Nobelprijs voor VS-economen Fogel en North

ROTTERDAM, 12 OKT. De 67-jarige Robert Fogel en de 72-jarige Douglass North hebben vanmiddag de Nobelprijs voor de economie gekregen voor hun werk op het terrein van de economische geschiedenis.

Volgens de Zweedse Koninklijke Academie in Stockholm hebben zij het onderzoek op historisch economisch terrein “vernieuwd door toepassing van de economische theorie en kwantitatieve methoden op economische en institutionele veranderingen”. Dergelijke economen worden ook wel aangeduid als "cliometristen'.

Robert Fogel is hoogleraar aan de Universiteit van Chicago en Douglass North aan de Washington University in St. Louis. Fogel heeft grote aandacht getrokken met zijn studies op het gebied van de slavernij. In 1974 publiceerde hij (samen met Stanley Engerman) de studie Time on the Cross; the economics of American Negro Slavery. Het boek was baanbrekend op het gebied van slavernijstudies en maakte veel ophef. Fogel doorbrak het beeld van de slavernij als een weinig dynamisch produktiesysteem. De slavernij was volgens Fogel (en Engerman) in de 19-de eeuw in het zuiden van de Verenigde Staten een rationeel economisch systeem. Slaven functioneerden daarbij als investering en hun arbeidsproduktiviteit was niet gebaat bij onmenselijke behandeling.

De studie was destijds van grote invloed in de VS op de verhitte discussies over de positie van zwarten in de samenleving. In eerdere studies waren slaven afgeschilderd als wezens die door de wrede behandeling willoos waren geworden, wat weer zijn invloed zou hebben op de als passief beschreven houding van veel zwarten in de grote steden.

Fogel publiceerde in 1989 nog Without Consent of Contract; the rise and fall of American slavery. Daarin nam hij meer een moreel standpunt in tegen de slavernij. Bij het verschijnen van dit boek gaf hij toe eerder te weinig oog te hebben gehad voor de gruwelen en menselijke kosten van de slavernij. Fogel publiceerde verder onder meer economisch-historische studies over de Amerikaanse spoorwegen.

Ook Douglass North onderscheidde zich met de toepassing van kwantitatieve methoden op economisch-historische onderwerpen. De laatste jaren wijdde hij zich meer aan de bestudering van institutionele veranderingen. Hij bezoekt regelmatig Oost-Europa voor het geven van adviezen en cursussen. North wordt beschouwd als een pionier bij het integreren van de institutionele en neo-klassieke economische theorie. Hij kwam enkele jaren geleden in de publiciteit als een van de buitenlandse adviseurs bij de opstelling van het (vijfhonderddaagse) hervormingsplan van de Russische econoom Stanislav Sjatalin, dat door de toenmalige president Gorbatsjov als te radicaal werd verworpen. North heeft steeds beklemtoond dat voor het slagen van markthervormingen een sterk institutioneel raamwerk nodig is. Volgens hem is het bij de overgang naar een markteconomie zaak de regels zeer snel te veranderen. Onder Nederlandse economen heerste enige verbazing over de toekenning van de Nobelprijs. “Ik denk dat ze bij de Zweedse academie een beetje door de grote namen heen zijn. Bij de oude generatie hebben ze de grote namen nu wel gehad. Ze aarzelen kennelijk nog economen uit de nieuwe generatie te kiezen”, aldus professor Sweder van Wijnbergen.

    • Hans Buddingh'