Onze letteren in het Duits

die horen, 171. 344 blz., DM19,80. Postfach 10 11 10, 27511 Bremerhaven, Duitsland

Uiteraard vanwege het Schwerpunkt Nederland en Vlaanderen op de Frankfurter Buchmesse maakte het Duitse tijdschrift die horen een themanummer, en fors ook, over hedendaagse nederlandstalige literatuur. De samenstellers, Martin Mooij en Joke Gerritsen, zijn de bekende organisatoren van Poetry International. Ze werden bijgestaan door Carel ter Haar, vertaler en "ambassadeur van de Nederlandse letteren' in München.

Een tiental korte beschouwende bijdragen verleent dit nummer wat meer gewicht dan een gewone bloemlezing. Ter Haar geeft een beknopt overzicht van de stromingen in de naoorlogse literatuur, waarin hij een zeker vitalisme als rode draad onderscheidt.

Die horen handhaaft een eenvoudige en objectieve indeling naar geboortejaar. De literatuur van de laatste tien jaar wordt volgens Ter Haar, hier opeens nogal vaag, gekenmerkt door een niet aan leeftijden gebonden zoeken naar een eigen plaats en identiteit, naar nieuwe richtingen en een persoonlijke zingeving. Geert van Istendael ontfermde zich met liefde over de Vlaamse literatuur ("Oh wat heb ik een afkeer van die twee woorden! Zo ongeveer alles wat in Vlaanderen een vulpen kan vasthouden wordt in Nederland uitgegeven'); om in alle ernst en uitvoerig door Paul de Wispelaere in een zo te zien jarenoud stuk aangevuld te worden met cijfers en citaten over het Vlaamse zorgenkindje van de Nederlandse literatuur.

De ongeveer tachtig in die horen verzamelde auteurs in Duitse vertaling geven de Nederlandse lezer een vreemde Aha-Erlebnis - bekende teksten op een ongewone toon. Wim de Bie in "Die neuen Senioren': “Ach, das wubtest du noch nicht? Ja, dieser Bursche ist so frei wie ein Vogel. Vorigen Monat bin ich ausgestiegen. Ich habe nichts mehr mit dem Geschäft zu tun. Punkt, fertig. Schlubkub!”.

    • Margot Engelen