Nog een week smakeloze happen

ROTTERDAM, 13 OKT. De kanshebbers in de Whitbread-zeilrace om de wereld zijn de evenaar gepasseerd. De schepen meerderen vaart en de vliegende vissen raken niet meer verdwaald op het dek. Het verse voedsel is na zeventien dagen op zee al lang op. In een vaste volgorde dienen steeds dezelfde gevriesdroogde menu's zich aan. Nog tien dagen. Verwacht wordt dat de winnaar van de eerste etappe, die op 25 september begon in het Engelse Southampton, op 22 oktober in Punta del Este in Uruguay zal aankomen.

De New Zealand Endeavour, een maxi met Grant Dalton aan het roer, bereikte het zuidelijk halfrond als eerste in de nacht van maandag op dinsdag een half uur na middernacht. De favoriet in de maxi-klasse (25 meter lange schepen) werd op minder dan drie uur gevolgd door de eerste, kleinere W-60 (18 meter): de Tokio van schipper Chris Dickson, die eveneens uit Nieuw-Zeeland komt. De drie Nederlanders die meedoen maken nauwelijks kans op de etappe-overwinning. Bouwe Bekking (Winston) ligt vijfde, Marcel van Triest (Intrum Justitia) zevende en Peter Tans (Brooksfield) dertiende. De vloot nadert de kust van Brazilië.

De schepen, die in totaal bijna zestigduizend kilometer afleggen in zes etappes, zullen de komende maanden doorbrengen op het zuidelijk halfrond, waar ze vaart kunnen maken in de roaring forties, een strook rond de veertigste breedtegraad in de zuidelijke oceanen waar de depressies elkaar in hoog tempo afwisselen en de wind harder blaast dan de afgelopen dagen het geval was. De jachten hebben net het saaiste deel van de wedstrijd, de zogenoemde doldrums, het windstiltegebied rond de evenaar, achter de rug.

“Na de stress van de doldrums”, faxte koploper Dalton naar wal: “zijn we eindelijk weer in de juiste stemming. Niemand betreurt het dat we dit hoofdstuk hebben kunnen afsluiten.” De snelheden stegen van een paar mijl per uur naar tien tot twaalf mijl. “Het is vreselijk warm en vochtig, zelfs 's nachts”, lieten de zeilers van de Britse Dolphin & Youth weten. De lucht was 25 graden, het zeewater 27 graden. “Er landt een overvloed van vliegende vissen op het dek. We dachten er aan om ze te op te eten, maar ze bleken te veel te stinken.”

Alle zeilers snakken naar afwisseling in hun voedselpakket. En dat soort kleine ongemakken steekt vooral de kop op wanneer het vrijwel windstil is en de geest niet wordt afgeleid door snelheid, het zeilwisselen en overslaande golven. De taak van de kok is zo ondankbaar dat op de Whitbread-jachten de bemanningsleden om de beurt de warme maaltijden moeten bereiden, zodat niet steeds dezelfde de schuld krijgt van de smakeloze hap.

Voor de eerste paar dagen nemen de boten wat vers voedsel mee van wal. Om gewicht te besparen - bergbeklimmers zitten met hetzelfde probleem - is voor de rest van de reis al het eten gevriesdroogd. Voor elf man in een etappe van dertig dagen volstaat 350 kilo. Aan de maaltijden - vergelijkbaar met aardappelpureevlokken - is al het water onttrokken. Het wordt aangelengd met zeewater dat door een watermaker van zout en smerigheid is ontdaan. De meeste boten hebben zich bij de bevoorrading laten bijstaan door deskundigen. De Intrum Justitia heeft het pakket laten testen en samenstellen door de universiteit van Uppsala. Alle vitaminen en mineralen zijn aanwezig. “Het smaakt nergens naar. Maar het zijn mijn gezondste maanden van het jaar”, vertelde Marcel van Triest voor de start.

    • Remmelt Otten