Jongerencentrum inzet strijd tussen Milaan en Rome

Rome heeft de burgemeester van Milaan opdracht gegeven voor vrijdagmorgen het omstreden jongerencentrum "Leonka' te ontruimen, maar waar de jongeren heen moeten blijft onduidelijk. Een confrontatie hangt in de lucht.

MILAAN, 13 OKT. Rode vlaggen steken lusteloos uit boven een vale muur. Het gebouw is volgeschilderd met graffiti en strijdkreten, met grote rode letters staat op een witte ondergrond gekalkt: “Het is nog steeds verzet.”

Het lijkt een kreet uit een ver verleden, deze slogan op het Milanese jongerencentrum Leoncavallo. Maar binnen hangt een foto van twee mensen met bivakmutsen, een molotovcocktail in de handen en daaronder de tekst: “Als het moet, dan moet het.”

Nu zijn er wegen geblokkeerd, rijden politie-auto's af en aan, en houdt de gemeenteraad een spoedvergadering. Het jongerencentrum, ondergebracht in een oude fabriek die achttien jaar geleden is gekraakt, is de inzet van een felle politieke strijd op twee fronten. Burgemeester Marco Formentini van de protestpartij Lega Nord tegen progressief Milaan, dat een ruimte voor de tegencultuur wil houden, én Formentini tegen de christen-democratische minister van binnenlandse zaken Mancino in Rome, die hem een oplossing opdringt die hij niet wil.

Voorgaande gemeentebesturen zijn met een grote boog om het probleem heengelopen. Al jaren ligt er een gerechtelijk bevel dat het gekraakte gebouw moet worden ontruimd. Na een mislukte poging in de zomer van 1989, die uitliep op bloedige gevechten en een nederlaag voor de politie, heeft niemand zich er meer aan gewaagd. Maar Formentini, in juni gekozen, had in zijn verkiezingscampagne van Leoncavallo een symbool gemaakt voor de vernieuwing die de Lega wil brengen. “Wij zullen niet dulden dat de illegaliteit blijft voortbestaan”, zei Formentini. Hij beloofde dat de oude fabriek wegens de aanhoudende overlast snel zou worden ontruimd.

Het is een prestige-zaak geworden. Maar Formentini gaat als burgemeester alleen over parkeerwachters en verkeerspolitie, niet over de mobiele eenheid. Die valt onder Rome, onder Binnenlandse zaken. En daar is een compromis bedacht dat moet laten zien dat de politie het ontruimingsbevel niet naast zich blijft neerleggen, maar dat tegelijkertijd een nederlaag betekent voor de Lega. Prefect Giacomo Rossano, de vertegenwoordiger van Rome in Milaan, heeft gezegd dat het jongerencentrum vóór vrijdagmorgen moet zijn ontruimd, maar heeft tegelijkertijd Formentini verplicht als vervangend onderkomen een oud internaat in een park in de buurt beschikbaar te stellen, een plaats waarvan Formentini had gezegd dat het jongerencentrum dáár nooit zou komen.

De spanning stijgt in Milaan. Buurtbewoners hebben wegen geblokkeerd omdat ze het centrum verder weg willen hebben. De leiding van "Leonka', zoals het centrum voor intimi heet, heeft laten weten dat zij vrijdag niet weg kan omdat de vervangende gebouwen nauwelijks bewoonbaar zijn. En Formentini heeft gisteravond zendtijd gevraagd en gekregen op drie lokale zenders waarin hij zegt dat hij niet anders kan dan het bevel van de prefect opvolgen, maar fel uithaalt naar “een autoritaire opdracht” en zegt dat “Milaan slachtoffer van de arrogantie van Rome” is.

Zo wordt de strijd rond Leoncavallo de eerste grote botsing tussen Rome en Milaan, sinds de Lega daar de baas is. Voor morgenavond heeft de Lega een grote demonstratie georganiseerd, en niemand durft te voorspellen hoe de zaak afloopt.

Veel buurtbewoners zijn bang. Jarenlang hebben zij campagne gevoerd om het centrum weg te krijgen, en bijna heel de buurt heeft om die reden Lega gestemd. Nu zijn ze bang voor rellen, bang voor de bezoekers van het jongerencentrum. De man in de bar twee deuren verder schudt neen op een vraag over Leoncavallo. Waarom? “Dat ik niets wil zeggen, zegt al genoeg.” Twee buurtbewoners die net terugkomen van boodschappen doen willen wel praten, graag zelfs, maar gedragen zich alsof ze op een spionagemissie zijn. Ik mag met hen mee naar binnen, maar op afstand: “Je weet nooit wie hier staat te kijken, en als ze in de gaten krijgen dat wij gaan praten....”

