Rauwe hoop contra besmuikt Oranje

ROTTERDAM, 13 OKT. Het gras is gemaaid, de kalklijnen zijn nauwkeurig aangedikt. De Kuip in Rotterdam ligt klaar voor de botsing der voetbalmogendheden. Grote, immense stadions kunnen tintelen als ze leeg zijn, voordat ze vollopen. Dan voel je de koorts, de spanning tussen hoop en vrees. Het Nederlands elftal moet vanavond van Engeland winnen om de kans te behouden op plaatsing voor het WK in de Verenigde Staten. Sinds de Tweede Wereldoorlog is dat Nederland maar drie keer gelukt.

De spanning in het Engelse kamp heeft het karakter van een natuurkracht. Geen volk dat zo nauw betrokken is bij de prestaties van het nationale voetbalelftal als het Engelse. Een land van hoop en glorie als er gewonnen is, van rouw, agressie en vandalisme als primaire reactie bij verlies.

Graham Taylor, de bondscoach, voldoet als cheerleader. Hij lacht, danst en springt, in de hoop dat de fans hem zullen volgen. Maar zijn boodschappenjongens van de pers zijn ongehoorzaam. “Kop op, lach, heel Engeland lacht, lach met ons mee”, probeert hij notoire kritikasters aan de vooravond van De Wedstrijd tot een positieve instelling te bekeren. Zijn oproep heeft iets naïefs, iets gênants, lijkt een wanhopige poging om kritiek in de kiem te smoren.

Zoals Taylor zingt, zingen zijn spelers: Laat de wereld zien dat we niet bang zijn, dat we aanvallen, dat we willen winnen. Zo anders is de Nederlandse stemming. Spanning in de zin van: wij mogen niet verliezen. Laconieke reacties van bondscoach Dick Advocaat op de Engelse opstelling. “Een beetje verdedigend, hè, die Engelsen”, geniet hij met iets van bluf in zijn stem. Hij zal zich niet aanpassen. Zijn opstelling heeft hij al weken in zijn hoofd. Verder zwijgt hij. Zijn spelers lachen besmuikt. Ze weten zich geen houding te geven in deze psychologische oorlog. Ze twijfelen tussen beschutting en openheid.

De westenwind wakkert aan tot storm als de Nederlandse selectie zich voor de laatste maal voorbereidt op het veld van SJC in Noordwijk. Vier televisieploegen bestormen het veld als de training voorbij is. Zomaar. Waarom? Omdat de spanning stijgt met het uur. Omdat Dennis Bergkamp misschien nu zeker weet dat hij zich goed voelt. Omdat Ronald Koeman misschien wel voelt dat het team er klaar voor is. Omdat John de Wolf misschien wel weet wie er meespelen. Duizend vragen en allemaal zullen ze straks belangrijk zijn.

Pag.23: Spelers smachten naar stress en heldendom; Engelsen spelen op karakter

De spelers gloriëren. Dit is toch waar ze als voetballer naar verlangen. Spanning, zenuwen, een topduel, het heldendom, Daarvoor zijn ze toch sportman geworden, hebben ze van hun enige hobby hun beroep gemaakt. En zoveel mensen die met hen meeleven, sommigen zelfs in hun onmiddellijke nabijheid. Daarvoor zijn ze toch in het Nederlands elftal gekozen.

Nederlanders voetballen conform hun karakter, Engelsen op karakter. Steve Coppell, voormalig Engels international en trainer van Crystal Palace schreef het gisteren in the Guardian op grond van de ervaringen die hij tijdens zijn verblijf in Nederland opdeed. “De filosofie van de Nederlanders is je van jongsaf aan te concentreren op techniek, meer dan op winnen.” Ze zijn geobsedeerd. “In Engeland wordt de jeugd opgeleid in opoffering, om te winnen ten koste van alles.”

Het Nederlandse voetbal noemt hij in taktische zin het meest geavanceerd. Individualisme is Nederlands sterkste kwaliteit, maar tegelijkertijd zijn Achilleshiel. Soms ontbreekt het aan kracht, de kracht van Cruijff, de kracht van Gullit. In het verleden, meent Coppell, zou een coach als Michels met zijn macht dergelijke tekortkomingen wel weten te compenseren. Maar met een coach als Advocaat, die slechts een brug dient te slaan tussen het bewind Michels en het bewind Cruijff op het WK, levert dat problemen op.

Hij adviseert Taylor zijn elftal ten aanval te laten trekken. Wanneer Nederland wordt gedwongen te verdedigen, zal het elftal fouten maken en dan zal Engeland winnen. Maar als Engelsen spelen om niet te verliezen, of willen gelijkspelen, dan geven ze het inititatief uit handen en zullen ze een prooi worden voor de Nederlanders.

Hij bespeurt zowaar angst onder de Nederlanders. Maar hebben ze dat niet altijd gehad? Voor dat ongecompliceerde, horzelige gedoe? Taylor laat zich niet uit over de tegenstander. Dat doet hij nooit. Maar hij belooft te zullen aanvallen. Om dezelfde reden als Coppell aangeeft. “Het is ook de enige manier waarop Engelsen kunnen spelen.” Dat willen de gewetensvolle volgers van de media wel geloven, wanneer hij dinsdag rond het middaguur in Rotterdam zijn opstelling prijsgeeft. Maar dan nog heeft hij het lef zijn team dat op glorieuze wijze een paar weken geleden met 3-0 van Polen won, op vijf plaatsen te wijzigen. Welk een wankelmoedigheid, wat een willekeur, wat een opportunisme!

Ferdinand, Pearce en Gascoigne zijn geblesseerd of geschorst. Maar waarom geen Jones, de rechtsback van Liverpool, en Wright, de topscorer van Arsenal? En wel Parker, Palmer en Merson? “Omdat dit het beste elftal is dat volgens mij Nederland aankan”, beweert Taylor. En hij zegt iets over ervaringen, mentaliteit en taktiek. Maar wat hij ook zegt, ze willen het niet begrijpen. En hij doet ten einde raad een beroep op het positivisme, op het nationale gevoel: God save the queen. Waar de fans thuis in hun armoe recht op hebben.

Taylor haat deze bijeenkomsten. Op het Europees kampioenschap in Zweden deed hij in zijn herinnering niets anders dan dit. Toch wekt hij de indruk te genieten. Hij geniet van deze koorts, die binnen een week van een aangename temperatuur tot tropische warmte is gestegen. Angstzweet stinkt, zijn zweet ademt frisse moed. Aan zoveel mensen wil hij zijn vastberadenheid vertellen. Om zijn goede wil te tonen. Hij is een man om van te houden en om te haten, je favoriete schoolmeester. Je ziet het Paul Ince, de talentvolle Engelse middenvelder, denken wanneer hij achterin de zaal lacht om de zelfbevlekking van zijn bondscoach.

Exploderende spanningen overheersen deze confrontaties naar mate de wedstrijd nadert. Lawaai, geestdrift en agressie zoals voetbalwedstrijden in de Engelse competities. Misschien is het de Engelse taal, de enige voetbaltaal, de manier waarop Engelsen over voetbal praten, waarop ze het beleven die het Engelse voetbal nog altijd zoveel aanzien geeft. Voetbalkoorts is een Engelse ziekte, dezer dagen met volle kracht overgewaaid naar Nederland.

De Kuip is stormrijp. Nederland houdt zijn hart vast.

    • Guus van Holland