Nieuwe afdeling in verbouwd museum oudheden Leiden

LEIDEN, 12 OKT. Na een verbouwing die vier jaar heeft geduurd opent het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden morgen in aanwezigheid van koningin Beatrix een nieuwe afdeling Archeologie van Nederland.

Uit de collectie van ruim 65.000 archeologische voorwerpen uit eigen bodem die het museum bezit is een nieuwe selectie gemaakt van ongeveer 2000 stukken. Vroeger bestond de opstelling meer uit "een verzameling potjes en steentjes', nu is gekozen voor een moderne, chronologische presentatie waarin de mens en de veranderingen van de samenleving centraal staan.

De nieuwe afdeling beslaat de hele tweede verdieping van het museum, dat dit jaar 175 jaar bestaat. De expositie vertelt de geschiedenis van Nederland zoals die uit opgravingen naar voren is gekomen, vanaf de prehistorie tot het einde van de middeleeuwen. Dat gebeurt met hulp van voorwerpen, teksten, illustraties en schilderingen die door twee kunstschilders op de wanden zijn aangebracht. Zo is een versiering uit het Book of Kells overgeschilderd ter illustratie van de vroege middeleeuwen en begeleidt een kudde rendieren de oude steentijd. De getoonde voorwerpen laten zien hoe de mensen vroeger leefden en hoe zij zich aanpasten aan hun omgeving. Bij de middeleeuwen bijvoorbeeld wordt aan de hand van tekeningen duidelijk gemaakt welke gevolgen de veenontginning had voor het landschap en de bebouwing.

Alleen die objecten die een bijdrage leveren aan het verhaal, zijn geselecteerd. Voorwerpen die daar niet in passen, zijn weggelaten, of zijn gepresenteerd in drie "kabinetten', waarin specialistischer informatie wordt gegeven. Bij de presentatie is gekozen voor drie hoofdthema's: economie, leven en dood en materiële cultuur. “Uitgangspunt is dat archeologie zich bezighoudt met mensen, met de reconstructie van verdwenen samenlevingen”, zei gisteren museumdirecteur dr. G.J. Verwers. “Daaraan proberen wij vorm te geven door facetten als sociale patronen, bestuursvormen, handelsrelaties of begrafenisrituelen te laten zien, in relatie met de veranderingen van de landschappelijke omgeving.”

Een ronde, gouden fibula ingelegd met granaat, email, parels en glas, die is gevonden in Dorestad (bij Wijk bij Duurstede) is een van de bekende topstukken op de expositie, evenals een gouden ruiterhelm die in de Peel is opgegraven. Bij de Romeinse geschiedenis zijn een aantal kalkstenen altaren uit de 2de en 3de eeuw te zien, gewijd aan de godin Nehalennia, waarvan er in de jaren tachtig bijna 200 naar boven zijn gehaald bij Colijnsplaat.

Met extra geld van WVC in het kader van het Deltaplan voor cultuurbehoud kon het museum objecten conserveren en tentoonstellen die voorheen in het depot lagen opgeslagen. Het gaat vooral om voorwerpen van hout, leer, been, metaal en ijzer. Ook is een nieuw klimaatsysteem aangebracht waaraan op den duur de andere etages kunnen worden aangesloten. Voor de presentatie zijn vormgevers ingeschakeld die erin zijn geslaagd een omgeving te creëren die past bij de sfeer van de tijd. In het prehistorische deel overheerst een grijsblauwe tint die doet denken aan de geëxposeerde vuurstenen. In het Romeinse deel is gekozen voor de warme, steenrode kleur van de muurschilderingen in Pompeji. De middeleeuwen hebben een gelige perkamentkleur meegekregen. Ter begeleiding is er een eenvoudige, beperkte tekst op de wand met daarnaast gedetailleerder informatie. Ook is ieder voorwerp apart toegelicht. Het geheel wordt aangevuld met kaarten en videopresentaties. Inscripties en handschriften zijn getranscribeerd en vertaald. Deze week komen drie boekjes uit waarin de conservatoren van de prehistorische, romeinse en middeleeuwse periode hun deel van de collectie toelichten.

Volgens Verwers speelt Nederland met 1500 vindplaatsen een belangrijke rol in de archeologie. Veel van de archeologische objecten in het museum zijn in de loop der jaren door medewerkers van het museum zelf opgegraven. “Daarom hebben we er ook veel documentatie over. Daarin onderscheidt deze collectie zich van vele andere”, zegt Verwers. “We hebben in Nederland tot op grote diepte met zachte, vochtige grond te maken waarin materialen als hout, been, leer, metaal, zaden en stuifmeel goed bewaard blijven. Vanaf 25.000 jaar geleden tot de recente tijd weten we heel veel. Door het interdisciplinaire karakter van de archeologie in ons land waarbij zoölogen, landschapsdeskundigen, fysici, chemici en sociale wetenschappers betrokken zijn, kunnen we een vrij compleet beeld van het verleden geven.”

    • Gerda Telgenhof