Kortzichtig

VOOR IEDER TIENTJE dat de rijksoverheid volgend jaar uitgeeft, moet minister van financiën Kok een rijksdaalder lenen: anderhalve gulden om oude schulden af te lossen en een gulden om het financieringstekort te dichten. Probeer een dergelijke boekhouding eens een tijdje vol te houden als huishouden of bedrijf: binnen de kortste keren staat de deurwaarder of de curator op de stoep. De overheid schuift de afrekening door naar toekomstige generaties: de staatsschuld neemt toe, de rentelasten stijgen en de politici trekken een blijmoedig gezicht.

De Tweede Kamer houdt deze week de algemene financiële beschouwingen zonder veel woorden te besteden aan het financieringstekort. Dat onderwerp heeft na tien jaar ombuigen politiek afgedaan. Met de verontschuldiging dat in andere EG-landen het overheidstekort in deze recessie sneller toeneemt dan in Nederland, sust Den Haag zich in slaap, daarbij vergetend dat in de meeste EG-landen de omvang van de staatsschuld kleiner is dan in Nederland en dat Nederland al drie kabinetsperioden bezig is om het tekort te beheersen.

IN DE MILJOENENNOTA meldt het kabinet dat het financieringstekort in 1994 stabiel blijft ten opzichte van dit jaar. Dat is een kwestie van invalshoek: als de incidentele bezuinigingen waartoe is besloten weggepoetst worden, stijgt het tekort van vier naar vijf procent van de nationale economie en gemeten naar de Europese "Maastricht-norm' stijgt het tekort van drie procent in 1993 naar 3,6 procent in 1994. Ten opzichte van de doelstelling in het regeerakkoord voor 1994 komt dat neer op een overschrijding met bijna tien miljard gulden.

Niettemin spreken de politici van regeringspartijen en oppositie verwachtingsvol over lastenverlichting voor 1994 en zal minister Kok op dit punt wel een toezegging doen. Na vier jaar lastenverzwaring, waarbij de effecten van de operatie-Oort terloops ongedaan werden gemaakt, is het verheugend dat zich een Kamerbrede belangstelling voor lastenverlichting aftekent. De schaduw van de komende verkiezingen is toch ergens goed voor.

Maar de gretigheid waarmee de regeringspartijen er nu op aandringen om begin volgend jaar een belastingmeevaller terug te geven die nog niet eens is binnengehaald, is goedkoop en doorzichtig. Om te beginnen hebben diezelfde regeringsfracties lastenstijgingen toegestaan, omdat ze van pas kwamen in het nivellerende inkomensbeleid. Op de tweede plaats sluit Den Haag de ogen voor de op één na grootste begrotingspost in de Miljoenennota, de rentelasten. Door de omvang van de staatsschuld gaat van iedere tien gulden die het rijk volgend jaar uitgeeft, ƒ 1,40 naar binnenlandse en - in toenemende mate - buitenlandse beleggers in Nederlandse staatsleningen. Sterker bezuinigen zou betekenen dat minder rente wegstroomt naar vermogensbezitters en ruimte vrijkomt voor andere prioriteiten van overheidsbeleid.

LAGERE LASTEN zijn dringend gewenst in overbelast Nederland. De keerzijde is verder bezuinigen op overdrachtsuitgaven en subsidies. Afgezien van de recente ontdekking dat ministeries drastisch kunnen bezuinigen op de inschakeling van externe adviseurs, leveren de algemene beschouwingen wat dat betreft geen nieuws op. En ook de ontwerp-verkiezingsprogramma's houden het op een laag verzet. In dit tempo zal het nog een kabinetsperiode kosten, voordat de overheidsfinanciën in Nederland op orde zijn. Dan staat de 21-ste eeuw voor de deur.