In Fiorile bezingen gebroeders Taviani Toscane en de kluchtigheid in ieder mens; Een boerenfamilie vervloekt door goud en liefde

Fiorile. Regie: Paolo en Vittorio Taviani. Met: Claudio Bigagli, Galatea Ranzi, Michel Vartan. Amsterdam, Alfa + Cinecenter; Den Haag, Babylon 2; Rotterdam, Calypso 2.

De titel Fiorile en de namen van acteurs en makers glijden over een geschilderd grastapijt, uitbundig vol bloemen. Misschien vergis ik me, maar het lijkt het lange gras dat de sierlijke voeten koestert van de Lentegodin en haar metgezellen op Botticelli's schilderij "Primavera'. Wie het kent, zag het in Florence. Daar hangt het in de Uffizi-galerij, daar ketent het het vijftiende-eeuwse Toscane vast aan dat van vandaag. De bloemen, struiken en landschappen van Botticelli's schilderijen zijn verre van realistisch, maar wie nu door Toscane reist verbaast het niet dat de Renaissance tussen die heuvels, dalen en glooiingen ontstond en op haar doeken juist die sfeer en omgeving schiep. Hij herkent de schilderijen in het land en ontdekt echo's van de streek in de schilderijen. Overweldigend mooi zijn ze, gepassioneerd, en lieflijk, heel lieflijk. Maar kijk iets langer en ze laten zich onder hun schoonheid kennen als melancholiek, gekweld, wreed. Botticelli net zo goed als Toscane.

Fiorile, de nieuwste film van de broers Paolo en Vittorio Taviani verenigt het allemaal. In "Fiorile', waarmee de Fransen na de Revolutie de maand mei aanduidde, gaat Botticelli's allegorie van de Lente schuil, maar ook de naam van de stad Florence - het centrum van Toscane, waar in de vijftiende eeuw de Medici een vorstelijke rijkdom en een absolute heerschappij opbouwden. "Fiorile' noemt de blonde officier van Napoleons leger in Italië het Toscaanse plattelandsmeisje dat zijn hart steelt, in de knallende stilte die valt na de wanorde van krijgsgewoel. Hun liefde is gedoemd te branden als een strovuur. Fel laait hij op, maar eer hij kan gaan gloeien, moet hij uitdoven. De broer van het meisje ontsteelt de officier een kist met goud, de rijkdom van zijn legeronderdeel. Zelfs het verdriet van zijn meerderen kan zijn executie niet verhinderen. Daarmee is de vloek geboren die de boerenfamilie Benedetti (de Gezegenden) puissant rijk zal maken en spiritueel zo diep in het stof zal werpen, dat de Toscanen hen spoedig de bijnaam Maledetti (de Vervloekten) zullen geven.

De Taviani tonen met Fiorile hoe de familie van generatie op generatie die dubbele naam blijft verdienen. Vast gegeven is het door tijd noch vooruitgang aantastbare Toscaanse landschap. De gebroeders Taviani werden er geboren. Ze hebben het zichtbaar lief en karakteriseren het zoals het zich al sedert de Renaissance liet kennen: mooi maar melancholiek, lieflijk en wreed, zongestoofd en toch kil en bleek.

Fiorile voorziet in twee gelijktijdige reizen: één door Toscane en één door de tijd. Een jongen en zijn zusje, de nieuwste afstammelingen van de Benedetti-familie, rijden met hun vader en hun Franse moeder naar hun onbekende grootvader. Onderweg vertelt hun vader de legende van de scheldnaam die ze, nog maar net in Toscane, de redderende kamermeisjes hoorden sissen achter een halfopen deur. De kinderen kijken naar buiten en door de autoraampjes zien ze, op een volmaakt natuurlijke manier die alleen de Taviani machtig zijn, gebeuren wat hun vader vertelt. Ze zien het Franse leger marcheren. Ze zien, zo'n honderd jaar later, in 1903 een bedrogen zuster aan de oever van de Arno wraak nemen op een machtswellustige broer. Ze zien een blonde jonge man opgejaagd worden door Mussolini's zwarthemden. Ze zien telkens een nieuw reliëf van de onschuld en emoties van het boerenmeisje dat Fiorile werd genoemd en daartegenover telkens een nieuwe versie van de vloek van het geroofde goud.

Tenslotte arriveert het gezin bij de grootvader, die een kluizenaarsbestaan verkoos om de vloek te bezweren. Maar de duivel laat zich niet misleiden. In een turbulente nacht tekenen zich de contouren van de eeuwenoude tweespalt in de Maledetti/Benedetti-dynastie opnieuw af in de broer en het zusje: de een gevoelsarm en geobsedeerd door bezit, de ander weerloos in een neiging tot warmte en meegevoel. En omdat de Taviani geloven dat legendes een verschijningsvorm van de waarheid zijn, laten ze een eeuwenoud verleden toe op de achterbank van de hedendaagse auto. Een slapende kinderhand valt open en laat wat gouden munten uit Napoleons kist los.

Fiorile is een film om direct in je hart te sluiten. De verschillende geschiedenissen zijn sterk met elkaar verbonden, soms op het sentimentele af, door de muziek, door acteurs in dubbelrollen, door locaties. Maar de Taviani beheersen de filmkunst te zeer om die verdubbelingen te laten leiden tot voorspelbaarheid. Elke vertelling sleept mee, het verloop verrast en ontroert en het geheel past in de persoonlijke stijl van filmend verhalen die zij steeds vaster veroverden met hun consistent, in kalm tempo opgebouwd oeuvre. Zo bezongen ze in hun film La notte di San Lorenzo al de kracht die zij het Toscaanse landschap toedichten. Ook het verbeelden van ademloos wachten van personages onderzochten ze in die film. De aan de Italiaanse opera-regie ontleende mise en scène kennen ze sinds Kaos. En steeds brutaler worden de Taviani in het verbeelden van de onbedwingbare kluchtigheid die ze in elk mens vermoeden. In Fiorile breekt die neiging door bij Elisa, Benedetti-dochter in 1903, op het hoogtepunt van hun macht. Ze zit naast haar broer aan het hoofd van een vormelijk gala-diner dat hun familie en vooral hem nog belangrijker moet maken. Vlak bij zich, temidden van het personeel, weet ze haar geheime minnaar. Ze kan zich niet beheersen, ze moet iets dóen - en ze heeft maar weinig nodig of ze gooit haar bestek over haar schouders op de grond. Eerst haar mes, dan haar vork, met olijke boogjes. En dat doet ze zo aanstekelijk dat het hele gezelschap, in avondtoilet en zelfvoldaan, in gieberen uitbarst en haar voorbeeld volgt.