Nobelprijs natuurkunde naar de VS

STOCKHOLM, 13 OKT. De Nobelprijs natuurkunde 1993 is vandaag toegekend aan de Amerikanen Joseph H. Taylor en Russell A. Hulse, beiden van Princeton University. Zij krijgen de prijs, groot 6,7 miljoen Zweedse Kronen (ca. 848.000 dollar) voor hun ontdekking in 1974 van de eerste binaire pulsar. Het belang van deze ontdekking is dat ze een indirecte aanwijzing levert voor het bestaan van zwaartekrachtsgolven.

Hulse (42) is onderzoeker aan het plasmafysica-laboratorium van Princeton University , Taylor (52) als hoogleraar verbonden aan de vakgroep natuurkunde. In 1974 ontdekten Taylor en Hulse (Taylors toenmalige onderzoeksassistent)met de 300-meter radiotelescoop in Aricebo in Puerto Rico de eerste binaire of dubbel-pulsar. Uit het gedrag van het signaal konden ze afleiden dat de pulsar die ze waarnamen vergezeld moest zijn van een ongeveer even zware metgezel.

Pulsars, zeer snel om hun as wentelende neutronensterren, zijn restanten van opgebrande en ineengestorte sterren. Ze hebben een massa minimaal anderhalf maal zo groot als die van de zon, maar geheel geconcentreerd in een bol met een straal van zo'n 10 kilometer. Omdat ze zo snel draaien en hun radio straling maar in twee richtingen uitzenden, zijn ze voor de radio-astronoom zichtbaar als een soort kosmische vuurtorens. De eerste pulsar werd ontdekt in 1967.

Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein moet een dergelijk binair systeem zwaartekrachtsgolven uitzenden, ongeveer op de zelfde maniwer als twee bewegende elektrische ladingen elektromagnetische straling uitzenden. De binaire pulsar van Hulse en Taylor is dus een soort ruimte-laboratorium waarin Einsteins voorspelling kon worden getest. Taylor wist in 1978 een dergelijk relativistisch effect waar te nemen, in 1990 is dit door andere ook aan een andere binaire pulsar gedaan.