Jeugdbajes "Amal' voert een Marokkaans regime

Met tapijten en posters van het Rif-gebergte probeert de justitiële behandelinrichting Amal in Amsterdam haar Marokkaanse inwoners een gevoel van thuis te geven. Critici vinden 's lands eerste categorale inrichting een "affront' voor de integratie.

AMSTERDAM, 12 OKT. Sloffend op hun slippers maken de jongens de gang van hun afdeling schoon. Als ze klaar zijn, schuiven Mohammed, Feisal en Farid tegen elkaar aan op een bankje in de zitkamer en verzinken in ledigheid. De voetbaltafel blijft onaangeraakt, de boeken wachten in de kast. De enige inbreuk op de verveling maakt de reggae van Bob Marley. Het lijkt een normale jeugdgevangenis - en dan valt niet eens op dat alle bewoners Marokkaan zijn, want dat zijn er ook veel in gewone gevangenissen. Maar dat is juist wat Amal onderscheidt van de doorsnee inrichting: deze is uitsluitend voor Marokkaanse jongens en wordt geheel bestierd door Marokkaanse medewerkers.

Staatssecretaris Kosto (justitie) opende twee weken geleden officieel de "behandelinrichting' Amal (Arabisch voor hoop) in Amsterdam. Het is de jongste poging een halt toe te roepen aan de problemen die relatief veel Marokkaanse jongens in Nederland krijgen. Het percentage Marokkaanse jongeren tussen de 12 en 24 jaar dat een proces-verbaal kreeg, bedroeg in 1991 in drie onderzochte politieregio's 9,7 procent. Voor Nederlandse jongeren was dat 2,5 procent, voor Turkse jongeren 3,3 procent.

Volgens sommigen worden de problemen veroorzaakt of verergerd door het gemis aan sociale controle, die in de Marokkaanse maatschappij juist heel sterk is. In een aantal recente initiatieven om de ontspoorde jongeren weer in het rechte spoor te trekken, staat herstel van die doorgesneden sociale banden voorop. Daarom wordt hun een exclusief "Marokkaanse' behandeling gegeven.

Het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) gaat in het kader van een project (half-)criminele jongeren mee op reis nemen naar Marokko. En nu is er dus Amal, waar Marokkaanse boefjes onder handen worden genomen door Marokkaanse begeleiders.

“Bij justitie kostte het ons aanvankelijk moeite de mensen te overtuigen”, zegt de coördinator van Amal, M. Ouariachi. “Ze vonden het eigenlijk maar niks.” Ten slotte ging het ministerie toch akkoord met een proef voor zo'n vier jaar, waarna een evaluatie volgt door het ministerie. Justitie stelt per jaar een ton ter beschikking voor elk van de zestien bedden voor jongens van 12 tot 18 jaar. In mei werden de eerste jongens binnengebracht.

Het uitgangspunt bij Amal, en bijvoorbeeld ook bij opvanghuizen voor Marokkaanse jongeren als het Amsterdamse Darna, is dat de jongeren het best in een Marokkaanse omgeving en op een Marokkaanse manier kunnen worden opgevangen, wil er vervolgens van een verdere integratie in de Nederlandse samenleving sprake zijn. Algemeen directeur A.E.R. Tiel van het Sociaal agogisch centrum Het Burgerweeshuis (SAC), waar Amal onder ressorteert: “De jongens zitten voortdurend met de vraag ben ik een Marokkaanse Nederlander of een Nederlandse Marokkaan. Je kan alleen maar integreren als je weet in welk vel je steekt, anders is het vragen om moeilijkheden.” Zoals een Marokkaanse jongerenwerker onlangs zei in een discussie over criminaliteit onder jonge Marokkanen: “Mijn kind mag van mij veel minder dan van de Nederlandse samenleving of van de politie.”

Amal, zegt coördinator Ouariachi, wil jongens die in Nederlandse inrichtingen passief en gesloten als een oester wachten op hun invrijheidstelling, aanspreken op hun eigen cultuur en waarden, “Als je hun snaar aanraakt, hebben ze een toekomst. Anders gaat het mis.” Bij Feisal bijvoorbeeld is de islamitische snaar geraakt. Vanuit zijn kamer galmen Koran-verzen door de gang. Boven zijn bed hangt een computeruitdraai "Allaho akbar' - Allah is groot.

Feisal is de enige jongen die zich moslim noemt. Hoewel de eigen cultuur en waarden voorop staan, is Amal geen islamitische instelling - hooguit wordt er in de keuken rekening mee gehouden. En om vooroordelen voor te zijn, zegt Ouariachi beslist dat lijfstraffen in Amal niet worden toegepast. “We werken onder de Nederlandse wetgeving.”

Hij laat trots het splinternieuwe gebouwtje zien. Over een paar weken zijn de sdadders klaar, de lage banken voor in de Marokkaanse kamer, ligt het tapijt er, hangen er wat meer Marokkaanse posters en dan is het bijna "thuis'. Maar dat is juist wat critici op de instelling tegen hebben: de boefjes zijn dan misschien wel van Marokkaanse afkomst, maar ze wonen in Nederland en hier ligt hun toekomst. De ingezakte schoonmakers op de bank in de zitkamer zien er zo Nederlands uit als Marokkaanse jongen maar kan: spijkerbroek, T-shirt van de Chicago Bulls en Reebok-sportschoenen. Ze spreken vloeiend Nederlands, met een half Marokkaans, half Amsterdams accent. Maakt Amal haar inwoners niet schizofrener dan ze misschien al zijn?

De Amsterdamse ambtenaar J. Beerenhout denkt van wel. Een affront, vindt Beerenhout Amal. Hij adviseert de politie bij kwesties van integratie en experimenteert zelf ook met categorale opvang voor Marokkaanse boefjes. “Maar ik probeer die jongens terug te brengen naar de Nederlandse maatschappij, zij brengen ze naar een Marokkaanse maatschappij.”

Voorzitter A. Menebhi van het KMAN, de laatste jaren steeds nadrukkelijker optredend als woordvoerder van Marokkanen in Nederland, kan instemmen met Amal, al is hij veel voorzichtiger positief dan Ouariachi. “Het doel van Amal moet zijn dat ze zichzelf opheft, als de de integratie verder is dan nu.” Nu is Amal meer een lapmiddel voor nijpend maatschappelijk probleem.

Ouariachi veegt de kritiek geroutineerd van tafel. “Integreren is het doel, maar daarvoor is een tussenstap nodig met mensen die goed thuis zijn in beide culturen.” Hij vertelt trots over een jongen die Amal moest worden binnengedragen door vijf begeleiders van een "gewone' inrichting. Daar had de jongen niet willen deugen, nu, onder "Marokkaans bewind' gaat het volgens hem heel goed.

Of Feisal die in het begin nog “treiterde, schreeuwde en ruzie maakte”, zoals hij met een bescheiden grijns opbiecht. Nu is hij een voorbeeld voor zijnhuisgenoten. Hij gaat naar het centrum beroepsoriëntatie en beroepsoefening, het scholingscentrum van het arbeidsbureau, waar hij wordt opgeleid tot administratief medewerker. “Ik heb mijn vrijheid verdiend”, zegt hij trots.

    • Bas Blokker
    • Steven Adolf