Niet wijzigen Mediawet is in het belang van de commercie

De centrale doelstelling in de voorstellen van minister d'Ancona tot wijziging van de mediawet is versterking van de publieke omroep. In commentaren in dag- en weekbladen valt het op dat de juridische adviseurs van de commerciële omroep als eersten hun mening over het voorstel hebben gegeven: mr. P. van der Kroft die de commerciële radio adviseert in het septembernummer van Broadcast Magazine en mr. E. Dommering, juridisch adviseur van RTL 4 en 5, die op 6 oktober in NRC Handelsblad aan het woord kwam.

Het boeiende van beide commentaren is dat zij het voorstel van de minister lijken te toetsen aan het criterium of er inderdaad sprake is van versterking van de publieke omroep. Beide adviseurs van de commerciële omroep komen tot de conclusie dat het wetsvoorstel niet zou moeten worden aangenomen, omdat het de publieke omroep niet zou versterken. Nu is het op z'n zachtst gezegd wat merkwaardig dat juridische adviseurs van de commerciële omroep zich geroepen voelen om wetsvoorstellen te beoordelen op hun positieve werking voor de publieke omroep. Zij hebben immers de opdracht aanvaard om regelingen te beoordelen op hun positieve effecten voor de commerciële omroep.

Het is dus van groot belang de commentaren van de beide heren met de nodige scepsis te lezen; beiden zeggen in feite dat de publieke omroep het maar met de huidige Mediawet moet blijven doen. Maar als één ding duidelijk is, dan is het wel dat de huidige Mediawet de publieke omroep onvoldoende mogelijkheden biedt om succesvol te opereren in de media-oorlog die woedt in Nederland en in Europa.

Laat ik duidelijk stellen dat men van mij, als adviseur in dienst van de publieke omroep, mag verwachten dat ik inderdaad het belang van de publieke omroep dien. Daar kan geen enkel misverstand over bestaan. Ook zal het duidelijk zijn dat versterking van de publieke omroep tot gevolg heeft dat de ruimte voor de commerciële omroep in Nederland wordt ingeperkt.

Tegen die achtergrond is het heel begrijpelijk dat de juridische adviseurs van de commerciële omroep graag de bestaande situatie gecontinueerd willen zien: de commerciële omroep kan zich daarin immers zo goed ontwikkelen.

Van der Kroft beweert dat de oude structuur in stand wordt gelaten en de overheid in huis wordt gehaald, en dat om die reden het wetsvoorstel zou moeten worden verworpen. Dommering beweert dat de nieuwe mogelijkheden die het nieuwe wetsvoorstel biedt tot desintegratie leiden, en beweert bovendien dat de vrijheid van meningsuiting wordt ondergraven door het wetsvoorstel. De werkelijkheid is dat de minister in het wetsvoorstel de bestuurlijke structuur voor de publieke omroep aanpast; netbesturen introduceert en daardoor de besluitvorming op netniveau sterk verbetert en een verbeterde structuur voorstelt voor de programma-coördinatie op en tussen de netten, waardoor de presentatie kan verbeteren.

De herstructurering van de NOS-organisatie dient te worden geplaatst tegen de achtergrond van het kiezen voor de televisienetten als centraal onderdeel van het televisiedeel van het omroepbestel. Door de bestuurlijke samenstelling en de bestuurlijke organisatie is de onafhankelijkheid van de programmaverzorging zowel van de nieuwe NOS als van de nieuwe programmastichting volledig gewaarborgd. Het wekken van de suggestie dat de overheid de berichtgeving in handen zou nemen, is volkomen uit de lucht gegrepen. De nieuwe procedure rond de vaststelling van de meerjarenstrategie van de publieke omroep stimuleert en waarborgt een verbeterde samenwerking in het bestel en zal daardoor de slagkracht van de publieke omroep vergroten.

In feite ondersteunt het wetsvoorstel het reeds binnen het bestel in gang gezette veranderingsproces. Het is bij veranderingsprocessen in alle grote organisatievormen zo, dat zij een breed draagvlak behoeven, willen zij effectief kunnen worden doorgezet. Ook hebben zij een adequate en inspirerende begeleiding nodig. In het wetsvoorstel vindt men daar de instrumenten voor terug. In de nieuwe topstructuur wordt het besturen per radio- en televisienet sterk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie.

Bij dat alles is het essentieel dat voldoende randvoorwaarden blijven bestaan voor de financiering van het publieke bestel. Dat zou betekenen dat de huidige mogelijkheden van de STER nog wat zouden moeten worden verruimd en een modernere sponsorregeling wordt geïntroduceerd dan thans bij de Tweede Kamer voorligt.

Een publieke omroep dient in staat te blijven om 35 à 40 procent van zijn financieringsmiddelen aan de markt te ontlenen. Die mogelijkheid maakt de publieke omroep niet commercieel, zoals Dommering ten onrechte beweert, maar slagvaardig in een marktsituatie en voorkomt dat de commerciële omroep in ons land een overheersende, ja zelfs dominante positie zal gaan innemen.

Het is niet het probleem of het Mediawetsvoorstel wel voldoende mogelijkheden voor versterking van de publieke omroep aanreikt, want met een paar aanpassingen wordt dat gerealiseerd. Het echte probleem is dat door niets te doen in Nederland de commerciële omroep snel verder kan oprukken en wij binnen enkele jaren met een commercieel omroepmonopolie in de televisie- en radiosfeer zullen zitten. De kijkers en luisteraars zijn daarvan de dupe; en daarmee de Nederlandse samenleving; en zoals Dommering het formuleert, het prestige van de democratische besluitvorming in Nederland. Door te suggereren dit wetsvoorstel maar in de ijskast te stoppen, adviseren beide juridische adviseurs van de commerciële omroep in feite de publieke omroep verder te verzwakken en de commerciële omroep verder te laten groeien.

Het is van belang dat de Tweede Kamerleden deze voor de hand liggende truc doorzien en meewerken aan een vlotte afhandeling en invoering van een verbeterde Mediawetgeving die leidt tot versterking van de publieke omroep in ons land.

    • B. Geersing