We gaan met de lift naar hun flatje, bovenste verdieping, met uitzicht op de binnenplaats van Leoncavallo, op de loods waarin muziek wordt gemaakt, op de vervallen gebouwtjes eromheen. “Kijk maar, kijk maar wat een rotzooi,” zegt de vrouw. Als ik voor het raam ga staan trekt ze me terug. Wel achter het gordijn blijven. Er is niet veel te zien. Wat lege biervaten, kratten, veel graffiti, een zelfgemetselde muur. Zonder de biervaten zou je denken aan een rommelige werkplaats.

“Het is een ramp,” zeggen man en vrouw rond de tafel in de salon vol glazen snuisterijen, elkaar steeds in de rede vallend. Ze hebben op eigen kosten dubbel glas moeten installeren om niet gek te worden van de muziek. “Als we geluk hebben houden ze om vier uur 's ochtends op,” zegt de vrouw. “Maar dan gaan ze buiten op straat staan schreeuwen,” zegt de man. “Ze kotsen de boel onder en vernielen de auto's, en soms stinkt het de volgende dag overal naar urine,” zegt de vrouw. “Als je er iets van zegt krijg je een grote mond terug, ze hebben gezichten waar je bang van wordt, met van die rare haren,” zegt de man. “Ze roken stickies, en wat die jonge meisjes van veertien allemaal uitspoken...”, zegt de vrouw. “'s Avonds gaan we niet meer weg, want je weet nooit wat je aantreft als je thuiskomt”, zegt de man. “Het lijkt wel een bazaar. Maar ik kan niet weg, want mijn huis is niets meer waard. Niemand wil hier wonen.”

De arme mensen zijn chronisch overstuur. Als ik wegga, kijkt de vrouw eerst door het spionnetje om te zien of er geen rare jongens in het trapportaal staan. De lift wordt geroepen, en ik mag pas de deur uit als ik meteen kan doorlopen naar de lift. Als ik vertel dat ik die avond beneden wil gaan kijken, zeggen ze: “Niet doen, dat is gevaarlijk. Laat niet zien dat je met de auto komt. Wees voorzichtig. Je weet nooit wat er gebeurt.”

Voor de deur staat een grote vrachtwagen om twee nieuwe lichtreclames te bevestigen tegen de zijkant van de flat. Boven de rode vlaggen van Leoncavallo hangen Prenatal en Benetton. “Ik heb nooit problemen”, vertelt de man op de hoogwerker. Als er echt zoveel wordt vernield, waarom blijven de lichtreclames dan heel? “We hebben een afspraak”, zegt hij. “Ik laat ze stroom aftappen van de lichtreclames en zij laten mij werken. Zo zijn we allebei tevreden.”

's Avonds wordt dat beaamd door een man die zich omschrijft als “een kameraad van het collectief”. Liever geen naam, want dat is politiek verkeerd: de leiding treedt alleen collectief naar buiten. Hij vertelt dat het water clandestien wordt afgetapt van het gemeentenet. De lichtreclame zorgt voor het licht binnen en generatoren leveren de stroom voor concerten, ijskasten en andere grote stroomverbruikers. Deze kameraad zegt dat de protesten tegen geluidsoverlast wel meevallen. “Met de mensen daar hebben we bijvoorbeeld nooit problemen”, en hij wijst naar de flat waar ik een paar uur eerder stond. “Als we problemen hebben, hebben die een politiek karakter. Wij zijn een links centrum en daarom vallen ze ons aan.”

Op de binnenplaats en in de loods-achtige ruimte waar muziek wordt gemaakt, zitten overal mensen te praten. Meisjes lopen langs met drie trays bier op elkaar gestapeld. Een jongen speelt met zijn hond. In een hoekje wordt gedronken en gerookt. In de zaal hangen nog Baskische vlaggen van een concert een paar dagen geleden. De band is aan het inspelen, keiharde rock. De ramen van de flat erachter trillen.

De afgelopen dagen zijn hier veel manifestaties gehouden om steun te betuigen aan Leoncavallo. Theaterregisseur Dario Fo, de filmmaker Gabriele Salvatores en tientallen anderen hebben gezegd dat een stad als Milaan niet zonder een dergelijk politiek-cultureel centrum kan. Formentini zegt het daarmee eens te zijn, maar wil Leoncavallo verplaatsen naar een plaats waar het geen overlast geeft.

Het gaat niet meer om het jongerencentrum alleen. Formentini heeft er een halszaak van gemaakt, en wil hiermee laten zien dat de Lega doet wat zij belooft. De christen-democratische bewindsman Mancino grijpt een kans om de Lega in de wielen te rijden. Vanmorgen werden weer naarstig allerlei bemiddelingspogingen ondernomen, maar de kans op een explosie blijft groot.

    • Marc Leijendekker