De micro-wereld groot gemaakt

Macrofotografie van Coen Postma, De Oliphant, Kromme Zandweg 90, Rotterdam, t/m 6 nov, ma-za 11-16 uur.

De Bussumse huisarts drs. Coen Postma (1902-1978) had een fascinerende hobby. Al tijdens zijn medicijnenstudie raakte hij geboeid door het leven dat hij door de microscoop waarnam. Hij besloot dat te fotograferen, eerst met een zelfgemaakte camera, later ook met professionele micro- en macro-apparatuur. Op zijn 61ste gaf hij vervroegd zijn huisartsenpraktijk op om zich helemaal aan de fotografie te wijden. Zijn hobby werd zijn vak.

Een deel van zijn natuurfoto's is nu tentoongesteld in De Oliphant, een uit 1592 daterend landhuis dat vroeger in Heenvliet stond, maar is verplaatst naar de Rotterdamse wijk Charlois. In de expositieruimte op de bovenste verdieping is te zien en te lezen hoe Postma met veel geduld en gevoel voor compositie de kleinste details van het plantenrijk vastlegde in haarscherpe, kleurrijke macro-foto's. Zijn voorkeur ging uit naar het plantenleven, maar soms fotografeerde hij ook wel schelpen of insecten. Hij maakte overigens nog geen mug dood voor zijn opnamen, want daar was hij tegen.

De foto's tonen tientallen tot honderden malen vergrote details van planten en bloemen die met het blote oog niet of nauwelijks te onderscheiden zijn. De draden van zwammen worden kleurige paletten, de allerkleinste bloemetjes vertonen uitvergroot ingenieuze patronen met ragfijne haartjes. Postma fotografeerde met hulp van een microscoop en sterk vergrotende lenzen. Hij gebruikte voor zijn studio-opnamen de "open-flitsmethode', dat wil zeggen dat hij eerst de camera instelde op het onderwerp, vervolgens het licht uitdeed en de sluiter openzette, waarna hij met flitslicht de opname maakte. Hij gebruikte meestal maar één lamp en een reflectiescherm om de schaduwpartijen op te lichten. Hele dagen kon hij met een opname bezig zijn. Om twee brandnetelharen vast te leggen, 170 keer vergroot, sneed hij reepjes van een millimeter uit een brandnetelblad en frutselde urenlang tot hij op alle twee scherp kon instellen. “Brandnetelharen zijn verkiezeld en daarom min of meer doorzichtig. Je moet uren met een lampje pieren voordat je ze hebt uitgelicht. Iedereen die wel eens glaswerk heeft gefotografeerd, kent dat probleem”, schreef Postma.

Op de expositie hangt ook een intrigerende foto van twee vrouwelijke bloemen van de naaldboom taxus baccata, twee minuscule korfjes die met de opening naar beneden hangen. Uit die kleine holle kegeltjes lekt een glinsterende druppel vloeistof. “Het was mij een raadsel hoe door de wind aangevoerd stuifmeel door die naar beneden gerichte opening naar binnen konden komen om de eicel te bevruchten”, schreef Postma in een toelichting. “De oplossing kwam onverwacht en was bijna adembenemend. Juist toen ik na moeizame arbeid de twee bloemen scherp op het matglas had, kwamen vermoedelijk door de warmte van de schijnwerper langzaam uit de twee poriën de prachtig helder blinkende druppeltjes tevoorschijn. Ik denk dat het stuifmeel in die wat kleverige druppels wordt gevangen.”

In 1960 publiceerde Postma bij uitgeverij Becht in Amsterdam een lijvig boek, Mozaïek van de plant, met zwart-wit foto's. In het buitenland verkocht het goed, maar de Nederlanders liepen er minder warm voor. De nu geëxposeerde kleurenfoto's die, ingelijst en op aluminium geplakt, voor prijzen tussen de 395 en 695 gulden te koop zijn, waren bestemd voor een nieuw boek in kleur. Daar is het echter niet meer van gekomen.

    • Gerda Telgenhof