Aideed dankt positie aan koers VS

NAIROBI, 14 OKT. Een legertje van een paar honderd Somaliërs op slippers heeft een met modern materieel uitgeruste troepenmacht van de Verenigde Naties, aangevoerd door Amerikaanse elite-troepen, een halt toegeroepen. Generaal Aideed, leider van dit ongeregelde leger, versterkte op deze wijze zijn positie in zijn clan, de Hawiye Habre Gedir. Bovendien kreeg hij steun van de aan invloed winnende Somalische Islamitische Unie, een coalitie van moslim-fundamentalistische groepen.

De politiek van admiraal bd Jonathan Howe, als speciaal VN-gezant hoofd van de VN-operatie in Somalië, die in juni een prijs zette op het hoofd van Aideed, heeft een averechts effect gehad. Enkele maanden geleden vielen in Zuid-Mogadishu, het gedeelte van de hoofdstad waar Aideeds machtsbasis ligt, kritische geluiden over Aideed te horen. Clan-oudsten kritiseerden zijn harde opstelling tegen de VN, intellectuelen begonnen heel voorzichtig te opperen dat een nieuwe politieke cultuur moest worden geschapen, zonder deelname van krijgsheren zoals Aideed. Was hij een half jaar geleden niet meer dan één van de vijftien krijgsheren, nu is hij de belangrijkste, zonder wie een politieke oplossing onmogelijk is.

Mohamed Farah Hassan, wiens moeder hem de bijnaam Aideed gaf ("hij die geen zwakheid kent'), staat bekend als zowel krankzinnig als geniaal. Vermoedelijk is hij beide. Hij drinkt en rookt niet, hij gebruikt zelfs de nationale drug khat niet en hij slaapt weinig. Hij is een goede spreker die gemakkelijk een massa op zijn hand weet te krijgen.

De 58-jarige Aideed diende in de Italiaanse koloniale politie en tien jaar in het Somalische nationale leger. Na de militaire staatsgreep in 1969 waardoor Siad Barre aan de macht kwam zette deze hem zes jaar gevangen op verdenking presidentiële ambities. In 1977 benoemde Barre Aideed tot kolonel en hij nam deel aan de veldslag met Ethiopië over de Ogaden. Aideed maakte in deze oorlog naam als een brilliante militaire strateeg, ook onder zijn vijanden, de Ethiopiërs.

Barre, nog immer bevreesd voor concurrentie, stuurde Aideed vervolgens als ambassadeur naar India. Hij verliet deze post toen prominente leden van de Hawiye clan hem benaderden om de opstand tegen Barre te gaan leiden. De toenmalige Ethiopische president Mengistu, die al een verzetsbeweging in Noord-Somalië bijstond, verkoos Aideed boven andere leiders wegens diens militaire reputatie. Aideed opende in Midden-Somalië een front tegen Barre. Zijn militie bereikte eind 1990 de poorten van Mogadishu en dreef in de volgende weken Barre en het overgrote deel van diens Marehan-clan op de vlucht. Aideed, die zich als de bevrijder van Somalië ziet, bereikte zijn begeerde doel echter niet. De hoteleigenaar Ali Mahdi van de Hawiye Abgal had zich namelijk inmiddels in Mogadishu tot president uitgeroepen. Een verongelijkte Aideed begon een burgeroorlog tegen de militie van Ali Mahdi, waarbij in 1991 en 1992 30.000 doden vielen, en die uiteindelijk leidde tot het Amerikaanse en VN-ingrijpen.

De confrontatie tussen Aideeds militie, de Somalische Nationale Alliantie (SNA), en Howes VN-soldaten begon op 4 juni. De VN-troepen vielen het radiostation aan van Aideeds factie, waarna 24 Pakistaanse VN-militairen in een hinderlaag liepen en werden gedood. Sindsdien heeft er iedere dag hevig geweervuur en het geluid van ontploffende granaten geklonken in Mogadishu. Honderden Somaliërs, onder wie vele burgers, en tientallen VN-soldaten verloren het leven. Met de koerswijziging van president Clinton vorige week lijkt vooralsnog een einde te zijn gekomen aan deze confrontatie.

