Tweede Kamer helpt slecht renderende chemiesector; Lastenverlichting door vrijstelling van belasting op restbrandstoffen

DEN HAAG, 13 OKT. De Tweede Kamer komt de sterk in het nauw gedreven chemische bedrijfstak in Nederland volgende week tegemoet met een kleine lastenverlichting. Dat is hard nodig, zegt voorzitter ir. W. Göebel van de Vereniging van de Nederlandse chemische industrie (VNCI) “want het water staat deze bedrijfstak tot de lippen”. “Niet alleen de milieuheffingen, maar allerlei kosten spelen ons in Nederland parten. Vermindering van de vraag naar chemische produkten, veroorzaakt door de recessie, heeft onze winsten weggevaagd. We kampen met een overcapaciteit en de harde gulden heeft onze exportpositie nog eens extra aangetast. Elke kostenverhoging die alleen voor Nederland geldt, maakt dat nog erger”, aldus Göebel.

Volgens de jongste berekeningen van de VNCI zal de sector dit jaar als geheel geen gulden winst meer maken. Reorganisatie en inkrimping is het resultaat: in 1993 slinkt het aantal banen met 6.000 op een totaal van 87.000, een vermindering van bijna 7 procent.

CDA en PvdA zijn het erover eens dat de chemie in zodanige concurrentieproblemen verkeert dat een vrijstelling van de belastingheffing op zogenoemde restbrandstoffen gerechtvaardigd is. Volgens het Kamerlid ir. J. van der Vaart (PvdA) betekent dat een vermindering van inkomsten voor het rijk van 100 miljoen gulden. Dat bedrag willen de regeringspartijen compenseren door verschuivingen, waardoor de last wordt verdeeld over de kleinverbruikers van energie.

Volgende week behandelt de Tweede Kamer de Wet op de verbruiksbelastingen op milieugrondslag. Dat is de opvolger van de bij het bedrijfsleven zeer omstreden heffingen op brandstoffen, in het kader van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (WABM). Belangrijkste onderdeel van de nieuwe wet is een "verbreding' van de heffingen. Vanaf volgend jaar worden niet langer alleen brandstoffen belast, maar ook het gebruik van grondwater en het aanbieden van afvalstoffen. De twee nieuwe mogelijkheden voor heffing leveren de overheid een slordige 475 miljoen gulden per jaar op. Het grootste deel komt echter van de brandstoffenheffing, want in totaal moet de wet volgend jaar 2,2 miljard gulden in het laatje van minister Kok brengen.

Bij de WABM was er sprake van een directe relatie tussen de heffingen en het beoogde doel: het geld werd gebruikt voor een keur van uitgaven ter verbetering van het milieu. De nieuwe wet is daarentegen een gewone belastingwet. Volgens de toelichting van de ministers Kok en Alders op het wetsontwerp gaat het nu bij de heffingen om “het verwerven van algemene middelen” en is het “positieve effect op de milieudoelstelling secundair”.

Forse oppositie van het energie-intensieve bedrijfsleven heeft de afgelopen jaren wel tot deze omschakeling naar een ander type belastingen geleid en tot een afzwakking van de brandstoffenheffing voor deze categorie ondernemingen, maar niet tot afschaffing. Nieuwe actie van de sector chemie tegen de extra heffingen op "restbrandstoffen' zette minister Andriessen (economische zaken) aan het denken. In mei schreef hij een brief aan zijn collega Kok met het voorstel om dit deel van de heffing te schrappen. Daarmee hoopte hij de chemische bedrijven over te halen om een pakket meerjarenafspraken over energiebesparing te ondertekenen. Maar Andriessen verloor deze strijd in het kabinet, al wist hij er wel een belastingaftrek voor onderzoek en ontwikkeling door te krijgen waarvan het hele bedrijfsleven kan profiteren. En de kwestie van de restbrandstoffen liet hij verder maar over aan de Tweede Kamer. De chemie staat volgens ir. Göebel nog niet te juichen nu de Kamer die hefing wil schrappen, “maar nu de winsten op nul staan is iedere verlichting zeer welkom”.

