Premiekoopwoningen alleen in enkele streken

DEN HAAG, 12 OKT. Premiekoopwoningen zijn straks alleen nog in bepaalde delen van het land te koop; de huidige subsidieregelingen hiervoor verdwijnen in 1995. Dit blijkt uit een brief die staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In die brief heeft Heerma eerdere voornemens om het eigen-woningbezit te stimuleren uitgewerkt. Landelijk werkende subsidieregelingen schaft hij af om ze te vervangen door een op specifieke gemeenten gericht beleid. De belangrijkste premiekoopregeling betreft nu de premie-A-woningen, waarbij een koper een subsidie ontvangt die over verscheidene jaren, maximaal 20, wordt uitgesmeerd en, afhankelijk van het inkomen, tot in totaal 40.000 gulden kan oplopen. Een andere regeling geldt de wat duurdere premie-C-woningen, waarvoor een eenmalige subsidie van 5.000 gulden bestaat.

De bedoeling van Heerma is deze regelingen te vervangen door een eenmalige bijdrage ("bereikbaarheidstoeslag') van 12.000 gulden voor de koper en een eveneens eenmalig bedrag (een tijdelijke "stimuleringsbijdrage') van 5.000 gulden, in principe voor de bouwer. Deze nieuwe regelingen zullen alleen gelden in gebieden die de staatssecretaris aanwijst. Gemeenten krijgen de bevoegdheid de budgetten zelf te verdelen. Het gaat hierbij om de stadsgewesten waar overeenkomstig het rijksbeleid de (eigen) woningbouw moet worden gestimuleerd. Heerma wijst er nog eens op dat in het bijzonder in de stadsgewesten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht het aanbod van koopwoningen veel te laag is en dat dit tot een “onaanvaardbare spanning” op de woningmarkt leidt.

Heerma wil ook de kosten die een koper bij het kopen van een bestaande woning moet maken, beperken, waarbij hij overigens de overdrachtsbelasting (6 procent), overeenkomstig afspraken die hij eerder met de Tweede Kamer heeft gemaakt, vooralsnog onaangetast laat. De staatssecretaris wijst erop dat deze kosten (behalve voor overdrachtsbelasting voor notaris, kadaster, makelaar, taxatie, gemeentegarantie) soms wel tot 12 procent van de koopsom kunnen oplopen en daardoor belemmerend werken. Hij wil daarom dat tarieven van notarissen en makelaars vrij en dus concurrerend worden.

Volgens het ministerie bedroeg het aandeel van de eigen woningen per 1 januari 1993 47,4 procent (2,8 miljoen) van het totaal, 2,1 procent meer dan in 1990 en 6 procent meer dan in 1980. Heerma hoopt in 2000 op 50 procent uit te komen.