Gloria houdt luxe vlooienmarkt

Is het een “luxe vlooienmarkt” of een zelden vertoonde uitstalling van uniek adellijk bezit? In ieder geval gaat achter de vandaag begonnen veiling van het Duitse vorstenhuis Von Thurn und Taxis een modern Beiers drama schuil.

Eerst was het een sprookje. Toen leek het een schandaal te worden. En uiteindelijk blijkt het een zedenschets over de emancipatie van een gefortuneerde zakenvrouw in het Zuidduitse Beieren. Prinses Gloria von Thurn und Taxis, 33, trekt dezer dagen niet meer de aandacht door extravagante kapsels of een nachtelijke verpozing met Mick Jagger. Ze staat vooral in de belangstelling omdat ze als ondernemer een van de grootste privé-bezittingen ter wereld - geschatte waarde vier miljard Duitse mark - van een dreigende déconfiture heeft gered.

Vandaag zet de prinses een nieuwe stap in de grote schoonmaak die ze drie jaar geleden begon. Onder leiding van het Britse Sotheby's gaat in haar 560 kamers tellende kasteel in Regensburg, even ten noorden van München, een schier eindeloze hoeveelheid adellijke bezittingen onder de hamer. Het is de grootste veiling uit de geschiedenis van Sotheby's, de catalogus beslaat zeven banden, het spektakel zal negen dagen duren. In de aanbieding zijn onder meer 2000 Duitse en Oostenrijkse meubelen uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw, 157 Europese kunstwerken van de Gothische tijd tot begin deze eeuw, ontelbare eeuwenoude juwelen, keramiek-, glas- en zilverstukken, alsook 75.000 flessen wijn uit de Von Thurn und Taxis-kelders. Sotheby's voorspelt een opbrengst van 14 miljoen mark - waarmee de prinses het laatste deel van haar belastingschuld kan voldoen. Haar rechterhand, hofdame Regina Sprüth: “Dan hebben de Von Thurn und Taxis-bedrijven weer een solide basis.”

Drie jaar geleden had de Beierse overheid nog zo'n 70 miljoen Mark van de prinses tegoed. Ze kon niet betalen. De schuld was een direct gevolg van de dood van haar man, de 64-jarige prins Johannes Baptista de Jesus Maria Louis Miguel Friedrich Bonifazius Lamoral von Thurn und Taxis. Deze entrepreneur annex avonturier beheerde tot dat moment het privé-vermogen van het geslacht Von Thurn und Taxis, dat rond 1500 ontstond toen de familie zich vanuit Frankfurt een monopolie van postdiensten tussen Brussel en Milaan verwierf. De rijkdom die daarmee werd verworven gaf het geslacht gelegenheid zich tot de adelstand te verheffen. “De familie is oorspronkelijk geen vorstenhuis”, zegt de Regensburger stadsarchivaris dr. Heinrich Waldenwitz, “en dat was vooral begin vorige eeuw goed te merken. Terwijl de meeste vorstenhuizen na het Habsburgse rijk in verval raakten, wendde Von Thurn und Taxis zijn vermogen aan om in zaken te gaan.”

Er ontstond een kluwen van handelsondernemingen, en gaandeweg werd de familie bijvoorbeeld eigenaar van vijftien kastelen, verscheidene kunstverzamelingen en een hofbibliotheek met 225.000 historische werken (zie kader). Het streng-katholieke, ondernemingslustige imago van Von Thurn und Taxis heeft nog altijd een niet te onderschatten uitstraling op de Beierse ziel, zegt Waldenwitz. Zo identificeerde wijlen Franz-Joseph Strauss, als premier jarenlang het boegbeeld van de naoorlogse Beierse eigenheid, zich graag met de weldadige rijkdom van Von Thurn und Taxis. In 1988 kreeg hij zijn noodlottige hartaanval terwijl hij verbleef op het landgoed van de familie in Regensburg.

