'Bij twijfel koop je een mooie fles'; De toegevoegde waarde van het etiket

Wie vandaag de dag een nieuwe wijn op de markt brengt, besteedt minstens zo veel tijd aan de vormgeving van het etiket als aan het toezicht op de vinificatie. "Bij een auto kijk je toch ook of het model je aanspreekt?'

"Serie Design' staat er in gouddruk op. De rode Grands Chais - vin de pays d'Oc - is gebotteld in een lange, slanke fles, en springt met zijn smalle etiket onmiddellijk in het oog. Op het etiket een pronte handtekening, eveneens in goud, en een minuscuul abstract plaatje. "Ook mooi als geschenk', luidt het bijschrift van de supermarkt. Kun je voor nog geen negen gulden leuk mee voor de dag komen.

Kunst op wijn-etiketten is niet nieuw. Mouton Rothschild doet het al decennia, Taittinger heeft een serie champagneflessen met door kunstenaars ontworpen coatings, en in Rembrandt- en Van Goghjaren verschenen etiketten met de meesters. Maar dit waren toch uitzonderingen tussen de sierlijk handgeschreven etiketten met gepentekende wijnkastelen, of de labels met een rustiek gotisch lettertje onder geaquarelleerde berghellingen.

Buitenissige etiketten en flessen veroveren meer en meer de schappen. “Vooral in Duitsland en Italië vieren vormgevers hun artistieke gaven bot op fraaie glazen objecten, die van kunstzinnige etiketten worden voorzien,” aldus het Magazine van het Wijn Informatie Centrum in Den Haag.

Zo introduceerden de Italianen de "futura', een ranke, hoge en meestal donkere fles, die in Frankrijk en Duitsland navolging vond. Niet alleen de bovengenoemde Franse landwijn bijvoorbeeld, maar ook de Ingelheimer Rotes Kreuz, een rode wijn uit Rheinhessen, zit in een futura. Ze is voorzien van een ovaalvormig etiket en daarop een slank geschetst figuurtje, meer niet.

In het Italiaanse schap valt de Terre di Tufi van Teruzzi & Pathod op. De fles heeft een etiket ter grootte van een forse postzegel, met daarop een tafelscène uit het Tapis de Bayeux. “Stijlvol. Vinden de klanten fantastisch. Kost dertig gulden, en dat is hij ook waard”, aldus Ronald Hulst, wijninkoper uit Amsterdam. Ook de Cormons is een blikvanger; minder door het etiket (ingetogen chic; gouden schriftletter, een klein heraldisch embleem als enige versiering) dan door de vorm van de fles. Die is breed van onderen en wordt geleidelijk smal zonder enige knik of buiging. In eenzelfde model, maar dan nog langgerekter, zit Moscati d'Asti, een dessertwijn met een laag alcoholpercentage. Staat lekker stevig, maar is volstrekt onstapelbaar.

Eenvoud is de "trend'. Ladino bijvoorbeeld, fonkelt achter een simpel, pastelkleurig opvallend etiket. Extreem eenvoudig is wel de Misa, een Italiaanse wijn uit de Valpollicella streek; het zwarte etiketje blijft op de zwarte fles onzichtbaar, de strakke witte letters Misa lichten op. Van een vergelijkbare - volgens sommigen geforceerde - onopgesmuktheid is de Terrabianca Campaccio, die op de voorkant van de fles alleen een rood zegel heeft geplakt.

Alle verplichte gegevens staan op het backlabel. Een oplossing die een grote artistieke vrijheid biedt, maar het is de vraag of het màg. Een EG-verordening uit 1990 schrijft immers voor dat de verplichte etiketteringsgegevens “in hetzelfde gezichtsveld [worden] samengebracht, hetzij op hetzelfde etiket of op verscheidene.”

En die verplichte gegevens, dat zijn er nogal wat volgens de geldende EG-wetgeving. Zo moet op wijnen zonder specifieke geografische herkomst de aanduiding "tafelwijn', en voorts inhoud van de fles, alcoholgehalte, naam van de bottelaar en land van herkomst vermeld staan. De betere tafelwijn, de vin de pays, heeft bovendien het recht de naam van de streek te voeren. Kwaliteitswijnen voeren verplicht de aanduiding VDQS (Vin Délimité de Qualité Supérieure) of aanverwante aanduidingen als VQPRD, AOC, QBA, enz. Zij noemen het produktiegebied van de wijn, de appellation (appellation Bordeaux superieur controlée, of - in het Italiaans - Isonzo. Denominazione di origine controllata). In geval van botteling op het kasteel moet ook de naam van een chateau, clos, of domaine genoemd worden. Wettelijk toegestane vermeldingen - die meestal niet ontbreken - zijn onder meer oogstjaar, kleur en karakter van de wijn, een korte beschrijving van de firma of wijngaard, de Europese code "e', die de inhoud van de fles garandeert, en opmerkingen over bewaren of serveren.

Kortom, een hele waslijst, die Bruno Prat in zijn voorwoord bij "Les étiquettes des grands crus classés du Medoc' doet verzuchten dat "eenieder de pietluttige voorschriften betreurt die onze etiketten overbelasten met verplichte vermeldingen waarvan het nut in twijfel getrokken kan worden'.

