Centrale bank: groei blijft beperkt

DEN HAAG, 14 OKT. De economische groei in Nederland haalt tot 1998 gemiddeld nog geen twee procent. Dit blijkt uit berekeningen die binnen De Nederlandsche Bank (DNB) zijn gemaakt.

Hoewel Nederland het komende jaar geleidelijk “uit het economische dal lijkt te kruipen” is het beeld voor de wat verder gelegen toekomst “niet al te rooskleurig”, aldus DNB-directeur dr. A.H.E.M. Wellink. Hij meent wel dat een langer volgehouden loonmatiging op termijn de werkloosheid met 300.000 tot 400.000 personen kan verminderen. Wellink zei dit vanmiddag op een lunchbijeenkomst die de ABN Amro voor directieleden van multinationals in Amsterdam had belegd.

Eerder deze week signaleerde DNB-president Duisenberg in Brussel dat de economie in Nederland, en ook in Duitsland en Frankrijk, zich herstelt. Maar volgens Wellink is het “nog te vroeg om van een echt herstel te spreken” en is “een juichstemming bepaald niet op haar plaats”. Niettemin stelde hij vast dat Nederland er in de achterliggende periode van neergang “niet al te slecht” vanaf is gekomen. De groei van het bruto binnenlands produkt heeft in Nederland sedert 1990 bijna acht procent bedragen, terwijl de andere landen met een sterke munt binnen het Europese Monetaire Stelsel op zeven procent bleven steken en de EMS-landen als geheel op 5procent.

Voor een versterking van de Nederlandse economie kan volgens Wellink “aan één harde waarheid niet worden ontsnapt”: de noodzaak van loon(kosten)matiging en loondifferentiatie. Die vormen “verreweg het krachtigste instrument” om “het werkloosheidsspook uit onze economie te drijven”.

Een andere voorwaarde voor versterking van de economische structuur is volgens Wellink een lage inflatie. Weliswaar is de prognose voor 1993 gunstig - twee procent - , de vooruitzichten daarna zijn minder rooskleurig: in 1994 een inflatie van 2,5 procent en daarna gemiddeld ruim drie procent per jaar. Om op of onder het niveau van 1993 te blijven, is het volgens Wellink gewenst dat de overheid terughoudend blijft met het verhogen van belastingen en prijsstijgingen via lastenverlichting compenseert.

Ook de sociale partners kunnen een bijdrage leveren aan een lagere inflatie. Daarbij is het "sleutelwoord' opnieuw loon(kosten)matiging, aldus Wellink. Hij wees erop dat een loonontwikkeling die 2procent lager is een inflatie van één procentpunt minder oplevert. “Indien standvastig volgehouden zou een dergelijke loonmatiging, in combinatie met lastenverlichting, de werkloosheid op termijn met 300.000 à 400.000 personen kunnen doen verminderen.”

Volgens Wellink moet in CAO-onderhandelingen daarom niet langer de verwachte of feitelijke inflatie als uitgangspunt worden genomen, maar de doelstelling van prijsstabiliteit: nul à twee procent inflatie.

De DNB-directeur is tegen van bovenaf opgelegde loonmatiging. Het systeem moet volgens Wellink zodanig zijn dat de noodzakelijke matiging en differentiatie min of meer vanzelf tot stand komen. Dat vereist een betere werking van de arbeidsmarkt en een systeem van sociale zekerheid dat mensen niet in een uitkeringssituatie "gevangen' houdt.

De overheid moet, aldus Wellink, na 1994 blijven bezuinigen. Het financieringstekort moet met een ruime marge onder grens van het Verdrag van Maastricht komen, dus eerder op één dan op twee procent van het bruto binnenlands produkt.