Het was fraaie Beierse symboliek. Want ongeveer te zelfdertijd moet het prins Johannes von Thurn und Taxis ook zelf duidelijk zijn geworden dat zijn beheer van het familievermogen geen onverdeeld succes was. Lange tijd had hij met losse hand leiding gegeven aan zijn bedrijvengroep, waarin wereldwijd banken, beleggingsmaatschappijen, houtverwerkingsondernemingen, brouwerijen en projectontwikkelaars te vinden waren. De bedoeling was dat de prins het algehele overzicht behield, maar na zijn dood bleek dat een dergelijk vermogen hem vermoedelijk altijd vreemd is geweest. Naast de reguliere verplichting aan Beieren van 70 miljoen mark successierechten bleek de bedrijvengroep tegen een niet-inlosbare schuld van zo'n 800 miljoen mark aan te kijken.

Pag.16: Met uitverkoop toont prinses zich opnieuw goede zakenvrouw

Nooit is officieel bekend gemaakt hoeveel waarde het familievermogen van de Von Thurn und Taxis vertegenwoordigt. Maar als de doorgaans gehanteerde schatting van vier miljard mark klopt, was de rijkste adellijke familie van Duitsland in serieuze problemen. “Toen ik aan de leiding van de bedrijven kwam”, zei zijn weduwe, prinses Gloria, vorige week in het Duitse economisch tijdschrift Capital, “stonden de zaken er slecht voor.”

En niet alleen de zaken. Het imago van de prinses bracht waarnemers er destijds toe de toekomst van het Von Thurn und Taxis-vermogen slechts in gitzwarte scenario's te bespiegelen. Vanaf de dag van haar sprookjeshuwelijk in 1980 - zij was 20, hij 54 - werd ze van diverse zijden zwaar op de korrel genomen. Ze scheurde rond op Harley Davidsons (twee van haar vier gaan deze week onder de hamer), ze mat zich fel gekleurde punkkapsels aan en in openbare gelegenheden verscheen ze meestal aan de zijde van internationale popsterren en acteurs. De populaire pers beschreef haar als de prinses Caroline van Beieren - maar dan decadenter. En steeds duidelijker werd dat ook binnen het geslacht Von Thurn und Taxis de weerzin tegen haar groeide. Zo was er oudoom pater Emmeram von Thurn und Taxis, een invloedrijke en hoogbejaarde geestelijke en eveneens woonachtig in Regensburg, die zich nauwelijks verholen keerde tegen de losse levenswijze van de prinses, “nota bene de moeder van het toekomstige hoofd van onze familie”.

Dat het huwelijk überhaupt tot stand was gekomen, had vooral een praktische oorzaak. Prins Johannes behoefde een troonopvolger, liefst een mannelijke, en die werd tien jaar geleden geboren: Albert. Tot zijn omgang met Gloria werd bij de prins, een vrijgezel, nooit belangstelling voor vrouwen gesignaleerd. En als Gloria de prinses Caroline van Beieren was, dan kwam het profiel van de prins het best overeen met dat van prins Hendrik: zeven sloten op één dag waren voor hem geen unicum. “Johannes was, laten we maar eerlijk zijn, een sukkel”, zegt stadsarchivaris Waldenwitz.

Het was in 1982 dat de prins formeel de zeggenschap over het familievermogen kreeg. Op dat moment werkte hij al geruime tijd in het zakenimperium, waar hij zich aanvankelijk als vernieuwingsgezind en dynamisch profileerde. Zo vergeleek hij de efficiency in de Von Thurn und Taxis-bedrijven ooit met die van een “ambtenarenbedrijf als de Duitse spoorwegen”. Onder zijn invloed kwamen in de loop van de jaren zeventig dan ook eerste wijzigingen in de feodale structuur van het imperium tot stand, maar het duurde uiteindelijk tot de tweede helft van de jaren tachtig voordat een beslissende, dramatische ingreep plaats had. Het zou uitlopen op een zinderend schandaal - maar toen had prinses Gloria de touwtjes al in handen.

Aanvankelijk leek het een gouden greep: de prins gaf de leiding over het imperium feitelijk in handen van een vijftal moderne managers die geen connectie met de familie hadden. Hoofd van het managementteam werd Helge Petersen, een voormalige McKinsey-topman, die als een van zijn eerste daden een management-informatiesysteem lanceerde, zodat de prins de kennis over de handel en wandel van het imperium niet langer monopoliseerde. De kluwen bedrijven werd vervolgens opgedeeld in vijf divisies: landbouw, bosbouw, bierproduktie, industrie en financiële dienstverlening. En tot ontluistering van de familie werd openbaar gemaakt dat de sectoren met verreweg de grootste omzet - land- en bosbouw - per jaar “maximaal” één procent aan het rendement bijdroegen. (Niet dat volledige openheid werd betracht: een van de belangrijkste familietradities - geen publikatie van jaarstukken - bleef intact.)

