Surinaamse zakenman genoemd in hasjzaak

AMSTERDAM, 13 OKT. Justitie onderzoekt de rol die een van de grootste Surinaamse rijst- en houthandelaren, S.G., zou hebben gespeeld in de organisatie van een hasjnetwerk dat zich uitstrekt van Singapore tot Canada. Dat bleek gisteren tijdens de behandeling van een grote hasjzaak voor de rechtbank van Amsterdam. Volgens de officier van justitie, mr. J. Valente, zal de Hindoestaanse zakenman nog worden gehoord. G. werd in augustus 1993 gearresteerd op verdenking van valsheid in geschrifte.

Het openbaar ministerie in Amsterdam heeft tijdens het onderzoek aan de justitiële autoriteiten in Willemstad gevraagd administratieve bescheiden in beslag te nemen van een maritiem transportbedrijf op Curaçao. G. is directeur van het bedrijf. Een gelijknamig maritiem transportbedrijf in Alkmaar wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de belading van een zeesleper die aan de kust van Canada hasj aan land probeerde te brengen.

Het openbaar ministerie in Breda liet vorig jaar beslag leggen op een bedrag van 17,4 miljoen gulden dat G. had gestort op rekeningen in Zwitserland. Het geld was volgens Justitie onttrokken aan het vermogen van de inmiddels failliete Femisbank. G. had het geld vlak voor het faillissement van de Femis-bank in Baarle-Nassau van zijn rekening gehaald. Via Luxemburg werd het geld naar Zwitserland overgemaakt. Tegen het beslag dat de Nederlandse justitie op dit bedrag legde heeft G. vergeefs geprocedeerd.

G. werd 24 september dit jaar door justitie voorlopig op vrije voeten gesteld, na betaling van een borgsom van één miljoen gulden. Hij moet zich dagelijks melden bij een politiebureau in Amsterdam. Valente deelde mee dat G. gisteren zijn paspoort heeft teruggekregen.

De hasjzaak is aangehouden tot 26 oktober. De rechter buigt zich over de vraag of het openbaar ministerie ontvankelijk is. Tijdens het onderzoek naar een hasjschip in de Amsterdamse haven in 1991 is door de douane gebruik gemaakt van valse processen verbaal.