Peronisten geven kopjes aan de oppositie voor wijziging grondwet

BUENOS AIRES, 13 OKT. De Argentijnse peronistische partij van president Carlos Menem heeft het idee laten varen om een referendum te houden over een wijziging van de grondwet, waarin onder meer het huidige verbod op herverkiezing van een president wordt opgeheven. In plaats daarvan willen de peronisten nu proberen een parlementaire meerderheid te vinden voor een grondwetswijziging. Die hopen zij te bereiken door politieke concessies te doen aan de belangrijkste oppositiepartij, de UCR van oud-president Raúl Alfonsn.

Achtergrond van deze opmerkelijke koerswijziging is de stembusuitslag van vorige week. De peronistische Partido Justicialista (PJ) behaalde daarbij landelijk gezien weliswaar ruim 41 procent van de stemmen, maar dat resultaat wordt vooral beschouwd als blijk van waardering voor het beleid van Domingo Cavallo, Menems minister van economie. Die wordt immers verantwoordelijk gehouden voor het economisch herstel dat Argentinië na jaren van inflatie en stagnatie nu doormaakt. Maar in een referendum dat uitsluitend zou gaan over de grondwetswijziging - en Menems aspiraties voor een tweede ambtstermijn vanaf 1995 - zou de uitslag wel eens aanmerkelijk minder gunstig kunnen zijn, zo vreest men thans in regeringskringen. En dat zou de stembusoverwinning in een klap teniet doen.

Daags na de verkiezingen hing het centrum van Buenos Aires vol met affiches die verkondigden dat over de voorgenomen grondwetswijziging “niet onderhandeld wordt”. En boven het moorddadige verkeer wuifden spandoeken met “Menem 1995 S” in de zoele wind. De peronisten houden ongewijzigd vast aan hun wens, maar intussen geven zij nu kopjes aan de oppositie.

De "radicale' UCR - overigens net zo weinig "radicaal' als het neo-liberale menemisme "peronistisch' - laat voorlopig in het midden of zij bereid is tot concessies; verkenners van beide kampen hebben alleen nog maar aan elkaar gesnuffeld. Woensdag komen de nationale partijraden van UCR en PJ bijeen, die een officieel standpunt zullen bepalen.

Maar reeds nu is duidelijk dat een akkoord zal leiden tot nieuw politiek tumult. De meest invloedrijke factie binnen de PJ heeft namelijk onder meer voorgesteld om de UCR enkele nieuwe leden in het Hooggerechtshof te laten aanwijzen. Het hoogste rechstorgaan - waarin Menem zes van de negen rechters heeft benoemd - zou daarmee een “evenwichtiger afspiegeling van de politieke krachtsverhoudingen” te zien geven.

Het Hof reageerde zoals verwacht getergd. “Wij zijn geen wisselgeld”, verklaarde de president van het Hof, Antonio Boggiano, ijzig. De rijkgeschakeerde politieke pers steunt hem daarin unaniem; de rechterlijke macht hoort volstrekt onafhankelijk te zijn en geen “verlengstuk” van de wetgevende en uitvoerende macht (parlement respektievelijk regering). Politieke benoemingen in het Hof betekenen “een alarmerend onbegrip” voor de trias politica, aldus de gezaghebbende krant La Nación.

Maar met die provocatie heeft Menems PJ-factie nog een ander doel dan het lijmen van de oppositie. Het is een frontale aanval op het Hooggerechtshof. Het huidige Hof is namelijk gekant tegen een parlementair "vluggertje' om een grondwetswijziging tot stand te brengen. Het eist dat daartoe een meerderheid van tweederden in het volledige parlement bestaat. De menemisten menen echter dat tweederden van de aanwezige parlementariërs die al kunnen goedkeuren, een situatie die aanmerkelijk gunstiger perspectieven biedt, omdat de PJ en haar bondgenoten ook na de verkiezingen nog geen tweederden van het aantal zetels hebben. Een Hof in nieuwe samenstelling zou hen daarin wellicht wel steunen.

De aanval is niet bij voorbaat kansloos, omdat een eerdere manoeuvre van de PJ het Hof vlak vóór de verkiezingen in diskrediet heeft gebracht. Toen verklaarden twee rechters van het Hof - beiden niet door Menem benoemd - dat hun collega's onder druk van de peronisten een (nog niet openbaar gemaakt) vonnis hadden verdonkeremaand. Dat vonnis bepaalde dat de centrale bank van Argentinië honoraria moet betalen aan advocaten van bedrijven die failliet zijn verklaard. Dat zou een potentiële schadepost betekenen van elf miljard dollar, omdat dergelijke honoraria volgens de Argentijnse wet worden uitgedrukt in een percentage van het totale bedrag dat met de faillissementen is gemoeid.

Domingo Cavallo - niet toevallig door de senator Eduardo Menem, broer van de president, attent gemaakt op de consequenties - reageerde als door een wesp gestoken. Elf miljard onttrekken aan de tegoeden van de staat zou het fundament onder zijn stabilisatieplan weghalen, verklaarde hij. En de twee rechters in kwestie waren zelf “corrupt” en “dieven” en één van hen zou zelfs betrokken zijn bij een moord.

De bewijzen waarmee Cavallo zei zijn beschuldigingen te zullen staven zijn er niet gekomen. De twee rechters hebben inmiddels een strafklacht wegens belediging tegen hem ingediend. En het Hooggerechtshof heeft de gelederen even gesloten: het ging om “een misverstand”; het oorspronkelijke vonnis is weer terecht en wordt van kracht. Cavallo kan slechts tandenknarsen.

De menemisten sloegen hiermee twee vliegen in een klap. Ten eerste heeft het Hof zijn imago van onpartijdigheid voor het oog van de natie aanmerkelijk verzwakt, een toestand die hier inmiddels de “juridische onveiligheid” is gaan heten. En hoewel de leden van het Hof individueel te kennen hebben gegeven niet te zullen aftreden om de affaire, is dat in de nabije toekomst niet uitsloten, wat de weg zou vrijmaken naar een samenstelling die gunstiger is voor de grondwetshervormers.

Ten tweede moet Cavallo, mocht hij in 1995 nog willen meedingen naar het presidentschap van zijn land, die ambitie voorlopig inslikken. Zijn medewerkers en belangrijke Argentijnse ondernemers zeggen dat Cavallo - die reeds was aangeslagen door het falen van zijn verkiezingscampagne in de belangrijke deelstaat Cordoba - zich nu maar moet beperken tot de technische aspecten van zijn economische programma. Want in de alledaagse politieke arena is hij een risicofactor van belang. Dat is precies de positie waarin Menem hem wil hebben: met Cavallo op economie is zijn eigen kans op een tweede termijn het grootst.

Intussen dringt voor Menem wel de tijd. Hij kan zich geen vertraging permitteren bij de aanstaande onderhandelingen, omdat dat het schema bedreigt van parlementaire goedkeuringen, en de verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering in maart 1994, die haar werk uiterlijk in augustus 1994 moet afsluiten. En vertraging zal er komen. Voor het geval de onderhandelingen tegenzitten, of de weerstand van enkele andere "presidentiabelen' binnen de PJ te groot is, heeft de listige Menem al aangekondigd een “tijdelijke verlenging” van zijn mandaat te willen overwegen.