Wie wil er nog werken voor het minimumloon?

Steeds minder mensen werken voor het minimumloon. Met "taaksplitsing' wil het kabinet meer banen scheppen. Maar vakbonden en werkgevers zijn sceptisch gestemd. En op een lager mimimumloon "zit niemand te wachten'.

Op het Utrechtse arbeidsbureau schuifelen werkzoekenden langs de borden met de vacatures. Wie wil er werken voor het minimumloon? “Daar valt over te praten”, zegt Rashid (23). Voordat hij een jaar geleden werkloos werd, had hij een baan bij een elektronica-bedrijf waarmee hij 2200 gulden netto in de maand verdiende. Dat was ruim boven het minimumloon dat thans 2163 gulden en twee dubbeltjes bruto per maand bedraagt. “In het begin was ik heel kieskeurig. Op dit moment zou ik elke functie aannemen. Een vast inkomen is belangrijk. Dan kan ik weer langzaam gaan opbouwen”, zegt hij. Karim (20), die na een rondgang langs vele scholen pas zijn Mavo-diploma heeft gehaald, wil elke baan aanpakken mits die hem netto 1500 gulden in de maand oplevert. Het netto minimumloon voor zijn leeftijd is 1050 gulden. “Daar kom ik aan te kort. Ik woon niet meer thuis, dan heb je meer kosten.”

Herman (16) woont wel thuis. Hij heeft geen diploma's. Hij werkte korte tijd in een drukkerij en als automonteur. Met beide baantjes verdiende hij bijna duizend gulden schoon in de maand. Het minimumloon voor een zestienjarige is 655 gulden, weet hij. “Daar doe ik het niet voor. Dan gaat er zoveel van mijn vader zijn uitkering af, dat ik geen cent overhoud. Dan werk ik liever voor niks. Ik wil minimaal duizend gulden verdienen. Eigenlijk slaat dat al nergens op; iemand van 32 krijgt voor hetzelfde werk 2000 gulden”, zegt hij met enig bravoure. Om er een tikje mismoedig op te laten volgen: “Er is haast niks te vinden. Overal vragen ze ervaring.”

Voor de meeste (potentiële) werknemers is het minimumloon geen loon naar werken. Wie in dit land het minimumloon verdient, behoort tot een kleine minderheid. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde Nederland in oktober 1992 121.600 minimumloners. Dat was slechts 2,6 procent van alle werknemers. Van de jongeren van 16 tot 22 jaar verdiende 9,5 procent (42.000) het minimumjeugdloon. Ook onder vrouwen en deeltijdwerkers (elkaar overlappende categorieën) komen relatief veel minimumloners voor.

Bij de officiële cijfers past een kanttekening: Nederland telt naar schatting 200.000 thuiswerkers, 50.000 à 100.000 illegale werknemers en een onbekend aantal personen dat huishoudelijk werk (schoonmaken, op de kinderen passen) in gezinnen doet. Het gros van de werknemers in deze groepen verdient - soms aanmerkelijk - minder dan het minimumloon. Maar in de reguliere arbeid is het aantal minimumloners de laatste tien jaar sterk gedaald; in 1983 waren het er, in procenten, ruim twee maal zoveel als nu. Onderzoeken van de Loon Technische Dienst wijzen bovendien uit dat ontduiking van de wet op het minimumloon betrekkelijk weinig meer voorkomt.

De daling van het aantal minimumloners is niet verwonderlijk. Veel eenvoudig werk is door automatisering verdwenen. Bovendien is het minimumloon in de periode 1983-1993 slechts met 6 procent gestegen. Het modale loon, zoals berekend door het Centraal Planbureau, steeg in deze periode met 24 procent. De koopkracht van het minimumloon daalde met 15 procent; die van de minimumjeugdlonen zelfs met 30 procent. Geholpen door de opgaande conjunctuur en de krappe arbeidsmarkt in de tweede helft van de jaren tachtig wist de vakbeweging in veel bedrijfstakken een gat te slaan tussen het minimumloon en de laagste loonschalen in de CAO's.

