Duitse rechters blazen de federalistische dromen uit; "Karlsruhe' neemt touwtjes in handen

BRUSSEL, 13 OKT. Het Duitse grondwettelijke Hof heeft gisteren de ratificatie van "Maastricht' toegestaan, maar tegelijk de touwtjes in eigen handen genomen. Het parlement en de rechter zijn in het arrest aangemerkt als belangrijke toezichthouders namens de Duitse kiezer op de Europese Unie. De rechters in Karlsruhe lijken daarmee de federalistische dromen van de Euro-idealisten voorlopig te hebben uitgeblazen.

Karlsruhe ziet de Unie van Maastricht principieel als een Statenbond, een vereniging van democratische staten, die alleen functioneert bij de gratie van de nationale parlementen. Het Europese Parlement kennen zij hooguit een “ondersteunende functie” toe, die sterker kan worden “naarmate zij in alle lidstaten op dezelfde manier verkozen wordt en haar invloed op de politiek en wetgeving van de EG groeit”. Een heel wat bescheidener rol dan waar het Europarlement zelf van uitgaat. Veel Europarlementariërs zien in "Maastricht' het begin van een supranationale Europese Staat, waarbij de huidige lidstaten gaandeweg veranderen in Europese regio's, met nationale parlementen in de rol van locale besturen.

Dat wordt in Karlsruhe dus anders gezien: de lidstaten en hun parlementen blijven de macht houden in de Europese Unie. Het blijven de nationale parlementen die het Europese beleid moeten legitimeren. “Derhalve is de uitbreiding van de taken en bevoegdheden van de EG door het democratische principe aan banden gelegd”, zo waarschuwen de rechters. “De Duitse Bondsdag moet taken en bevoegdheden van substantieel gewicht blijven houden”. De Duitse regering wordt in dat verband gewaarschuwd nooit bij algemene volmacht bevoegdheden aan "Brussel' over te dragen; dat zou de Duitse grondwet schenden. Beslissend voor verdere Europese integratie noemen de rechters “dat het democratische fundament van de Unie met gelijke stappen wordt uitgebouwd, terwijl ook in de lidstaten zelf een levendige democratie bewaard blijft”. Daarmee beoordelen de rechters de nieuwe rol van het Europese Parlement in het Verdrag van Maastricht dus ook als onvoldoende.

Zo bezien kan het Verdrag van Maastricht bij de hoogste Duitse rechters in grote lijnen door de beugel. Het Verdrag somt een aantal beperkt omschreven doelstellingen op. “De Unie kan alleen maar taken uitoefenen op basis van uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden”. Van een grove aantasting van de soevereiniteit van de Duitse staat is geen sprake. “Het democratie-beginsel verhindert de Bondsrepubliek niet om van een supranationaal georganiseerde "tussen-statelijke' organisatie lid te worden”. Bovendien heeft de Unie zich tot het zogeheten subsidiariteitsprincipe verplicht; de plicht om terughoudend te zijn met EG-wetgeving en zoveel mogelijk over te laten aan landelijke of regionale overheden.

De rechters wijzen ook het veelgehoorde bezwaar af dat ondertekening van het Verdrag een sprong in het duister is. Daarbij doelden de Duitse klagers vooral op het kennelijk onvermijdelijke verlies van de D-mark, die wordt vervangen door een vage Europese eenheidsmunt. Alweer met de nadruk op het zelfbeschikkingsrecht van het Duitse parlement wordt vastgesteld dat daar geen sprake van is. De monetaire unie is geen “onoverzienbaar, stuurloos "automatisme' ” zeggen de rechters. Het Verdrag laat de mogelijkheid open van een stapsgewijze integratie, die steeds weer afhangt van instemming van de Bondsdag of de Bondsregering. Ook dat is een opvallende uitspraak. Eén van de protocollen bij het Verdrag spreekt namelijk wel van een automatisme. “De hoge verdragsluitende partijen verklaren dat de gang van de Gemeenschap naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie door de ondertekening van de nieuwe verdragsbepalingen een onomkeerbaar karakter heeft gekregen”. Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken wisten eerder speciale "uistapclausules' voor deze bepaling te verkrijgen. Kopenhagen noch Londen wensen straks verplicht de Deense Kroon en het Britse pond sterling af te moeten stoten. Het Duitse gerechtshof heeft voor de Duitse regering nu dezelfde ruimte geschapen: of de D-mark straks opgaat in de eenheidsmunt hangt af van de Bondsdag.

Ook menen de rechters dat de vrees voor de ongebreidelde machtsgroei van Brussel ongegrond is. Het Verdrag geeft de Raad van Ministers niet de macht om zichzelf nieuwe bevoegdheden toe te kennen, de gevreesde "Competenz-competenz”. Daarvoor zal steeds weer een verdragswijziging nodig zijn; het laatste woord daarover berust wederom bij de nationale parlementen. Dat is vooral een geruststelling voor diegenen die artikel F lid 3 van het Verdrag niet vertrouwen. “De Unie voorziet zich van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en haar beleid ten uitvoer te leggen”. De Duitse rechters zeggen nadrukkelijk dat dat niet betekent dat de Unie zich zelf bevoegdheden kan toekennen of zelfs maar belastingen kan opleggen.

Bij de toepassing van het Verdrag is de rechter zeer streng. De Duitse overheid mag niet afwijken van het afgesproken integratieprogramma. “Latere, wezenlijke veranderingen worden niet door de Duitse goedkeuringswet gedekt”. Derhalve zijn dergelijke EG-beslissingen “niet verbindend” en zijn Duitse staatsorganen “om grondwettelijke redenen verhinderd om deze beslissingen in Duitsland uit te voeren”.

Als een laatste veiligheidsvoorziening kent het Hof zichzelf daarbij een belangrijke rol toe. “Het Hof zal controleren of EG-wetten binnen de grenzen van de hen toegekende soevereiniteit blijven of die te boven gaan”. Daarvoor wil het Hof een “samenwerkingsverhouding” met het EG-Hof in Luxemburg aangaan, die in wezen neerkomt op een curatele stelling. Het Duitse Hof zegt zich te beperken tot een “algemene bescherming van onaantastbare grondwettelijke normen”. Daarmee wordt een arrest uit 1974 nog eens bevestigd: jegens de EG kan de Duitse burger al jaren voor z'n grondwettelijke bescherming bij de eigen rechter terecht. Maar volgens de meeste experts opent het Hof nu ook de mogelijkheid voor Duitse burgers om in Karlsruhe de Monetaire Unie tot staan te brengen. Het Hof verbiedt de Bondsregering immers uitdrukkelijk om binnen de EG-ministerraad aan het Verdrag van Maastricht te gaan morrelen. Daarbij dachten de rechters vooral aan de dreigende EG-beslissing om de toetredingscriteria voor de Monetarie Unie te versoepelen. Dat zou precies zo'n “wezenlijke verandering” zijn van de huidige verdragstekst, die het Hof wil voorkomen. Het is immers voorstelbaar dat een zwakkere monetaire unie door een hogere inflatie het Duitse grondrecht op eigendom aantast. Iedere Duitse burger die z'n spaargeld in waarde achteruit ziet gaan, is dan in Karlsruhe welkom.

    • Folkert Jensma