Junta in Haïti wil blijven

De twijfel aan de Amerikaanse geloofwaardigheid heeft zich verplaatst van Somalië naar Haïti, waar aanhangers van de junta gisteren een Amerikaans troepenschip met 200 militairen voor de VN-operatie verhinderden in Port-au-Prince aan te leggen. Het militaire regime lijkt de macht niet te willen opgeven, ondanks een akkoord over de terugkeer van president Aristide later deze maand.

MEXICO-STAD, 12 OKT. De gebeurtenissen van de afgelopen weken in Haïti geven in toenemende mate van duidelijkheid aan dat het militaire regime hoegenaamd niet van plan is de macht in het land op te geven, ondanks het door bemiddeling van de Verenigde Naties tot stand gekomen akkoord met president Aristide. Onder druk van economische sancties van de VN, waaronder een totaal olie-embargo, leken politiecommandant Michel François, legerchef Raoul Cedras en de hunnen door de knieën te zijn gegaan. President Jean-Bertrand Aristide zou op 30 oktober mogen terugkeren, politiemensen en militairen van een rijk-geschakeerd VN-contingent zouden de orde mogen bewaken, leger en politie "professionaliseren' en de garantie vormen dat de democratie in Haïti deze keer wèl wortel zou schieten.

Maar met kreten als “donder op uit ons land” en “Haïti wordt een tweede Somalië” is het François en zijn attachés - de hulppolitie van Port-au-Prince - gisteren gelukt voorshands de aanlanding van een eenheid Amerikaanse genie-militairen tegen te houden. Volgens plan hadden François en Cedras nu ongeveer hun posten ter beschikking moeten stellen in afwachting van verbanning naar een diplomatieke detachering aan de andere kant van de aardbol. In werkelijkheid heeft het Haïtiaanse leger (waar de politie organiek onder valt) de touwtjes strakker dan ooit in handen.

De afgelopen weken hebben een reeks incidenten laten zien die elke waarnemer van de gang van zaken in Haïti uiterst pessimistisch heeft gemaakt over een spoedig herstel van de democratie in het land. De moord op zakenman en Aristide-supporter Antoine Izmery, de mislukte moordaanslag op burgemeester Evans Paul van Port-au-Prince, de overval op de staatsradio- en televisiezender. Daar tegenover stond de komst van de eerste specialisten van het VN-contingent, dat zal bestaan uit Algerijnen, Oostenrijkers, Canadezen, Russen, Fransen, Senegalezen, Tunesiërs, Venezolanen, Argentijnen en functionarissen uit Madagascar.

Premier Robert Malval, een door Aristide voor het premierschap uitgekozen zakenman zonder uitgesproken politieke ideeën, noemde onlangs in een vraaggesprek met Newsweek de golf van moorden en aanslag een “machtsstrijd” en een “spelletje poker”. Malval zei dat “de attachés van het ene moment op het andere kunnen verdwijnen, indien we tot een overeenkomst kunnen komen met de verschillende krachten”. Hij zei dat geen van de betrokken partijen wil terugkeren naar 1991, toen politieke chaos en moorden aan de orde van de dag waren, en toen Aristide uiteindelijk in september van dat jaar bij een staatsgreep werd verdreven.

Sindsdien is "1991' dichterbij dan ooit en de toon van Malvals uitspraken indringender en ook wanhopiger geworden. Dit weekeinde waarschuwde hij (de Amerikanen) dat het uitblijven van de democratie in Haïti zal leiden tot een hernieuwing van de exodus van bootvluchtelingen in de richting van de kust van Florida. De stroom werd begin dit jaar ingedamd onder invloed van ongunstige weersomstandigheden, gunstige politieke wendingen en het cordon sanitaire van de Amerikaanse Kustwacht buiten de wateren van Haïti. Malval in het vraaggesprek met Newsweek: “Hij (Aristide) moet koste wat het kost op 30 oktober terugkomen. Als dat niet gebeurt, heeft dit land geen toekomst meer.”

De waarheid van Haïti is dat de enige toekomst van het land in de handen is van het buitenland. Daarbij hebben de VN verondersteld dat het akkoord van Governor's Island tussen Aristide en Cedras een herenakkoord was, en dat druk van een economisch embargo en het zenden van een handjevol specialisten een waterdicht scenario voor het herstel van de democratie zou zijn. Maar in de Haïtiaanse politiek is het aantal heren op de vingers van één hand te tellen. Speciaal VN-afgezant in Haïti Dante Caputo verwoordde gisteren zijn teleurstelling maar vooral ook onmacht ten aanzien van de huidige gang van zaken aldus: “Dit is een belediging voor de Verenigde Naties”.

Met de dag wordt duidelijker dat embargo's en akkoorden ontoereikend zijn voor de situatie zoals die zich in Haïti voordoet. De internationale gemeenschap (lees: de Verenigde Staten) ziet met grote tegenzin dat de optie van interventie op grote schaal als enige effectieve maatregel overblijft. Daarbij verhoogt de verwachte exodus van bootvluchtelingen de druk om daadkrachtig te handelen. Wat de Amerikaanse komiek Jay Leno gisteravond in zijn Tonight Show tot de grap verleidde: “Dat terugsturen van schepen, van wie zouden de Haïtianen dat nou hebben geleerd?”