Open universiteit zegt verdrag met Vlaanderen op

HEERLEN, 12 OKT. De Open Universiteit (OU) heeft haar samenwerkingsovereenkomst met Vlaanderen opgezegd omdat de Vlaamse deelregering niet bereid is voldoende bij te dragen aan de kosten. Vorig jaar had de OU ook al gedreigd de overeenkomst op te zeggen omdat deze haar te veel geld kost.

In Vlaanderen volgen 1.640 studenten cursussen van de OU. Zij zullen hun cursussen kunnen afmaken maar nieuwe studenten worden niet aangenomen. De OU werkt al sinds 1984 samen met de Vlaamse Stichting Open Hoger Onderwijs (Stoho), een samenwerkingsverband van de Vlaamse universiteiten. De Stoho verzorgt in zes studiecentra (Gent, Antwerpen, Diepenbeek, Kortrijk, Leuven en Brussel) voor de OU de studiebegeleiding en ontvangt daarvoor de helft van het collegegeld van 220 gulden per cursus. Dit ooit als tijdelijk begonnen financiële arrangement is nooit veranderd. De Stoho verzorgt ongeveer zes cursussen voor de OU, de OU zelf ongeveer 250.

Een belofte vorig jaar van de Vlaamse minister van onderwijs L. van den Bossche voor extra geld leidde tot niets. De OU is in Nederland aanzienlijk minder kwijt aan de begeleiding, aldus een woordvoerder. Daarbij komt nog dat de inrichting van de studiecentra en de examens ook voor rekening van de OU komen. De OU kondigde begin dit jaar plotseling een vacaturestop af omdat zij door vermindering van de subsidie door het ministerie van onderwijs in ernstige financiële problemen dreigde te komen. Zij wil daarom “meer marktconform gaan werken”.

De OU overweegt nu geheel zelfstandig de Belgische markt te betreden. Omdat niet alle Vlaamse universiteiten - die het Stoho besturen - even gelukkig zijn met de concurrentie van het academische afstandsonderwijs en zich dus weinig bekommeren om propaganda daarvoor, is het aantal Belgische studenten tot nu toe onder de verwachting gebleven.

De Vlaamse minister Van de Bossche toonde zich verrast over het verbreken van de bijeenkomst. Vorige maand heeft hij nog met zijn Nederlandse collega Ritzen een gemeenschappelijke ambtelijke werkgroep ingesteld die moet adviseren onder welke voorwaarden de markt van de OU kan worden uitgebreid. Volgens het Nederlandse ministerie van onderwijs zullen nu ook de financiële problemen door deze werkgroep worden bekeken.