Jachtwet behaagt jager noch beschermer

Komende maandag behandelt de Tweede Kamer de nota Jacht en Wildbeheer, die bij zowel jagers als natuurbeheerders slecht is gevallen.

ZEIST, 13 OKT. De stellingen zijn weer betrokken en de messen geslepen. Voor de zoveelste keer staan partijen lijnrecht tegenover elkaar rond het thema jacht, een activiteit die niet alleen uiteenlopende reacties, maar ook sterke emoties oproept. Zeker nu de Tweede Kamer op het punt staat de nota Jacht en Wildbeheer van staatssecretaris Gabor te behandelen. Maandag aanstaande buigt de vaste Kamercommissie voor landbouw en natuurbeheer zich over het stuk, dat zowel bij de jagers als bij de particuliere natuurbescherming in slechte aarde is gevallen. Maar dan om zeer verschillende redenen.

“Wat ons in die nota tegenstaat, is dat ze voortborduurt op het oude jachtregime: de jacht ter benutting van natuurlijke dierpopulaties voor consumptiedoeleinden en het plezier van de jager”, zegt E. Warners van de Vogelbescherming in Zeist. Zijn mening wordt gedeeld door onder meer de Vereniging Natuurmonumenten. Beide organisaties voeren onder het motto "geen jacht, tenzij strikt nodig' al geruime tijd campagne tegen het afschieten van trekvogels en de jacht in natuurgebieden, in het bijzonder wetlands, verzamelnaam voor alle mogelijke waterrijke terreinen, die zoveel trekkende soorten tot pleisterplaats dienen.

Bij dit alles voelen Vogelbescherming en Natuurmonumenten zich gesteund door ruim negentig procent van de Nederlandse bevolking, die zich per enquête tegen de huidige jachtpraktijken uitsprak. “Daar kan de Tweede Kamer niet omheen”, zei Warners al in een eerder stadium.

Het tegengeluid komt van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNVJ) in Amersfoort, waar 21.000 van de circa 35.000 actieve Nederlandse jagers ofwel jachtaktehouders bij zijn aangesloten. “Voor ons”, verklaart secretaris-directeur G.H. Alferink, “is die hele nota overbodig, omdat ze een serie verboden en beperkingen bevat die we volstrekt onnodig vinden.” Hij doelt vooral op het voorstel om twee soorten waterwild, de krakeend en de goudplevier, alsook de bunzing en hermelijn van de lijst van bejaagbare dieren te schrappen. Bovendien verzet de KNVJ zich tegen die passages in de nota die spreken van een gewenst “restrictief beleid voor de jacht” in wetlands en grote wateren, zoals de Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde. Ook in nationale parken zal de jager moeten inbinden.

Tenminste, als het aan de regering ligt en ook de Kamer met de plannen instemt. Pas als de nota de volksvertegenwoordiging ongeschonden is gepasseerd, kunnen de voorgenomen maatregelen in de Jachtwet worden geëffectueerd. Daarmee neemt "Den Haag' een soort voorschot op de nieuwe Flora- en Faunawet, die de bestaande Vogelwet, de Jachtwet, de Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten en delen van de Natuurbeschermingswet moet vervangen. Maar dat kan volgens insiders nog jaren duren, omdat de overkoepelende regeling sterk omstreden elementen bevat.

Een voorproef van ongetwijfeld nog komt, is de opnieuw opgelaaide discussie over de jacht naar aanleiding van Gabors nota. Daarbij kwam een sterk accent te liggen op de controverse tussen natuurbeschermingsorganisaties en jagersvereniging over jacht en natuurbeheer.

