Rollen in stijl

Voor mij begon het rond de eettafel. In de eetkamer lag glimmend houten parket waarop ik op mijn sloffen rondjes draaide rond de tafel. Ik had van die gebreide sloffen met een leren zool en die gleden perfect. Ik "schaatste' daar met mijn handen op mijn rug, in de bochten pootje over en één hand los, terwijl ik droomde van mijn held. Dat was Ard Schenk die toen nog zijn meerdere in Kees Verkerk moest erkennen. De tijd van Ard - en van mij - moest nog komen.

Het ijs bleek in werkelijkheid nog wat gladder dan de parketvloer en - eigenlijk belangrijker - beduidend minder vaak beschikbaar. Later kreeg ik rolschaatsen om de ijsvrije periode door te komen. Het schaatsen op wielen werd snel een rage. Bij ons in de straat hadden we heuse Europese en Wereldkampioenschappen over vier afstanden. De winnaar werd gehuldigd op het opstapje naar de voordeur van het huis van een van mijn vriendjes.

Zo is de liefde voor schaatsen altijd gebleven. Tochten rijden is het mooist, maar rondjes draaien op een kunstijsbaan is ook heerlijk. Maar zelfs kunstijs is er niet altijd. Daarom is het mooi dat de ontwikkeling van de rolschaats is voortgegaan. Die oude rolschaatsen met de geluidsoverlast, waarop ik één keer "Europees kampioen' ben geworden, zijn vervangen door lekker soepel rollende instrumenten. Dat heeft weer een nieuwe rage - de rollerdisco - met zich meegebracht. Meer dan tien jaar geleden was dat al hét vermaak in Central Park in New York.

Maar in die tien jaar is er - als ik de folder van mijn leverancier mag geloven - meer gebeurd. Er kwamen ook rolschaatsen die nog meer op echte schaatsen leken, met de wielen achter in plaats van naast elkaar. Eerst heetten dat "skeelers' en nu "in-lines'.

Het is opmerkelijk dat deze noren op wielen hier nu pas echt in opkomst zijn. Onze schaatstraditie zou anders doen verwachten. Maar ik keek ook vreemd op toen ik onlangs op een warme dag vanaf de snelweg iemand, wiens benen ik niet kon zien, bij Woerden door de weilanden zag schaatsen waar 's winters zo'n mooie tocht te rijden is.

Sinds kort ben ik de gelukkige bezitter van een paar "in-lines'. En - het moet gezegd - het geeft een nieuwe dimensie. De schoen is als een skischoen, van hard plastic met klippen. Dat is makkelijk, ofschoon de echte schaatser zal klagen over een gebrek aan gevoelscontact tussen de tenen en - in dit geval - de wielen. Het zal verklaren waarom de duurste "in-lines' weer met een leren schoen zijn uitgerust.

De revolutie zit in het materiaal waarvan de wielen zijn gemaakt. Dat is zachter en soepeler geworden, wat een veel subtieler contact met de straat tot gevolg heeft. Je kunt nu echt in stijl rollen. In de wielen zit ook het grootste verschil. Ze kunnen zachter zijn, waardoor ze meer kleven. Dat verhoogt de wendbaarheid en is dus prima voor de rollerdisco. De duurdere wielen zijn weer net wat harder, waarmee ook harder kan worden gereden. Daardoor kan de gelijkenis met ijs nog frappanter worden.

In het oosten van het land zijn er in de zomer wedstrijden voor "in-lines'-rijders, waaraan - om in training te blijven - veel cracks van het winterse marathoncircuit deelnemen. Ook Falco Zandstra en zijn collega's rijden 's zomers op 'in-lines'. Dat gebeurt wel op de hardste soort wielen waarmee - aldus mijn leverancier - nauwelijks meer te remmen valt. Die zijn de amateur dus niet aan te raden. Aan de bescherming is ook het nodige verbeterd. De hinderlijke kniebeschermers zijn vervangen door hand/pols-beschermers waarmee een val zonder schaafwonden kan worden opgevangen.

De "in-lines' hebben mij verlost van het ellendige joggen. Met de handen op de rug op asfalt rollen is, vind ik, vele malen aantrekkelijker dan luchtgeveerd stuiteren. Zo geniet ik dus dankbaar van de vele, mooie, geasfalteerde fietspaden die Rotterdam rijk is.

Laatst passeerde ik in stijl een bushalte waar ik tot mijn verbazing Fred Racké aankeek. Hij was een van de televisieverslaggevers uit de tijd van Ard en Keessie. Hij staarde mij na, ongetwijfeld in zijn gedachten bij het verleden. En hij kon niet weten dat ook ik in mijn gedachten weer op mijn sloffen om de eettafel draaide.