"Geen huisvestingsbeleid buitenlanders het beste'

DELFT, 13 OKT. Gemeenten en woningbouwverenigingen moeten geen huisvestingsbeleid specifiek voor buitenlanders voeren. Ze moeten allochtonen niet bewust over verschillende wijken spreiden en ook niet het omgekeerde, hen in bepaalde buurten concentreren. Het beste is: geen beleid.

Dat is een conclusie uit een onderzoek dat de Stuurgroep Woonruimteverdeling Delft heeft laten uitvoeren naar de gevolgen van het toewijzingsbeleid in de afgelopen drie jaar in deze gemeente. Het rapport is vanmiddag aan de Tweede Kamer aangeboden.

In Delft wordt het toewijzen van woningen in principe aan de werking van vraag en aanbod overgelaten. Voorzitter B. de Jong van de stuurgroep meent: “Als je de mensen de vrije keus laat, dan regelt het probleem zichzelf”. Het Delftse beleid heeft niet tot eenzijdig samengestelde, "homogene' wijken geleid. Omdat ook geen woningen speciaal voor buitenlanders werden gereserveerd, bleven extra spanningen achterwege, aldus het onderzoek.

In de Tilburgse Veestraat deed zo'n veelbespoken, explosieve situatie zich eerder deze maand wel voor. Autochtone bewoners kalkten racistische leuzen op een woning die voor een Antilliaans gezin bestemd was en bedreigden een schoonmaakploeg. Het resultaat was dat de woning niet aan de Antillianen werd toegewezen.

Huisvestingsambtenaren of woningcorporaties in Delft bieden sinds drie jaar geen woningen meer aan aan degene die volgens de lijst van woningzoekenden aan de beurt is. Die lijst is afgeschaft. De woningen worden in een tweewekelijks, huis-aan-huis verspreid krantje aangeboden met daarbij de voorwaarden waaraan kandidaten moeten voldoen. Woningzoekenden kunnen daarop reageren en kiezen daarmee dus bewust voor een bepaalde buurt. Zijn er meer gegadigden, dan komt de oudste in aanmerking als het gaat om "starters' (mensen die voor het eerst zelfstandig gaan wonen) en degene die het langst geleden was verhuisd in het geval van "doorstromers'. In het krantje wordt later bekend gemaakt aan wat voor woningzoeker de woning uiteindelijk is toegewezen.

Het Delftse huisvestingsmodel heeft veel aanhang in politiek Den Haag (zoals staatssecretaris Heerma van volkshuisvesting) en heeft in het land ook wel school gemaakt. De meeste gemeenten menen echter dat op de woningmarkt een sturende hand niet gemist kan worden. Gevolg van het Delftse systeem is dat er bij de huisvesting geen allochtonenbeleid is. “Onze ervaring is nu”, aldus De Jong, “dat daardoor echt niet alle Turken bij Turken gaan wonen. Het is niet waar dat migranten altijd bij elkaar willen wonen.”

Het Haagse adviesbureau B&A Groep heeft voor de stuurgroep met 369 Delftenaren, onder wie 72 migranten, gesprekken gevoerd over hun woonwensen. Het betroft woningzoekenden die de afgelopen drie jaar, al dan niet met succes, in Delft een andere woning hebben proberen te krijgen. Bij hun keuzes hebben deze woningzoekenden de grootte van de woning het zwaarst laten wegen, vervolgens de voorzieningen aan de woningen en daarna de hoogte van de huur.

De wensen van allochtonen en autochtonen verschilden vrijwel niet van elkaar. Als het gaat om woonstijlen, staan netheid en het minimaliseren van geluidsoverlast na 11 uur 's avonds bij alle groepen hoog op de lijst. De meesten spraken een sterke voorkeur uit voor buurten die niet eenvormig zijn.

Blijft de vraag hoe Delft met situaties als in Tilburg zou omgaan. “Wij zouden niet buigen voor de buurt”, zegt De Jong. “Maar omdat wij geen woningen speciaal voor autochtonen reserveren, zullen die situaties zich ook niet snel voordoen.”

    • John Kroon