Het paars van Rottenberg

DE PAARSE COALITIE, een jaar geleden nog door PvdA-voorzitter Rottenberg afgedaan als een ongewenste vorm van psychotherapie, dient nu volgens dezelfde persoon serieus te worden onderzocht.

Op een manifestatie van zijn partij stelde Rottenberg afgelopen zondag voor de wetenschappelijke bureaus van PvdA, D66 en VVD met deze taak te belasten. Dat de andere partijen vooralsnog lauw hebben gereageerd, valt alleszins te begrijpen. Met consistentie hebben de uitspraken van Rottenberg weinig te maken. Bovendien, namens wie sprak hij eigenlijk? Want op het moment dat hij zijn voorstel lanceerde verscheen een interview met de fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, Th. Wöltgens, waarin deze de kans op een paarse coalitie uiterst klein noemde. Mochten de uitspraken van Rottenberg bedoeld zijn om het CDA te waarschuwen, dan is dat niet gelukt. Zijn actie heeft zich vooral tegen de PvdA zelf gekeerd. CDA-fractievoorzitter Brinkman kon gisteravond dankbaar de gelegenheid aangrijpen om te wijzen op de verdeeldheid in de PvdA.

Afgezien van strategische overwegingen is het de vraag of een onderzoek naar de mogelijkheden van een paarse coalitie zinvol is. Alles valt of staat immers met de politieke wil. Daar is geen studie van de wetenschappelijke instituten voor nodig, maar een kijkje in de binnenkamers van degenen die na de verkiezingen het formatiespel gaan spelen. Theoretisch is de paarse coalitie mogelijk nu de klassieke tegenpolen PvdA en VVD elkaar niet meer uitsluiten. Programmatisch ligt het moeilijker, zeker na de publikatie van het VVD-ontwerpverkiezingsprogramma en na de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer waar de liberale fractievoorzitter Bolkestein en PvdA-fractievoorzitter Wöltgens lijnrecht tegenover elkaar stonden. Aan de andere kant, de tegenstellingen zijn van een geheel andere orde dan vijftien jaar geleden en overbrugbaar.

EEN ONDERZOEK NAAR programmatische samenwerking nu heeft pas zin als ook voor de verkiezingen duidelijkheid wordt verschaft over de meest gewenste coalitie. Maar het probleem is nu juist dat met uitzondering van D66 alle potientiële regeringspartijen dit nalaten. Onder de drogreden dat de kiezer eerst moet spreken laten CDA, PvdA en VVD de kiezer in het ongewisse. De kiezer mag stemmen, maar of zijn stem zal leiden tot een centrum-linkse, centrum-rechtse dan wel een paarse coalitie is een zaak waar hij geen invloed op heeft. Politieke manoeuvreerruimte heeft momenteel de voorkeur boven politieke duidelijkheid.