Kroaten, Serviërs, moslims - iedereen wil nu weg; "Sarajevo's raja heeft de strijd verloren'

SARAJEVO, 13 OKT. “Het Sarajevo waar ik voor gevochten heb, bestaat niet meer”, zegt de jonge oorlogsinvalide Zeljko, strijder van het eerste uur, april 1992, toen Servische eenheden een poging deden de stad voor meer dan de helft te bezetten. Hoewel zelf Serviër, vocht hij maandenlang enthousiast mee voor Bosnië's hoofdstad en tegen de Servische nationalisten, om te verhinderen dat Sarajevo, smeltkroes van culturen, in een Servisch en een moslim-getto zou worden opgedeeld.

Nu, voor de rest van zijn leven invalide, ziet hij dat alsnog gebeuren, meent hij. “Ze zullen er hier in het centrum wel een moslim-stad van maken, voor mensen als ik is hier geen plaats meer. Wij, de raja (stadsvolk, red.) van Sarajevo, hebben de strijd verloren”.

Nu de politieke top van de moslim-partij SDA het jongste vredesplan van de hand heeft gewezen en vastbesloten lijkt de oorlog voort te zetten, lijkt de bevolking van Sarajevo in diepe somberheid gedompeld. Er zijn kleine tekenen van normalisatie in het leven van de stad: uitgebrande trams worden weggesleept, bovenleidingen onder bescherming van pantserwagens van de VN hersteld. In Praag zijn tien gepantserde tramwagons besteld, de bedoeling is binnenkort weer enige vorm van openbaar vervoer tot stand te brengen. Hier en daar worden nieuwe koffieshops of restaurants geopend. De eigenaar van elke nering moet vijfduizend Duitse mark afdragen aan de plaatselijke mafia, voor bescherming.

Maar het vermag niet de raja van Sarajevo op te beuren. “Wat er met de mensen gebeurt, kan ze niet schelen”, meent een oudere moslim. “We zijn verloren, ons wacht alleen nog honger en kou”, zegt een ander. “Veel mensen die geen weg weten om de stad te verlaten, willen nu eigenlijk maar het liefste dood. Het ergste is nu de onzekerheid, wat hebben ze met ons voor?”, zegt een oudere vrouw. Op de terrasjes van de reeds geopende koffieshops, waar Sarajevo's "gouden jeugd' voor D-marken espresso's drinkt, zijn de tot nu toe populairste gespreksonderwerpen - wapens en munitie, wie dood of gewond is - definitief vervangen door de vraag is, wie de stad al heeft verlaten en wie dat nog wil. Moslim, Serviër of Kroaat - het maakt niet uit, bijna iedereen wil alleen nog maar weg.

De weg naar buiten is echter slechts voor weinigen open. Vooral wie geen Serviër of Kroaat is, moet een bedrag van duizenden marken neertellen, niet alleen voor het doorbreken van de Servische omsingeling, maar vooral ook om de politie van Sarajevo zelf tevreden te stellen.

Uit het negentiende-eeuwse regeringsgebouw waar president Alija Izetbegovic en de andere moslim-leiders hun gebarricadeerd bestaan leiden, ogenschijnlijk ver verwijderd van de bevolking in haar dagelijkse strijd om een beetje eten en een beetje warmte, waaien kille winden. In een gesprek met internationale parlementariërs hebben Izetbegovic en zijn plaatsvervanger Ejup Ganic deze week opnieuw gesuggereerd, dat huns insziens het Bosnische conflict moet worden uitgebreid tot de Sandzak, een aan Bosnië grenzend gebied in Servië waar veel moslims wonen. Als Bosnië wordt opgedeeld in etnische republieken, dan moet dat ook voor Servië gelden, aldus hun redenering, die schijnbaar aansluiting zoekt bij het voornemen van de internationale bemiddelaars David Owen en Thorvald Stoltenberg, tot een vredesregeling voor het gehele territorium van ex-Joegoslavië te komen.

De leiders in Sarajevo willen een internationale conferentie over ex-Joegoslavië, waarin behalve de zaak-Bosnië-Herzegovina ook de opdeling van Kroatië en Servië - hun voornaamste vijanden - aan de orde kan worden gesteld.

Tegelijkertijd bezingen de door de moslim-partij gecontroleerde staatsradio en -televisie dagelijks de lof van het door Sarajevo gecontroleerde “leger van Bosnië-Herzegovina”, ten teken dat er met deze gewapende macht niet langer te spotten valt. “Wat we veroveren is zeker van ons, over de rest kan onderhandeld worden”, is een dagelijks terugkerende leus. In militaire televisieprogramma's, en die zijn er vele uren per dag, vertellen legercommandanten over hun plannen om thans door Serviërs bezette steden als Banja Luka of Sanski Most te heroveren. Voorshands blijven de successen echter beperkt tot de strijd tegen de Kroatische HVO, die veel zwakker is dan het Servische leger.