Wie werkt er nog voor het minimumloon? Annette van Dijk* (21) was twee maanden geleden nog kinderoppas in een gezin. Nadat ze haar (verdienende) vriend de bons had gegeven, bleef ze achter met een maandinkomen van 600 gulden; veel te weinig om van te leven. Halsoverkop ging ze op zoek naar de eerste echte baan in haar leven. Zonder enig diploma lukte dat verrassend snel. Ze is nu verkoopster in een betere kledingzaak in het centrum van Utrecht. Ze verdient er ruim 1200 per maand netto, het minimumloon voor een 21-jarige. “Ik hou per week 150 gulden over om van te leven. Ontzettend weinig”, vindt ze. “En ik moet er best hard voor werken. Het is niet alleen mensen helpen, maar ook de rekken aanvullen, de winkel veranderen en de kas opmaken. Maar ja, ik moet toch ergens beginnen. Het gaat stukje bij beetje omhoog.”

Textielwinkels, bakkers, sommige branches in de groothandel, reisbureaus, taxibedrijven en de uitzendbranche zijn voorbeelden van sectoren waarin relatief veel minimumloners werken. Vaak is het minimumloon een startsalaris. Doorgaans gaat het om laaggeschoold werk: verkopen in de winkel, magazijnwerk, eenvoudig administratief werk. Maar dat is niet altijd zo. Ingrid Jaarsma* (23) werkt sinds een jaar op de Utrechtse vestiging van een reisorganisatie als baliemedewerker/reisadviseur. Ze verdient er weliswaar een fractie meer dan het minimumloon, maar toen ze solliciteerde waren er ook reisbureaus die daar niet bovenuit gingen. En dat terwijl zij de HBO-opleiding voor toerisme heeft voltooid. “Er is weinig keus in de reisbranche”, zegt ze. “Ze kunnen lage lonen betalen omdat er geen CAO is. In deze branche voeren werknemers geen actie. In je eentje begin je niks.” Toch zoekt ze het niet elders. “Ik wil voldoening hebben in mijn werk. Ik vind dit heel leuk werk. En mijn streven is nog eens manager te worden. Daar heb ik voor geleerd.”

Tegenover de reisbranche staan bedrijfstakken waarin ook het ongeschoolde en laaggeschoolde werk (ruim) boven minimumloon-niveau wordt gehonoreerd. Het gros van de medewerkers in een supermarkt (vakkenvullers, caissières, verkoopmedewerkers) zit in loonschaal 2 van de CAO voor de grootwinkelbedrijven in levensmiddelen. Daarbij hoort, voor wie 23 jaar is of ouder, een bruto maandsalaris van 2502 gulden, dat in drie jaar oploopt tot 2610 gulden. Een afwasser of keukenhulp (opnieuw: vanaf 23 jaar) in een hotel of restaurant verdient volgens de horeca-CAO ten minste 2440 gulden. Een kamermeisje, functiegroep 3 van die zelfde CAO, verdient bij de start 2619 gulden, een bedrag dat na vier jaar is opgelopen tot 2835 gulden. Eenvoudig werk. “Maar”, zegt woordvoerder Anne Pols van de Horecabond FNV, “een kamermeisje moet keihard werken. Het is werk waarmee je je rug verslijt. De fysieke zwaarte telt mee in de beloning.”

Dat geldt nog sterker voor de bouw. Een "bouwvakhelper', die hand- en spandiensten verricht voor de vaklieden, wordt betaald volgens de laagste CAO-schaal en verdient daarmee minimaal 2900 gulden per maand. In de industrie liggen de laagste CAO-schalen al gauw tien procent boven het minimum, met uitzondering van de metaalnijverheid waarin het minimumloon wordt gehanteerd als "instroomloon' voor jongeren, die overigens snel naar een hogere schaal doorstromen. In de meeste bedrijfstakken fungeert het minimumloon dus nauwelijks meer als grondslag voor de beloning. Anno 1993 is het minimumloon vooral het plechtanker voor de sociale zekerheid, door de koppeling van de netto uitkeringen aan het netto minimumloon.

