Stadje van plezier en weemoed

De tentoonstelling, die ook kunst van het Venlo van na de oorlog bevat, duurt tot 28 november. "Pronkstukken' Venlo 650 jaar stad, catalogus onder redactie van A.A.J.J. van Pinxteren e.a. ISBN 90-73363-06-03 prijs (ongebonden) ƒ 42,50.

Over Venlo, stad van 65.000 inwoners aan de Maas, kon mijn vader die er was geboren nostalgische verhalen vertellen. Over de Rijks Hoogere Burgerschool, Valuas en Guntrud de stadsreuzen, het Schinkemenke of Jocus de haan, twee symbolen van de stad, Trineke van de Ven en de Boerebroêlof. Of over de voetbalclub VVV die in die dagen nog aan het Kraal voetbalde en waarnaar hij, ook toen hij in Maastricht woonde, met ons vaak ging kijken.

En altijd kwam in zijn verhalen wel een keertje carnaval voor, want Venlo dat is 't stedje van plezeer. Zo noemt het zich ook vol trots. Van hem erfde ik de grammofoonplaten met Venlose carnavalsliedjes zoals Langs e paedje aan de Maas of Mooder help dee kerel wil mich kösse. En altijd viel me behalve het melodieuze ook het wat weemoedige, het slepende van die liedjes op, wat niet zo verwonderlijk is. Luidt het devies in het stadswapen van Venlo immers niet: Festina lente, cauta fac omnia mente, waarvan Venlonaren meestal slechts het eerste deel aanhalen: haast je langzaam.

De hele film rolde zich weer voor mijn ogen af toen ik een bezoek bracht aan de tentoonstelling Pronkstukken in het Goltziusmuseum in Venlo. Daar staan in de hal de reuzen Valuas en Guntrud, in 't Venlo's aangeduid met Flujas en zien vrow, die tijdens de processies werden meegevoerd totdat een bisschop het verbood. Daar is de poenige zilveren KNVB-beker te zien die VVV in 1959 won. Dat was nog met de fameuze Jan Klaassens, veelvuldig international, die later in een van de hoofdstraten van het stadje een sigarenzaakje dreef en die inmiddels is overleden. Daar doemt Het laatste oordeel op, een ruim bemeten schilderij van Hubertus Goltzius uit 1557. En de onverzettelijke kop van mgr. prof. dr. Willem Hubert Nolens, het beroemde uit Venlo afkomstige roomskatholieke priester-Kamerlid en later minister van Staat. En het schilderij van Jef Moonen De verwoeste stad uit 1945 nadat Venlo nagenoeg geheel was plat gebombardeerd.

Pronkstukken. Je wordt er een beetje tuureluurs van. Zoveel schoonheid, zoveel kostbaarheden, zoveel schitterend goud- en zilverwerk, zoveel aansprekende schilderijen, zulke indrukwekkende oude folianten. En niet te vergeten de foto van Cas Oorthuys: twee in lang zwart geklede geestelijken, de ene met een boekentas in de hand, die een beetje staan te smoezen aan het Venlose station in 1950: waar is de tijd gebleven? Later herkende mijn vader zich ook niet meer in het nieuwe Venlo. Helaas bestaat er nu tijdens carnaval, naast nog altijd veel plezeer met de Boerebroêlof, de ellende van de drugsverslaafden. Dagelijks komen er honderden, voornamelijk uit Duitsland, naar de stad; het leefpatroon in hele straten hebben ze ontwricht. Gezien het grote aantal nummerborden lijkt Venlo wel eens Duitse stad, want de Obst und Gemüse zijn er kennelijk nog altijd goedkoper.

Venlo viert dit jaar zijn 650-jarig bestaan. En waar andere steden vaak aannemen dat ze zo en zoveel jaar bestaan, weet Venlo het zeker. Immers in het gemeentearchief - en nu voor de gelegenheid geëxposeerd in het Goltziusmuseum - ligt de pagina van 1 september 1343 waarin Reinoud II van Gelre Venlo stadsrechten geeft. Evenals de uit 1543 stammende privilegebrief van Karel V toen Venlo nog slechts 4500 inwoners telde.

De tentoonstelling vertrekt van de vroegste tijd: 10.000 tot 9000 voor Christus. Een geluk voor Venlo is dat het deze eeuw Blerick annexeerde, want uit die plaats aan de overkant van de Maas stammen de oudste vondsten: werktuigen van de Federmessercultuur, van het volk van vissers, jagers én verzamelaars. Opmerkelijk stuk is de in 1250 in Venlo vertaalde Franse ridderroman die handelt over het leven van Aiol, een kleinzoon van Karel de Grote, en zijn Mirabel. Het is handschrift op perkament uit de Koninklijke Bibliotheek Albert I in Brussel. Van Jan van Cleef (1646-1716) zijn er De verrijzenis van Christus en de Kroning van de zalige Rosa de Lima te zien. Verder de zilveren kroon van de koning van het Akkermansgilde. Het gilde was oorspronkelijk een weerkorps van boeren, opgericht in 1594, dat bij de processies altijd voorop liep en dat ook de beheerder is van de stadsreuzen. En natuurlijk het Schinkemenke. Over de herkomst van de naam bestaat verschil van inzicht; waarschijnlijk heeft het iets met Schink (ham) te maken, maar daar zijn de geleerden het niet over eens. Voor Venlo is het hetzelfde symbool als voor 's Hertogenbosch De Erwtenman of voor Maastricht de Mestreechter Geis. Het is gebeeldhouwd door Gregorius Schlisser die in de boeiende catalogus van de tentoonstelling de bekendste kunstenaar wordt genoemd die in het begin van de 17de eeuw in Venlo actief was. De catalogus geeft evenals de tentoonstelling een goed inzicht in de geschiedenis van Venlo.

Pronkstukken is een indrukwekkende, overweldigende tentoonstelling, die men waarschijnlijk niet op één middag helemaal kan savoureren.