Printshop stuit op grenzen van de groei

BREUKELEN, 13 OKT. De ongebreidelde groei van het aantal printshops, winkels die kleurenfoto's binnen een uur ontwikkelen en afdrukken, is voorbij. Steeds meer andere winkels bieden tegenwoordig een vergelijkbare dienst en de vraag ernaar groeit niet meer. In die stagnerende markt zoeken de printshops naarstig onderscheid van "branche-vreemde' concurrenten.

Hoewel de printshop inmiddels tot het vertrouwde winkelstraatbeeld behoort, was hij tien, vijftien jaar geleden een relatief nieuw fenomeen. Dat verklaart volgens Hans Langemeijer, directeur van 1 Hour Super Photo, de grootste printshopketen in Nederland, het uiterlijk van veel printshops. “Om duidelijk te maken wat voor diensten een printshop levert, staat de ontwikkelmachine vaak prominent in het zicht en hebben de winkels een laboratoriumachtige uitstraling.” Volgens hem is een dergelijke profilering niet meer nodig: “De klant weet nu wat hij kan verwachten.”

Langemeijer is daarom vorig jaar begonnen met het "restylen' van de circa tachtig vestigingen van 1 Hour Super Photo (samen goed voor 42 miljoen gulden omzet). De inrichting wordt door het gebruik van zwart, wit en metallic grijs strakker. Bovendien moeten een parketvloer, een zitje en een kinderhoek met videospeler de klanten overhalen wat langer te blijven - in de hoop dat ze niet alleen een nieuw filmpje kopen, maar ook een foto-album of videoband aanschaffen.

Het aantal printshops is de afgelopen tien jaar enorm gestegen. Tegenwoordig telt Nederland er zo'n 450, waarvan bijna de helft is aangesloten bij een van de vijf grotere ketens. Voor hun inkomsten zijn de èchte printshops vrijwel geheel afhankelijk van ontwikkel- en afdrukwerk.

In de jaren zeventig domineerden de grootlabs, ontwikkel- en afdrukcentrales waarin alle fotorolletjes werden afgewerkt, de zogenoemde fotofinishing-markt. Vrijwel elk kleurenfilmpje kwam daar via de fotospeciaalzaak terecht. Aanvankelijk bestond de enige concurrentie uit (Engelse) postorderbedrijven.

De komst van het minilab, een kleine machine die filmpjes snel (vaak binnen een uur) kan ontwikkelen en afdrukken, had ingrijpende gevolgen. Het minilab, waarvan de kwaliteit almaar steeg en de prijs afnam, maakte de snelle opkomst van de printshops mogelijk. Consumenten bleken bereid iets meer te betalen voor een foto die binnen een uur wordt afgedrukt.

Volgens de Commissie Ontwikkeling Bedrijven (COB) van de Sociaal-Economische Raad (SER), een onderzoeksbureau dat branches doorlicht, wisten de printshops in een luttel aantal jaren een marktaandeel van bijna 20 procent te veroveren. De totale markt was in 1990 zo'n 750 miljoen gulden groot. Behalve de printshops schaften ook warenhuizen (Hema) en sommige fotospeciaalzaken minilabs aan.

Niet alleen de snelle service sloeg aan. Volgens Langemeijer wordt ook het feit dat filmpjes het pand niet verlaten, waardoor de kans op zoekraken gering is, als voordeel onderkend. “Verder is de kwaliteit hoog omdat de foto's individueel worden beoordeeld”, meent hij.

De Nederlandse en buitenlandse grootlabs, die hun marktaandeel zagen krimpen, zochten nieuwe wegen om werk binnen te halen. Via supermarkten, drogisterijen en tabakswinkels, die de filmrolletjes voor hun innemen, hebben ze hun positie verstevigd. Lage prijzen zijn een ander wapen. Uit recent onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat de prijzen per afdruk (inclusief ontwikkelen van een rolletje met 24 opnamen) variëren van 50 tot 83 cent. De kwaliteit is, volgens de Consumentenbond, over het algemeen redelijk tot goed, maar wie voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, moet niet te hoge eisen aan de kwaliteit van de foto stellen.

Langemeijer weet wel waarom drogisterijen en andere zaken graag optreden als voorpost van de grootlabs: “Mensen komen per rolletje twee tot drie keer over de vloer en zullen dan geneigd zijn impulsprodukten te kopen. Bovendien zijn de marges op ontwikkelen en afdrukken relatief hoog en hoeven de winkels geen voorraden aan te houden.”

Pag.18: Zakelijke markt voor "snelle foto' moet voor groei zorgen

Langemeijer verwacht dat het aantal branchevreemde aanbieders verder groeit. “Shell-tankstations verkopen tegenwoordig fotorolletjes. De volgende stap is ontwikkelen en afdrukken.”

Bovendien kunnen steeds meer andere zaken dan printshops, naarmate de minilabs kleiner en goedkoper worden, het afdrukken van foto's binnen een uur aanbieden als extra service. Al deze aanbieders azen op de 20 miljoen filmrolletjes (3,5 per huishouden) die jaarlijks worden volgeschoten. Nederland blijft daarmee overigens ver achter bij de VS, waar een gezin jaarlijks twaalf rolletjes voor zijn rekening neemt.

Intussen trachten de printshops hun afhankelijkheid van ontwikkelen en afdrukken te verkleinen. “We willen additionele omzet halen met produkten die verwant zijn met fotografie. Met de nieuwe inrichting willen we laten zien dat we meer te bieden hebben dan de 1 uurs-service”, aldus Langemeijer.

De stagnatie van de markt heeft nog andere gevolgen: tweedehands minilabs die op de markt komen kunnen de marges onder zwaardere druk zetten. Langemeijer ziet dit echter niet als een bedreiging. “Die machines voldoen niet meer aan de eisen en ze zijn erg in trek in het Oost-Europa.”

Voor de printshops is dat een gunstige ontwikkeling. Want het aanbod aan werk neemt eerder af dan toe. Het aantal consumenten dat bereid is enkele dubbeltjes meer te betalen voor een foto die binnen een uur is afgedrukt groeit niet meer. Sterker, onder druk van de economische malaise neemt hun aantal zelfs wat af.

Daarnaast neemt het aantal ingeleverde rolletjes af omdat steeds meer mensen hun camera's laden met rolletjes van 36 in plaats van 24 opnamen.

Als ergens nog groei mogelijk is, aldus Langemeijer, is dat op de zakelijke markt. Juristen en verzekeraars gebruiken foto's steeds vaker als bewijsmateriaal, constateert hij, en makelaars kunnen niet meer zonder kleurenfoto's van de panden die ze in de aanbieding hebben.

De opkomst van allerlei technologische nieuwtjes op fotogebied - foto's op CD, kleurenkopieën, scanning, beeldmanipulatie met een pc - volgt Langemeijer met belangstelling. Sommige ervan test hij zelfs uit voor leveranciers. Hij verwacht echter niet dat deze nieuwe media de traditionele foto zullen verdringen. “Een foto is emotie. Een plaatje op tv kan die emotie niet overbrengen. Wat voor technologische vondsten er ook worden gedaan, mensen zullen altijd blijven fotograferen en het resultaat daarvan afgedrukt willen zien.”

Behalve als het regent.

Het slechte weer van de afgelopen maanden zit alle leveranciers van foto-artikelen dwars. Elke dag dat de zon niet schijnt, is een verloren dag voor de fotobranche. “Er is geen sprake van een inhaaleffect”, zegt Langemeijer. “Mensen maken geen extra foto's als de zon weer gaat schijnen.”