Het kabinet wil dat het minimumloon weer een grotere rol gaat spelen in de beloning van werknemers. Bedrijven zouden door "taaksplitsing' eenvoudige functies moeten creëren, die werk bieden aan het snel groeiende leger van laaggeschoolde werklozen. Het kabinet heeft het bedrijfsleven opgeroepen vijf à tien procent van het personeelsbestand aan te stellen tegen het minimumloon. Vijf procent komt al neer op 225.000 banen, bijna het dubbele van het huidige aantal banen op minimumniveau. Op centraal niveau hebben werkgevers- en werknemersorganisaties niet geheel onwelwillend op het kabinetspleidooi gereageerd, al vinden ze vijf à tien procent “te bespottelijk om serieus over te praten”, zoals J.W. van den Braak van het VNO zegt. Individuele werkgevers en vakbonden reageren echter sceptisch. Vakbonden hebben jarenlang gestreefd naar verbetering van de "kwaliteit van de arbeid', door middel van bijvoorbeeld functieroulatie en taakverrijking. Bedrijven streven naar flexibile(r) inzet van hun personeel. Breed inzetbare werknemers verdienen hun doorgaans wat hogere loon snel terug, doordat ze zorgen voor een doelmatiger produktieproces zonder leegloop.

“Iemand die in de keuken de afwas doet, helpt ook mee met het klaarmaken van de snacks. Juist door die flexibiliteit kan ik de lonen in de hand houden. Moet ik de zaak terugdraaien en iemand alleen laten afwassen of alleen de lunch laten doen? Daarmee spaar ik niets uit. En er is nog iets: Hoe flexibeler mensen werken, des te beter de sfeer in de ploeg”, vertelt manager E. Holm van hotel Smits in Utrecht. Andere ondernemers in andere branches vertellen een soortgelijk verhaal. Dikwijls zijn de laagste CAO-functies bovendien nog zo eenvoudig dat er weinig taken van af te splitsen zijn.

Meer functies op minimumniveau? “Wij geloven er niet in”, zegt CAO-coördinator K. Roozemond van het Dienstenbond FNV. “In de handel is er nog veel laaggekwalificeerde arbeid. In de financiële dienstverlening kan het alleen door monotone, stupide functies te creëren. Dat wil niemand. Wij pleiten voor meer scholing voor zittende werknemers, zodat die kunnen doorstromen en ruimte vrij maken voor nieuwkomers.”

Een sector die voortdurend genoemd wordt in de discussie over taaksplitsing is de gezondheidszorg. Daarin is inderdaad de functie van "zorgassistent' gecreëerd. Dat is iemand die de eenvoudige taken van een verpleegkundige, zoals het opmaken van de bedden en het rondbrengen van eten en drinken, overneemt. Zo hoopt de gezondheidszorg, die de laatste jaren onvoldoende hoger opgeleiden wist aan te trekken, zijn wervingskracht onder herintreedsters en allochtonen te vergroten. Maar zorgassistent is géén functie op minimumniveau. Je moet er een Mavo- of LBO-diploma voor hebben en een beroepsopleiding van een jaar voor volgen. En daarna begin je met een salaris van rond 2400 gulden.

Taaksplitsing? “In de collectieve sector is altijd wel wat te bedenken, desnoods het opruimen van hondepoep. Maar de uitdaging ligt in de marktsector. Daar heb ik nog geen concrete ideeën gehoord. Het zal niet eenvoudig zijn om iets te bedenken en het zal zeker niet om grote aantallen banen gaan”, verwacht Lodewijk de Waal, CAO-coördinator van de FNV.

De beleidsoptie van het kabinet lijkt minder ingegeven door realiteitszin dan door de wens om de "echte' discussie, over verlaging van het minimumloon, door te schuiven naar de volgende regeerperiode. CDA en VVD bepleiten in hun verkiezingsprogramma afschaffing of ten minste drastische verlaging van het minimumloon. Voor de vakbeweging is en blijft dat een brug te ver. “Wat levert het op? In de industrie zijn de banen aan de onderkant uitbesteed of weggeautomatiseerd. Niemand vervangt een computer door een typemachine of een kopieerapparaat door een stencilmachine als het minimumloon omlaag gaat”, zegt J. Mooren, CAO-coördinator van de Voedingsbond FNV.

Werkgevers denken er verschillend over. De werkgeversorganisatie VNO is voor. “Het minimumloon drukt de CAO-lonen omhoog; geen vakbondsbestuurder durft met het minimumloon thuis te komen. Verlaag je het minimumloon, dan wordt de ruimte onder de CAO-schalen vanzelf opgevuld. Dat levert banen op, al kan ik ook niet zeggen hoeveel en waar”, zegt J.W. van den Braak.

