Veritatis Splendor beoogt gelederen in kerk te sluiten

De nieuwe encycliek "Veritatis Splendor' is als een lang verwachte meteoriet op aarde neergedaald. De lucht was bewolkt, maar het schitterende bouwsel van waarheid en geloof werd als een hemels baldakijn onthuld: als een lichtende stad op de berg. De encycliek staat vol geloofsuitspraken, gebaseerd op schrift en traditie, maar bevat ook redeneringen. De kern is: mensen kunnen niet tot uitvoering brengen wat ze eigenlijk verplicht zijn te doen en hebben daarom, met respect voor alle gewetensvrijheid, behoefte aan normen als een soort handreiking. Katholieken moeten aan die normen gehoorzamen. Ze krijgen als het ware "dwingende' steun. Als zij die richtlijnen eindelijk serieus nemen en er niet allemaal een individuele geloofsbelijdenis op nahouden dan kan het wellicht met de wereld als geheel beter gaan. Het valt niet te ontkennen, dat omstreeks het jaar 2000 ongeveer 19 procent van de wereldbevolking katholiek is, verspreid over circa 200 landen. Als al die katholieken, met hun bisschoppen, zielzorgers en experts gehoorzamen, zou er een nieuwe toekomst kunnen beginnen.

Sociaal-historisch gezien heeft een dergelijke encycliek, juist op dit moment in de geschiedenis, allerlei functies. Daarom is dit rondschrijven vermoedelijk nu al zo'n publicitair succes. Vooreerst verschijnt deze tiende encycliek van Paus Johannes-Paulus II vlak voor de overgang naar een nieuw millenium. Wie zich beperkt tot een gewetensonderzoek over de gedragingen van de mensheid in de afgelopen eeuw, waarin miljoenen mensen door geweld of verwaarlozing een vroegtijdige dood stierven, komt niet bepaald tot een positieve balans. Er is iets fundamenteel mis in de gangbare opvattingen over goed en kwaad. Precies daarover gaat de encycliek. Paus, curie-ambtenaren en zelfgekozen experts kunnen alleen met woorden vechten.

Kerkhistorici beweren dat na een concilie, in dit geval het Vaticaans Concilie, gericht op aanpassing, altijd een periode van verwarring komt. Deze encycliek moet die periode van discussie en onderlinge verdeeldheid definitief beëindigen. De Duitse socioloog, Ernst Nagel, sprak over een "fundamentalproblematisierende Kirche', maar daar wil de leiding van de kerk niets van weten. De inmiddels overleden Amerikaanse godsdienstsocioloog Thomas O'Dea had nog alternatieven. “Is in de kerk een proces van ontinstitutionalisering op gang gekomen, dat zal leiden tot een nieuw, beweeglijker, zich gemakkelijk aanpassend, creatiever en vitaler katholicisme?”. Op deze vraag antwoordt deze encycliek duidelijk negatief. “Of is het katholicisme begonnen met een proces van zelfliquidatie?” Inderdaad en die zelfliquidatie probeert Veritatis Splendor te voorkomen. Men kiest de zogenoemde via tutior. Dat betekent: de gelederen sluiten in een toestand van verwarring en ontbinding. De "Wereldkatechismus' was het praktische antwoord. Deze encycliek heeft een ethisch-filosofische functie en gaat over fundamenten.

Deze encycliek kiest dertig jaar na Vaticanum II voor de groep curie-leden, die dat concilie een te gewaagde onderneming vonden. Eigenlijk continueert de tekst voor-Vaticaanse beoordelingen, zoals in de encycliek "Humani Generis', (1950) die tal van "dwalingen' bestreed en tot gevolg had, dat theologen werden "afgezet'. Daaronder Henri de Lubac SJ, die, omdat hij zo gehoorzaam was geweest, in 1983 tot kardinaal werd benoemd. "Humanae Vitae' (1968), de encycliek over huwelijk en gezin, die tot felle discussies leidde, wordt ook weer bevestigd. Katholieke gelovigen, die de kerk in de geest van Vaticanum II aan de moderne wereld wilden aanpassen, krijgen geen morele steun en worden eerder afgewezen.

Wat is de rol van paus Johannes-Paulus II bij deze encycliek? Hij werd 15 jaar geleden in het conclaaf gekozen tot de "bewaker van geloof en zeden' en nam dit ambt zeer serieus. Door de strijd tussen twee Italiaanse kandidaten, kardinaal Siri van Genua en Giovanni Benelli, substituut-staatssecretaris onder Paulus VI, kwam geheel onverwachts de Poolse kardinaal Karol Wojtyla naar voren, die in de negende stemronde werd gekozen. Hij had in zijn jeugd veel meegemaakt en was een effectief bestrijder van het communisme in zijn vaderland. Een joods hoogleraar Alfred Bloch, die veel waardering had voor de paus als filosoof, schrijft over hem: “Hij is ervan overtuigd, dat de westerse beschaving in een titanenstrijd is verwikkeld. En vreemd genoeg speelt die strijd zich volgens hem niet af tussen het communisme en het kapitalisme, maar tussen het christendom en het kapitalisme.” De aartsbisschop van Krakau wist al vóór zijn pauskeuze, dat het communisme zou worden overwonnen. “Hij weet dat de echte strijd veel dieper ligt en betrekking heeft op de structuur van de menselijke waarden. Hij is radicaal en daar bedoel ik mee dat hij iemand is die tot de wortels gaat. En voor Karol is de wortel, het hart van de evangelies, Christus die zegt: “Wat gij voor de minste der mijnen hebt gedaan hebt gij voor mij gedaan.” “Mensen proberen de paus in eenvoudige categorieën onder te brengen, maar daar kom je niet ver mee als het over complexe mensen gaat.”

De betrokkenheid van de paus bij deze encycliek is door deze persoonstypering wel verklaard. In sociaal en politiek opzicht is de paus progressief en zelfs populair. Hij heeft volgens ingewijdende "regeringsstijl' grondig veranderd en praat openhartig met journalisten.

In Rome wordt de invloed van de verkondiging overschat, al zijn de meeste media welwillend bij Vaticaanse gebeurtenissen als het verschijnen van deze encycliek. De wenselijkheid van een modern bestuur voor een dergelijke grote wereldorganisatie als de kerk wordt onderschat. Het zittend bestuursapparaat geeft zich steeds verder over aan vormen van centralisatie, die slechts een schijn van eenheid opleveren en draagt daardoor bij aan het persoonlijk gezagsverlies van de paus. Ik voel mij erg verwant met Kardinaal Hume van Westminster, in maart 70 jaar geworden. Hij vindt dat het proces van het Vaticaans Concilie nog steeds niet is voltooid: “Nog steeds ontbreken adequate structuren en procedures voor de uitoefening van de collegialiteit en voor de passende raadplegingen van elk deel van de kerk. Maar het proces is begonnen. De H. Geest heeft het water bewogen. Wij zijn verplicht tot vernieuwing en noodzakelijke verandering”.

    • Walter Goddijn