Restbrandstoffen zijn gassen en andere brandstoffen die ontstaan tijdens het produktieproces in de fabrieken. Op het aardgas dat de chemische fabrieken inkopen, wordt al een heffing betaald. Ontstaan er vervolgens door gebruikmaking van dat aardgas in het proces andere brandstoffen die verbrand worden, dan veroorzaken die ook een emissie van CO (kooldioxide), die conform de Wet op de verbruiksbelastingen op milieugrondslag worden belast. Volgens de VNCI worden de bedrijven daardoor dubbel gepakt, omdat ze die zelfgeproduceerde brandstoffen onder meer inzetten voor de opwekking van elektriciteit en stoom, in warmte-krachtcentrales. Dat past volledig in het streven naar energiebesparing. Daarvoor hebben ze forse investeringen gedaan, waarvoor ze door de heffing weer worden gestraft, zo is de redenering. Het alternatief, het "affakkelen' van restgassen, wordt niet belast.

Kamerlid Van der Vaart (PvdA) onderschrijft die bezwaren niet. De "restbrandstoffen' worden slechts voor het halve tarief belast, zegt hij, “en hooguit kun je zeggen dat de warmte-krachtinstallaties door de heffing wat minder rendement opleveren”. Toch zien hij en zijn collega Van Houwelingen (CDA), de woordvoerders van de coalitiepartijen tijdens het debat over de nieuwe wet volgende week, aanleiding voor een verfijning die neerkomt op een tijdelijk nul-tarief voor restbrandstoffen. “Het gaat mij daarbij louter om economische redenen”, legt Van der Vaart uit. “Deze heffingen lopen vooruit op een Europese belasting op CO (broeikasgas) en daarover zijn de lidstaten het nog niet eens. Daardoor zijn de lasten voor dit soort bedrijven nu hoog en is een ongelijke concurrentiepositie ontstaan tegenover het buitenland.”

Over de manier waarop de opbrengstenderving van 100 miljoen moet worden gecompenseerd, lopen de meningen tussen de coalitiefracties nog uiteen. Van der Vaart bepleit drie mogelijkheden die samen 70 miljoen opbrengen: een heffing op de energiewaarde van uranium, de brandstof voor kernenergie, afschaffing van het verlaagde tarief in de heffing voor het grootverbruik van aardgas en afschaffing van de korting op de heffing voor kolen die voor elektriciteitsopwekking worden gebruikt. Daardoor zou de lastenverlichting voor de chemie worden betaald uit een lichte verhoging van de elektriciteitsprijs. Kleinverbruikers zouden dan het grootste deel van de rekening betalen.

De regering vindt een uraniumheffing om technische redenen niet zo'n goed idee. Bovendien onstaat bij kernsplijting geen CODe twee andere PvdA-voorstellen maken wellicht meer kans. Afschaffing van de bestaande korting op de heffing voor grootverbruik van aardgas beantwoordt daaraan, want die korting “slaat voor 40 procent neer bij de Samenwerkende Elektriciteits produktiebedrijven (SEP)”, zegt Van der Vaart. De korting op de heffing voor kolen gaat zelfs voor 100 procent naar de SEP, want die is bedoeld als een premie voor ontzwavelingsinstallaties op kolencentrales.

Het CDA wil de financiering van het milieubeleid zo breed mogelijk spreiden, zegt fractielid Van Houwelingen. Zijn geestverwant G. Terpstra maakte gisteren tijdens de algemene financiële beschouwingen over de Rijksbegroting-1994 duidelijk dat zijn fractie niets voelt voor de heffing op restbrandstoffen en de afschaffing wil compenseren via de heffingen op grondwater en afval omdat deze niet "exportgevoelig' zijn.

    • Theo Westerwoudt