Dit nieuwe militaire zelfvertrouwen aan moslim-zijde - door buitenlandse waarnemers nog veelal als min of meer suicidaal beschouwd - blijft geenszins beperkt tot het verloop van de strijd tegen de Servische en Kroatische vijanden, maar heeft ook een intern aspect. Vooral de manier waarop de troepen van Sarajevo thans gewapenderhand een einde maken aan het door de grotendeels ongewapende bevolking gesteunde autonomiestreven in de enclave Bihac in noord-west-Bosnië, boezemt alom schrik in. Radio- en televisie bezingen dagelijks in bloemrijke termen de overwinning van Sarajevo's troepen in dit gebied. De plaatselijke moslim-leider Fikret Abdic, die door een wankele verstandhouding met de Servische en Kroatische machten in zijn regio het gebied tot nu toe voor oorlogshandelingen had weten te bewaren, wordt afgeschilderd als een handlanger van de vijanden.

Dat Abdic al jaren een politieke rivaal van Izetbegovic is en dat zijn meer gematigde lijn ook in Sarajevo in brede kring sympathie geniet, komt daarbij niet aan de orde. Ook anderen binnen niet door Servische of Kroatische troepen veroverd en etnisch gezuiverd gebied, beginnen zich nu ernstig zorgen te maken over hun toekomst. Dat geldt met name voor burgemeester Beslagic van de stad Tuzla, die niet tot Izetbegovic' SDA behoort en al eerder problemen heeft gehad met vanuit Sarajevo geleide militairen, die meer militaire actie en meer bevoordeling van de moslims binnen het stedelijk gebeuren van hem eisten.

Ook in Sarajevo, waar de bevolking sinds mensenheugenis prat gaat op een probleemloze samenleving van moslims, Serviërs, Kroaten en anderen, begint menigeen zich nu buitengewoon onbehagelijk te voelen. De sluipende bezetting van allerlei stedelijke posten met SDA-leden was een van de eerste tekens, evenals de vervanging van de oude rais (geestelijk leider van de moslims) door de meer militante Mustafa Ceric. Er bestaat een duidelijke aandrang van overheidswege, in het in kelders hervatte lager onderwijs meer aandacht aan islam te besteden. In televisieprogramma's wordt steeds meer de nadruk gelegd op de centrale rol van het moslim-volk in Bosnië, dat wegens zijn geloof, en in het kader van een internationale samenzwering, dreigt te worden uitgeroeid. De enige echte bewoners van Bosnië, zo luidt de nieuwe doctrine in de regeringsmedia, zijn de moslims.

De manier waarop de SDA vorige maand de afwijzing van het internationale vredesplan inkleedde deed voor menigeen de deur dicht. Voorafgaande aan de zitting van het formeel multinationale parlement, vond die afwijzing in feite plaats in een vergadering van regime-getrouwe moslim-notabelen, de speciaal voor deze gelegenheid gecreëerde Bosnjacki Sabor. Deze vergadering ging wel akkoord met de gedachte van de schepping van drie etnische staten in Bosnië-Herzegovina, maar wees de voorgestelde territoriale verdeling af, inclusief de bijzondere status van Sarajevo als "open stad'.

De tijd van de multinationale raja, waarvan velen lijf en leden veil hebben gehad voor de verdediging van de stad tegen de nationalistische vechtersbazen in de bergen, is voorbij. Waar vroeger niemand zich bezig hield met 's buurmans nationaliteit, blijkt nu iedereen die plotseling te weten. De niet-moslims van Sarajevo beginnen zich onwelkom te voelen en zelfs de moslims van Sarajevo willen eigenlijk liever weg.

“Vluchtelingen nemen hier de zaak over”, meent een moslim over de naar schatting 120.000 meerendeels door de Serviërs uit Oost-Bosnië verdreven moslim-dorpelingen, wier aanwezigheid in Sarajevo, op een totale bevolking van naar schatting 350.000, hoe langer hoe meer het straatbeeld bepaalt. Waar de gemiddelde inwoner van Sarajevo zich het leven zonder een borreltje op zijn tijd niet zou kunnen voorstellen, zijn deze vluchtelingen strenger in de leer. “Die uit de buurt van Foca en Rogatica zijn het ergst”, meent een inwoner van de stad.

Nog weerklinken er geen gebeden van de minaretten in Sarajevo. Dreigende vijandelijkheden in de stad tussen moslim-eenheden van het leger en de HVO van Sarajevo - in naam een Kroatische strijdmacht die echter voor het grootse deel uit stedelijke moslims bestaat - zijn begin op het laatste moment afgewend, mede dankzij de vredesmacht van de Verenigde Naties die zich met tanks tussen de partijen op de lijn van confrontatie opstelde. Maar de raja, gonst het overal, die heeft de strijd verloren. Sarajevo als multinationaal idee, als multinationale mythe, houdt op te bestaan, en de dragers ervan houden het wel voor gezien.

    • Raymond van den Boogaard