“In natuurgebieden”, aldus Warners van de Vogelbescherming, “stelt de natuur de norm, dus daar moet een absoluut jachtverbod heersen. We hebben Nederland al zozeer onder de voet gelopen en naar onze hand gezet, dat we uiterst zuinig moeten zijn op de schaarse stukken natuur die ons nog resten. En daarmee is de jacht, die de dieren alleen maar schuw en angstig maakt, volledig in tegenspraak. Wise use, verstandig gebruik is een term die je nogal eens hoort in jagerskringen. Maar in Nederland is de balans allang doorgeschoten naar unwise.”

Op boerenland is de Vogelbescherming in Wanders woorden bereid tot een compromis: “Daar mag het voordeel van de twijfel bij de jager liggen en kan de jacht een uiterste middel zijn om schade aan gewassen te voorkomen. Ik denk speciaal aan ganzen die gras opvreten of vertrappen. Maar die schade mag natuurlijk geen alibi zijn om overal lukraak ganzen te schieten en dat is helaas wat er nu gebeurt. Dat klemt temeer waar Nederland op ganzengebied een internationale verantwoordelijkheid draagt. Vijftig tot negentig procent van de Westeuropese populaties overwintert in onze omgeving en is dus voor korte of lange tijd afhankelijk van Nederland.”

Daarnaast moeten tien trekvogelsoorten, die nooit schade berokkenen, volgens Wanders algehele bescherming krachtens de Vogelwet krijgen. Het gaat om de wintertaling, pijlstaart, slobeend, tafeleend, kuifeend, toppereend, krakeend, watersnip, houtsnip en goudplevier. Wanders: “Door die soorten vogelvrij te verklaren, schep je hier Italiaanse toestanden. Wij in Nederland vinden het zo erg dat de Italianen allerlei zang- en roofvogels uit de lucht halen. Dan moeten we het net zo erg vinden dat Nederlandse jagers de watersnip en de toppereend neerknallen.”

Voor twee van de tien soorten, de goudplevier en de krakeend, komt Gabor tegemoet aan de wensen van de Vogelbescherming. “Maar die twee worden dan ook in hun voortbestaan bedreigd”, meldt Warners. “Zo gaat dat dus in Nederland: pas als een soort dreigt uit te sterven, moet de jager zich inhouden.”

Dit is een van de vele punten waarover natuurbeschermers en jagers met elkaar twisten. “De krakeend”, zegt S. Siebenga, bioloog bij de KNJV “is helemaal geen bedreigde soort. De populatie groeit zelfs, afgelopen seizoen zijn er in Nederland zo'n tweeduizend broedparen van geteld en dat was meer dan voorgaande jaren. Van een negatieve aantalsontwikkeling is dus allerminst sprake en dat geldt voor alle tien de soorten die de Vogelbescherming noemt. Als een soort wordt bedreigd, zijn wij jagers de eersten die zeggen: stoppen met de jacht, want we willen de kip met de gouden eieren natuurlijk niet slachten.”

Directeur Alferink verwerpt de suggestie als zou de jacht zich niet verdragen met natuurbeheer: “De terreinen waar altijd gejaagd is, behoren tot de mooiste natuurgebieden van Nederland. Zie al die landgoederen op de Veluwe, in de Achterhoek en Brabant. Het Loo, de Hoge Veluwe, ooit eigendom van de jagende familie Kröller-Müller, het Planken Wambuis, de Veluwezoom - ze verkeren stuk voor stuk in prima staat. En wij trekken die lijn door. Je zult ook in de natuur moeten blijven jagen om de fauna te reguleren.”

In Gabors nota vindt hij die opvatting niet bevestigd, integendeel. “Het is een optelsom van onnodige beperkingen en verboden”, aldus Alferink, die de Jachtwet in haar huidige vorm nauwelijks voor verbetering vatbaar acht: “Het is waarschijnlijk de beste jachtwet van Europa, omdat ze de jager een niet geringe verplichting oplegt. Hij moet te allen tijde zorgen voor een redelijke wildstand in zijn gebied. Dus eigenlijk is de Nederlandse Jachtwet een natuurbeschermingswet.”

    • F.G. de Ruiter