“Degenen die vandaag de dag nieuwe wijnen op de internationale markt brengen, besteden misschien wel net zo veel tijd aan de creatie van het etiket als aan het toezicht op de vinificatie”, constateert deze Franse wijnbons vervolgens een tikkeltje zurig.

“Maar wat is er op tegen”, zeggen hier te lande geraadpleegde wijninkopers. “Bij een auto kijk je toch ook of het model je aanspreekt?” Volgens Hans van Gogh, voorlichter en vinoloog van het het Wijn Informatie Centrum zijn het vooral de eenvoudige wijnen die zich door vormgeving beter in de markt prijzen. Onzin, vindt Ronald Hulst. “Er zijn nogal wat nieuwe, goede wijnen die de consument niet kunnen veroveren met naamsbekendheid, maar met opvallende vormgeving.” Hulst grijpt blindelings in het rek en pakt een La Courtade. “Een mooie wijn die zijn prijs, een kleine vijftig gulden, meer dan waard is. Maar daarvoor krijg ik hem - nog - niet verkocht.” Tien jaar geleden besloot een Franse vinoloog dat op het paradijselijke eilandje Porquerolles, voor de kust van Toulon, de beste Provence-wijn geproduceerd zou worden. Met een investering van tientallen miljoenen francs is hem dat gelukt. Maar hoe verkoop je een Côte de Provence, normaal een wijn van dertien in een dozijn, voor vijftig gulden? In een uitzonderlijke fles, de voet smaller dan de schouders, gemaakt van mosgroen, fonkelend glas. Daarop een opvallend sober etiket, met als enige versiering een helblauw amforaatje en in gele, moeilijk leesbare letters de - verplichte - aanduiding Côte de Provence. “Want daar loop je niet mee te koop.”

Het kan ook iets minder kies. Hulst haalt een Bruno Paillard voor de dag, de enige die na de Tweede Wereldoorlog nog met een nieuwe champagne mocht beginnen. “Fantastische wijn, maar niemand kent hem.” De fles heeft een merkwaardig dikke buik; precies het model van de veel vermaardere Krug champagne. Ook de etiketten vertonen verdacht veel overeenkomsten. En dan heeft Paillard, op last van Krug, de kleur nog veranderd.

Hoewel ook de wijnhandelaren bij hun keuze letten op vormgeving - “bij twijfel koop je een mooie fles” - benadrukken zij zonder uitzondering dat een stijlvol etiket, of een robuuste bordelaise, een ranke futura, een sierlijke amfora geen garantie is voor kwaliteit.

"Circus' noemt Ronald Holst het. “Kijk alleen maar naar de Bordeaux; geen streek zo conservatief als deze. Maar het was Baron Philippe de Rothschild die al in 1924 een etiket liet ontwerpen door een kunstenaar. In strakke, hoekige vlakken beeldde architect Jacques Corlu een ramskop af en vijf bijeengebonden pijlen, symbool voor vijf broers Rothschild, waarvan één de voorvader van genoemde Philippe was. De baron wilde zich hiermee onderscheiden "uit frustratie' omdat het huis Mouton Rothschild in 1855 niet als premier grand cru was geclassifieerd, en broer Lafite Rothschild wel. De conservatieve Bordeaux streek zou op zijn kop hebben gestaan. In ieder geval wachtte Philippe Rothschild tot 1945 voor hij weer met een ongebruikelijk etiket kwam; "Année de Victoire'. Gelukkig voor hem was het zo'n uitzonderlijk goed wijnjaar dat zelfs de grootste sceptici er hun neus niet langer voor konden optrekken. Etiketten van Dali (1958), Braque (1955), Picasso (1973, het jaar waarin Mouton Rothschild tot de felbegeerde premier grand cru klasse werd verheven) Warhol (1975) en Keith Haring (1988) volgden. Het al genoemde "Les étiquettes des grands cru' (met tekst in Frans, Nederlands, Engels en Duits) geeft niet alleen een mooi overzicht van Mouton Rothschilds etikettenparade, maar laat ook zien hoe traditioneel de etiketten van de meeste andere Médoc-wijnen zijn.

“Zet daar dan een Chateau Petrus tegenover”, vervolgt Hulst zijn uiteenzetting. De duurste Pomerol (minimaal 500 gulden, in goede jaren kost hij duizend; wat veel te veel is, aldus Hulst) heeft een foeilelijk etiket; boven de grove rode letters staat een rimpelig mannetje afgebeeld dat je eerder aan een betweterige Duitse apotheker, dan aan Frankrijks beste wijnboer doet denken. “Maar wat maakt het uit, het verkoopt toch?”

Kortom; er lijkt geen enkel verband tussen prijs en vormgeving. Duur is niet per se mooi, mooi is niet per definitie van een mindere kwaliteit. Een bijzonder etiket of fles werkt, maar alleen tot op zekere hoogte. Vaak valt toch de keus op een bekende naam. “Bovendien”, constateert Hulst laconiek, “veel mensen hebben helemaal geen smaak.” Voor verleende diensten kreeg een groep vrijwilligers van hem een glas wijn aangeboden, maar per ongeluk schonk hij uit een fles met kurk. “Yak, dat smaakt naar ongewassen sportsokken, vuile was, schimmel... Maar niemand had het geproefd.”