Biennale trok ondanks kritiek veel publiek

AMSTERDAM, 13 OKT. Ruim 285.000 mensen bezochten de zondag gesloten 45ste Biennale d'Arte in Venetië.

Dat is bijna drie keer zo veel als tijdens de vorige tentoonstelling in 1990, met 97.000 bezoekers een naoorlogs dieptepunt.

De eigenlijke Biennale-exposities in de Giardini del Castello, in de Corderie en de Zitelle trokken dit jaar ruim 175.000 bezoekers. 110.000 bezoekers beperkten zich tot Museo Correr (tentoonstelling van Francis Bacon) en Palazzo Fortuny.De totaalopbrengst van de Biennale, die vier maanden heeft geduurd, bedraagt ƒ 1.885.000.

Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt het gemiddelde aantal rond de 200.000 bezoekers, met een uitschieter van 692.000 in 1976 (de Biennale stond toen in het teken van de architectuur).

Een recordaantal van 54 landen was ditmaal op de Biennale vertegenwoordigd, met in totaal 766 beeldende kunstenaars.

Het aantal deelnemende landen groeit gestaag: in 1990 waren het er 49.

De artistieke leiding van de 45ste Biennale was in handen van de Italiaanse kunstcriticus Achille Bonito Oliva. Hij wilde een Biennale maken die nationale verschillen zou overstijgen en een illustratie zou zijn van "cultureel nomadisme'.

De reacties in de internationale pers waren vrijwel unaniem negatief. De ideeën van Oliva werden obscuur bevonden en kregen nergens op deze rommelige Biennale gestalte, aldus de critici.

Lof was er wel voor de tentoonstellingen van oudere exposanten in de landenpaviljoens, met name die van Louise Bourgeois, Hans Haacke, Yayoi Kusama, Nam June Paik en Joseph Kosuth en voor de installaties van Ilya Kabakov en Robert Wilson.