De Amerikanen zeggen nu de nadruk te willen leggen op het zoeken naar een politieke oplossing van het Somalische conflict. Het vredesproces is daarmee weer op hetzelfde punt begin vorig jaar, toen de VN een bemiddelingsrol gingen spelen in Somalië. De speciale VN-afgezant Mohamed Sahnoun voerde eindeloze besprekingen met alle facties en wist het vertrouwen te winnen van de vijftien krijgsheren. Secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali ontsloeg hem. De Amerikaanse afgezant Robert Oakley volgde na de Amerikaanse interventie in december eenzelfde politiek van verzoening en knoopte goede relaties aan met Aideed. In mei, toen de VN de verantwoordelijkheid over de missie van de VS overnamen, droeg Oakley de fakkel over aan zijn landgenoot Howe, die radicaal brak met het beleid van zijn voorgangers.

De aanhang van Aideed groeide in de confrontatie met Howe. Voormalige twijfelaars in Zuid-Mogadishu vertellen nu trots aan journalisten fanatiek Aideed te volgen. Ze vergelijken hem met de Mad Mullah, de anti-koloniale Somalische krijgsheer die eerder deze eeuw de Britten nachtmerries bezorgde.

Leden van Aideeds clan en hijzelf hadden weinig andere keus dan het gevecht aan te gaan met de VN. Aideed bouwde zijn militie op met ongeschoolde nomadische jongeren uit het zuidwesten van Somalië. Pas na de veldslagen in de hoofdstad eind 1990 en begin 1991 met de Marehan-clan van de toenmalige president Siad Barre, verschafte Aideeds clan zich een sleutelpositie in Mogadishu. Wanneer hij deze machtsbasis in de hoofdstad had moeten prijsgeven aan de VN, dan zou zijn politieke rol en die van zijn aanhangers zijn uitgespeeld.

Zijn Habre Gedir-clansleden waren gedwongen zich te verenigen achter hun leider. In het Somalische clansysteem is geen ruimte voor afvalligen. De clan vormt de bescherming in het leven van een Somaliër. Zijn clangenoten staan hem bij in geval van nood en nemen wraak wanneer hij wordt aangevallen. Uit deze strikte loyaliteit volgt dat wanneer zijn clan of leider gevaar lopen, hij hen moet verdedigen. Deze oertradities bepalen weer de overlevingsstrategie van de bevolking sinds chaos bezit nam van Somalië.

Het ontbreekt alle Somalische clanlegers aan structuur en discipline. Ze ontvangen geen soldij en moeten dus voor zichzelf zorgen. De clanstrijders zijn meesters in guerrillatactieken. Ze voeren een blimsemsnelle aanval uit gevolgd door plunderingen, waarna ze zich gehaast terugtrekken en opgaan in hun omgeving. Een paar honderd SNA-strijders met door raketten en landmijnen met afstandsbediening dreven de duizenden VN-manschappen zo naar hun tot forten omgebouwde onderkomens. Alleen luidruchtige helikopters - “het geluid van vrijheid”, volgens Howe - konden zich aanvankelijk nog veilig boven Mogadishu begeven. Totdat de SNA-krijgers er begin deze maand twee neerhaalden. De VN waren verwikkeld geraakt in een niet te winnen stadsguerrilla.

Aideeds verbond met de al even getalenteerde krijgsheer Omar Jess van de Ogaden-clan heeft hem op nationaal niveau een sterke militaire positie gegeven. Zijn voornaamste tegenstanders zijn, behalve Ali Mahdi, Barres schoonzoon generaal Morgan, die de belangen behartigt van enkele clans in de Darod-groep, en de Majerteen-clan in het noordwesten onder krijgsheer Abdullahi Yussuf. In zijn gevecht tegen de buitenlanders kreeg Aideed in augustus steun van enkele moslim-fundamentalistische groeperingen verenigd in de Somalische Islamitische Unie.

Na de Amerikaanse interventie in december trokken deze kleine groepen zich stilletjes terug uit Mogadishu en andere steden. Ze concentreerden hun activiteit op het platteland, waar zij bij voorbeeld langs de grens met Kenia enkele localiteiten controleren. Volgens bronnen in Amerikaanse inlichtingendiensten ontvangen de fundamentalisten via Soedan wapens van onder andere Iran. Somaliërs staan bekend als gematigde islamieten. Somalische intellectuelen vrezen echter dat bij een voortdurende chaos de fundamentalisten aan invloed kunnen winnen.