arbeid (UP), bij de coalitie te betrekken, ook al zijn de coalitiebesprekingen afgeketst op het verlangen van de UP, het privatiseringsprogramma van de vorige regering verder te verwateren. De nieuwe regering van Polen, zo heeft SLD-onderhandelaar Wieslaw Kaczmarek laten weten, zal zich houden aan de hervormingswetgeving die de voorgaande centrum-regeringen hebben opgesteld.

Voor Walesa is dat echter niet genoeg. In een televisietoespraak plaatste hij vorige week zelfs - alle respect voor de wil van het electoraat ten spijt - kritische kanttekeningen bij de uitslag van de verkiezingen. Meer dan de helft van de kiezers was thuisgebleven: “Tevelen van ons zijn passief gebleven en hebben onverschillig het initiatief aan anderen gelaten en daarmee de effectiviteit van de democratie verzwakt.” En de kiesdrempel had weliswaar de versplintering die de vorige Sejm zo plaagde, verhinderd, maar heeft ook tot gevolg gehad dat “eenderde van het electoraat niet in de Sejm is vertegenwoordigd” en ook dat vond Walesa “zorgwekkend”. Het resultaat, aldus Walesa, is “een Sejm die naar één kant overhelt en op maar één been staat”, terwijl toch “de effectiviteit van de democratie is gebaseerd op een evenwicht van krachten”. Lech Walesa is, kortom, niet tevreden, en wil dat, vóórdat de nieuwe regering aantreedt, graag nog even laten weten.

    • Peter Michielsen