In de horeca gaat het door de recessie zo slecht, dat kleine ondernemers zelf lange werkdagen maken om loonkosten uit te sparen. “Als de lonen lager zouden zijn, dan huurden ze daar mensen voor in”, zegt P. Schoormans van de ondernemersorganisatie Koninklijke Horeca Nederland. Een ander positief effect van een lager minimumloon is dat werkgevers eerder werkzoekenden zonder ervaring zullen uitproberen, zo verwacht L. Vonk van de werkgeversorganisatie KNOV. “Nu hebben werkgevers toch de neiging te wachten tot ze iemand met ervaring kunnen aantrekken.”

Menige onderneming blijkt echter schouderophalend aan de discussie over het minimumloon voorbij te gaan. Woordvoerder I. van Kuilenburg van Albert Heijn: “Wij hebben geen belang bij afschaffing van het minimumloon. Wij stellen steeds hogere eisen aan het personeel. Daarom hebben we het loonniveau de laatste jaren verhoogd.”

Directeur P. Verberg van groothandel Wijers Woningtextiel in Maarsbergen betaalt tien van zijn ruim 200 werknemers het minimum(jeugd)loon. Toch zit ook hij niet op verlaging ervan te wachten. “Je kunt zeggen: het is mooi meegenomen, maar ik vind het niet realistisch. Het zou bij ons geen reden zijn meer mensen aan te nemen. En de verhoudingen binnen het bedrijf zouden worden verstoord door grotere salarisverschillen. Ik ben blij met een bepaalde bodem.”

Op de verlanglijst van veel werkgevers staan andere wensen hoger genoteerd: verlaging van de collectieve lastendruk, zodat belastingen en sociale premies omlaag kunnen, waardoor de arbeidskosten dalen; en voorts vergroting van het verschil tussen lonen en uitkeringen. “Hoeveel mensen krijg ik niet langs, via het arbeidsbureau, die eigenlijk niet willen werken omdat het verschil tussen loon en uitkering te laag is”, verzucht bijvoorbeeld hotel-manager E. Holm.

Minister De Vries van sociale zaken scoort onder werkgevers vermoedelijk niet slecht met zijn beleid het minimumloon te handhaven en tegelijkertijd het verschil tussen lonen en uitkeringen door fiscale maatregelen (verhoging van het arbeidskostenforfait) te vergroten.

De voorstanders van afschaffing of verlaging van het minimumloon laten zich, behalve door sterk uiteenlopende voorspellingen over het werkgelegenheidseffect ervan, ook inspireren door het voorbeeld van de Verenigde Staten. Daar is de werkloosheid relatief laag dank zij de creatie van vele laagbetaalde banen in de dienstensector. Verrassend genoeg blijkt de representant bij uitstek van de "hamburgereconomie', McDonald's, te onzent weinig in het Amerikaanse voorbeeld te zien. In de top van McDonald's Nederland wordt serieus nagedacht over oplossingen voor de werkloosheid, verzekert hoofd personeelszaken J. Cornet. Het minimumloon speelt daar geen rol in. De meeste werknemers van McDonalds zijn "fast food medewerker'. Ze doen alle voorkomende taken: hamburgers bakken, schoonmaken, afrekenen aan de kassa. Ze verdienen er, als ze boven de 23 jaar zijn, ten minste 2619 gulden bruto in de maand mee, exclusief de toeslag op zon- en feestdagen. Taaksplitsing? “Dat is nadelig voor ons systeem. Een medewerker die eentonig werk doet, straalt niet uit dat het leuk is bij McDonald's”, zegt Cornet. Verlaging van het minimumloon? “Daar zitten wij niet op te wachten. De oplossing ligt in verlaging van de loonkosten, niet in het verlagen van de netto opbrengst voor de werknemer.”

Met zijn slotopmerking kan Cornet meteen solliciteren als vakbondsbestuurder: “Daarnaast zeggen wij: Ga door met herverdeling van werk. Dat kan niet overal. Maar in veel functies in de procesindustrie, de gezondheidszorg, de detailhandel en de horeca kan het wel. Dan praat je over honderdduizenden banen.”

(de met * aangegeven personen hebben om privacy-reden een fictieve naam gekregen)