Terence Trent D'Arby verliest zich in trucjes en zingt hartstochtelijk vals; Het bovenlijf bloot en toch geen feest

Concert: Terence Trent d'Arby. Gehoord: 12/10 Vredenburg, Utrecht.

Een opgeprikte orchidee en een kolibrie in een opengesperde hand sieren de hoes van Symphony Or Damn, de derde cd van Terence Trent d'Arby. De Amerikaanse popzanger ziet zichzelf graag als een miskend genie, te delicaat om deel uit te maken van de harde muziekindustrie en gedoemd om onbegrepen te blijven door het grote publiek. Na het aanvankelijke succes van de bezielende popliedjes Wishing Well en Sign Your Name uit 1987, ging het album met de ongelukkig gekozen titel Neither Fish Nor Flesh ten onder in de al te hooggespannen verwachtingen. Ook het recente Symphony Or Damn is een overambitieuze plaat, waarop d'Arby zijn hoog opgestapelde ideeën maar nauwelijks kwijt kon.

Bij het Europese debuut van zijn tournee in het toch al niet erg publieksvriendelijke Vredenburg, leek het of hij de mensen de zaal uit wilde blazen. De bordjes "Nooduitgang' trilden en zelfs de aanhoudend piepende microfoon kon de geluidsman er niet toe brengen om de vervormde bastonen te temperen. Huurmuzikanten met hoeden en lange jassen spijkerden alles dicht met hun toetsenborden, jankgitaren en mechanische ritmes.

Het liefst laat Terence Trent d'Arby zich bekijken als een begeerlijke moderne soulzanger, die zijn songs krijgt ingefluisterd door de geest van Marvin Gaye en die de kwaliteiten van Prince en Al Green in zich verenigt. Van de laatste keek hij de kunst af om zijn bezieling kracht bij te zetten door hoge uithalen van zijn stem. Bij d'Arby is dat echter een uit de hand gelopen trucje geworden, waarbij hij hartstochtelijk vals uit de hoek kan komen. Vooral het gospelachtige Wishing Well werd ontsierd door misplaatste vocale acrobatiek, terwijl de monotone dreun van Succumb To Me gepaard ging met een impressie van een mager speenvarken.

Echt los kwamen de muzikanten niet, ook al stond de zanger al na een kwartier met ontbloot bovenlijf op het podium en moest een versie van KC & The Sunshine Band's Get Down Tonight een feeststemming suggereren. Pas toen d'Arby in een zilveren circuskostuum achter de piano plaats nam voor een betrekkelijk ingetogen finale, liet hij horen dat hij al die toeters en bellen niet nodig heeft. Juist de soul die in zijn beste liedjes zo onontbeerlijk is, kwam niet boven de herrie uit.

    • Jan Vollaard