Betty Boop komt tot leven in amusante rol

Lunchvoorstelling: Wake up Betty Boop! Idee en spel: Ruud van Andel, Daphne de Bruin. Regie: Bruun Kuijt. Muziek: Spike Jones and his Cityslickers. Toneelbeeld: Geert Gratama. Gezien: 10/10 Theater Bellevue Amsterdam. Aldaar t/m 31/10.

Max, gekleed in een pak met fantasievolle zwart-wit opdruk, staat in zijn atelier. Een sigaret bungelt tussen zijn lippen. Met onbehagen kijkt hij naar de aan de muur geprikte vellen papier met cartoons. Vooral het door hem gecreëerde poppetje met het grote hoofd en de koeie-ogen wekt zijn ergernis: die opkruipende jeugdigheid, haar baby-achtige trekken - bah, hij heeft er schoon genoeg van.

Terwijl de wereld in dit aflopende millennium een steeds grotere puinhoop wordt, blijft de schepping van de tekenaar altijd dezelfde: naïef, nooit een dagje ouder en twee-dimensionaal. Max kan er niet langer tegen. “Wake up Betty Boop!” roept hij. Op hetzelfde moment rijdt zijn stripheldin in een kleine rode auto dwars door de tekening het atelier binnen. Haar gezicht een en al kokette verwondering over deze plotselinge gebeurtenis.

Betty Boop is tot leven gewekt: fictie wordt werkelijkheid. In de lunchvoorstelling Wake up Betty Boop! van Ruud van Andel en Daphne de Bruin hopen de maker en zijn creatie zo te ontsnappen aan de eeuwige slaap. Het is een gegeven dat doet denken aan Woody Allens film The Purple Rose of Cairo waarin een filmpersonage op een dag van het witte doek stapt en een relatie begint met een vrouw die altijd in de bioscoop naar hem komt kijken. De overstap naar de gewone wereld heeft in beide gevallen vergaande consequenties; zowel in Allens film als in Wake up Betty Boop! loopt de situatie uit de hand.

Het idee van De Bruin en Van Andel blijkt uitermate geschikt voor een lunchvoorstelling die gewoontegetrouw niet langer dan drie kwartier duurt en bij voorkeur een luchtige toon moet hebben. Dat laatste is zeker gelukt. Wake up Betty Boop! is een kleine vaardig geschreven komedie met tal van amusante momenten.

De charme van de produktie is daarnaast toe te schrijven aan de frappante gelijkenis tussen Betty Boop en Daphne de Bruin. In haar korte rode jurkje en met haar pruik van zwarte krullen lijkt De Bruin zo weggelopen uit de cartoon van Max Fleischer. De manier waarop ze geluidloos meezingt met Spike Jones and his Cityslickers, haar gebaren, vreugdekreetjes en het kirrende lachje zijn treffende imitaties van bestaande Betty Boop-tekenfilms.

Ruud van Andel als haar geestelijke vader biedt voldoende tegenwicht in een aantal onderhoudende scènes. Nadat hij aanvankelijk met van woede overslaande stem en schuim op de lippen heeft geconstateerd dat deze verrotte eeuw geen vat op haar heeft, beschouwt hij haar "grenzeloze optimisme' en haar geloof in seks en gevoelens later als deugden die grootse (commerciële) perspectieven bieden: “Jij zult de natie nieuwe hoop geven; (...) Ik plug jou op iedere kabel!” Maar de verbouwereerde Betty Boop wil gewoon naar "een volgend plaatje' en als dat niet kan, neemt ze haar maatregelen, daarmee aangevend dat een stripfiguur ook in de werkelijkheid handelt volgens de wetten die haar schepper voor haar heeft bedacht.