"Feestvarken' John Engels blijft achter de bekkens verscholen

Concert: kwintet drummer John Engels met o.a. Jimmy Knepper (trombone) en Lew Tabackin (tenorsax, dwarsfluit). Gehoord: 9/10 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 13/10 De Stoep, Spijkenisse en vervolgens t/m 25/10 in het hele land.

“Is er nog tijd om te spelen?” fluisterde drummer John Engels vorige week onverwacht tijdens een uur live-tv dat geheel gewijd was aan zijn carrière. “Als ik speel ben ik een ander mens,” voegde hij er aan toe, bijna verontschuldigend, misschien omdat de babbel met Han Reiziger nogal knullig was verlopen. Dat Engels bij deze gelegenheid vooral zijn ex-werkgevers prees - Boy Edgar, Ann Burton, Stan Getz, Chet Baker, ze waren allemaal "fantastisch' - is tekenend voor zijn favoriete positie: achter de mensen die de show komen stelen, hijzelf half verscholen tussen trommels en bekkens.

In het BIMhuis was het zaterdag niet anders. Het kwintet heet "John Engels veertig jaar in het vak' maar de rol van ceremoniemeester laat het feestvarken met liefde over aan gast Jimmy Knepper. Ook het repertoire komt voornamelijk van deze trombonist en van Lew Tabackin, de andere gast uit Amerika. Geschreven door de laatste is bijvoorbeeld Desert Lady, een lieflijk, enigszins exotisch stuk waarin hijzelf een solo op dwarsfluit speelt - niet week, wel poëtisch. Heel ingetogen is ook Leave of Absinthe van Knepper, die al zijn stukken aankondigt als "another ditty' (deuntje).

Het understatement past bij deze gelouterde mannen. Gewoon lekker swingen, dat willen ze, zeker de bedenker van dit feestkwintet met Cees Slinger op piano en James Long op bas. En als er dan toch georeerd moet worden, na bloemen en een toespraak van SJIN-voorzitter Carel Alphenaar, dan verlegt Engels de aandacht opnieuw naar anderen. Naar zijn moeder en echtgenote die in de zaal aanwezig zijn, naar SJIN-podiumconsulent Jaap de Rijke die 22 jubileumconcerten voor hem wist te regelen en "swingende vogels' van diverse pluimage.

Dat John Engels zelf swingt "als een beul', zoals dat in het jazzjargon heet, weet inmiddels iedereen. John Engels wil wel virtuoos zijn als een stuk dat eist, maar "veegt' met evenveel genoegen een stuk "in vieren'. In "medium bounce' of nog liever langzamer, want hoe lager het tempo, hoe groter de kunst.

Dat weet Lew Tabackin. Hij speelt ook meesterlijk op tenorsax, bijvoorbeeld in Isfahan, een "moodpiece' van Duke Ellingtons alter ego Billie Strayhorn. Zijn timing is onberispelijk, zijn toon vol en vet, met een opwindende heesheid à la Gonsalves en Golson. Jimmy Knepper (66) doet het begrijpelijk wat rustiger aan. Een jonge beeldhouwer kan kiezen voor stevig hakken, hj moet het hebben van teder kneden.

Aan John Engels is deze aanpak besteed want hij is een meester in de nuance. Met stokken en brushes, met bollen of blote handen, soms razendsnel wisselend binnen een maat. Maar nooit met het air van "kijk mij nu eens' want daar gaat het in zijn jazz niet over, dat is het terrein van MTV. John Engels swingt al sinds hij in 1953 bij Pia Beck begon en hoopt er nog heel lang mee door te gaan.

    • Frans van Leeuwen