Nette jazz is binnengehaald en blijkt het paard van Troje

In NRC Handelsblad van 4 oktober maken we onder de kop "Nette jazz verovert kleine provincieplaats' kennis met de ware intenties van het Nederlands Jazz Initiatief (NJI). Jan van Waveren, directeur van het Nederlands Impresariaat stelt daarin dat, anders dan gedacht wordt, in de programmering van het NJI voor experimentele jazzmusici wel plaats is. Hij voegt daaraan toe dat het voor sommige van die jazzmusici geen kwaad zou kunnen als zij iets aan hun presentatie doen: “Ze hoeven hun haar niet eens te kammen als ze hun nek maar gewassen hebben.”

Als we onze nekken maar rood boenen mogen wij, improvisatiemusici, wellicht toetreden tot de keurig aangeharkte lusthoven der Nederlandse cultuur: het schouwburgcircuit. Er staat niet expliciet bij dat we ons ook dienen te bekwamen in het spelen van de bijbehorende "redneckjazz', maar dat is wel de bedoeling, daarover hoeft niet meer te worden getwijfeld.

Dit voorjaar kwam het Nederlands Impresariaat, normaal grossierend in kamermuziek, op bezoek bij ons, de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM). Vraag: wat wij er van vonden als het NJI, tot dan toe bij het impresariaat inwonend, geld ging vragen aan de SJIN. Dat is de Stichting Jazz en Improvisatiemuziek Nederland waar WVC-geld (lees: -armoede) wordt verdeeld onder desbetreffende groepjes musici.

Wij van de BIM vonden het een prachtidee. Wij bestoken de SJIN voortdurend met voorstellen ter versterking van de infrastructuur waarin eigenzinnige muziek moet gedijen. Elke uitbreiding van speelmogelijkheden is welkom.

Gevraagd naar invulling van het plan, presenteerde het NJI een lijst met groepen, die vrijwel allemaal buiten de reguliere SJIN-subsidiëring waren gebleven. Daarvoor was een reden: de SJIN krijgt weinig geld (nog geen 3 miljoen gulden per jaar, ongeveer het bedrag dat de violensectie van één symfonieorkest jaarlijks opstrijkt) en besteedt dat - met steun van de BIM - vooral aan hedendaagse improvisatiemuziek, waaronder veel jazz.

Veel groepen op de door de NJI ingediende lijst spelen technisch hoogstaande, maar volgens de SJIN inhoudelijk zwaar op verworvenheden uit het verleden leunende muziek.

Dat is een zinnig vervolg op een traditie. Maar het is wel de vraag of dit feest van herkenning niet vooral moet worden gefinancierd door degenen die het herkennen. Anders gezegd: moet je in geval van krapte niet voorrang geven aan eigenzinniger en dus maatschappelijk meer fragiele muziek?

Het NJI had die vraag verwacht en dus een pasklaar antwoord ingestudeerd: zij boden alleen maar aan. Alleen de vraag bepaalde de afname, er zou niet inhoudelijk geselecteerd worden.

Om voor de BIM onbegrijpelijke redenen heeft de SJIN vervolgens haar eigen - door WVC en Raad voor de Kunst gesteunde - selectiecriteria ruimhartig terzijde geschoven en besloten het NJI geld te fourneren.

We weten sinds het artikel over "nette jazz' in NRC Handelsblad wat voor een fatsoensrakkerig paard van Troje daarmee is binnengehaald. Immers, de inkt van de SJIN-toezegging is nog niet droog of het NJI laat haar inhoudelijke neutraliteit varen, claimt tachtig procent van het jazz-budget voor on-experimentele muziek en roept en passant dat wij musici viespeuken zijn (al is er wat voor te zeggen; wie zijn nek uitsteekt, maakt inderdaad kans een vuiltje op te lopen, maar daar heeft Van Waveren vermoedelijk nog nooit over nagedacht).

Er bestaan bij het NJI kennelijk strak omlijnde ideeën over wat een "experiment' heet, namelijk die muziek die de SJIN tot nu toe vooral heeft ondersteund. We hebben dus te maken met een variant op de al eerder opgedoken Ziekte van de Smalle Oortjes. Oortjes waarin muziek, die artistiek risicodragend is maar die met behulp van minutieus gevormde smaak en richtingsgevoel wordt afgeleverd, nog altijd experimenteel klinkt.

Het NJI voegt nu een nieuw element aan die ziekte toe; een wee geurtje. Eerst neutraal doen en dan - als je al binnen bent - de deur intrappen, dat riekt naar trucjes. En trucjes mogen in sommige kringen gewaardeerde muzikale stijlmiddelen zijn, BIM-musici zijn er niet van gediend.

    • Voorzitter van de Bim
    • Han Buhrs