Het verse managementteam koos voor een grote sprong voorwaarts. Financiële dienstverlening moest de "core business' van Von Thurn und Taxis worden. Er werd op grote schaal onroerend goed aangekocht in Noord-Amerika, waartegenover de verkoop stond van landbouwgronden en kastelen voor zo'n 250 miljoen mark. Tegelijk werden scherpe saneringen doorgevoerd in een van de belangrijkste industrieën van het imperium, de staalverwerker Dudoco, waar honderden mensen werden ontslagen.

Het management meldde in 1989 en 1990 sterk verbeterde resultaten. Daardoor gestimuleerd stelden Petersen en de zijnen voor het laatste feodale element uit de structuur van de onderneming weg te snijden. Het vermogen diende te worden ondergebracht in een stichting onder leiding van de prins, maar de formele verantwoordelijkheid voor het management zou hem worden ontnomen, en op termijn moest het imperium uitgroeien tot een openbare, beursgenoteerde onderneming. De prins, zou Petersen later verklaren, gaf aanvankelijk zijn hartelijke steun aan deze opzet.

Zijn echtgenote dacht daar evenwel anders over. In de laatste levensmaanden van de prins, toen de prinses zich ineens actief met de zaken ging bemoeien, werden de ideeën van Petersen rigoreus van tafel geveegd. “Gloria”, zegt huisvriend graaf Heinrich von Spreti, “voelde dat er iets aan de hand was. Dat ze moest ingrijpen.” Tezelfdertijd verschenen in diverse Duitse bladen verhalen over zwaar teleurstellende resultaten met het aangekochte Amerikaanse onroerend goed, gecombineerd met de beschuldiging dat de managers zich persoonlijk hadden verrijkt door gebruik te maken van de onachtzaamheid van de prins. Nog voor zijn dood - eind 1990 - had Petersen Von Thurn und Taxis vrijwillig verlaten, zijn vier collega's volgden in de loop van het volgende jaar. Niet vrijwillig.

In de anders zo rustige rechtbank van Regensburg was het in 1991 een komen en gaan van spannende zaken. De prinses had zich na de dood van haar man in het openbaar achter de beschuldigingen van persoonlijke verrijking geschaard: de managers zouden de resultaten van het imperium hebben opgepoetst om hun eigen salaris - dat daaraan was gerelateerd - oneigenlijk te vergroten. Alle vijf managers eisten genoegdoening in de vorm van miljoenenbedragen. En één van hen, dr. Rolf Levedag, een voormalig topman van de Deutsche Bank, vocht bovendien zijn ontslag aan. Hij verklaarde: “Gloria wil overal invloed op, ze trekt de leiding van het imperium naar zich toe. Maar ze is niet in staat zo'n enorme onderneming te leiden. Ze volgt pas nu een cursus bedrijfseconomie!” Ten lange leste werden alle zaken geschikt. En intussen nam prinses Gloria in alle stilte het management van het imperium waar.

In die tijd werden de deelnemingen in het Amerikaanse onroerend goed afgestoten, werd een bank verkocht, en werd het totaal aantal personeelsleden van alle Von Thurn und Taxis-bedrijven met enkele duizenden teruggebracht tot 2.900. Er kwam pas weer aandacht van de media toen het de prinses gelukt bleek het grootste deel van haar belastingschuld aan de Beierse overheid te voldoen door betalingen in natura: via de overdracht van kastelen en kunstwerken. “Zoiets was nog nooit iemand gelukt!”, zegt stadsarchivaris Waldenwitz. “Misschien, hoorde je ineens, is die Gloria zo dom nog niet.”

Inmiddels, een kleine twee jaar later, is de stemming volledig omgeslagen. Op de economiepagina's van serieuze kranten en tijdschriften verscheen de laatste weken een groot aantal artikelen die het management van de prinses zoniet positief dan toch welwillend beschrijven. Ook het economisch programma van het ZDF, "Wiso', wist in een uitzending van een uur alleen goed nieuws over de managementresultaten van de prinses te brengen. Het zijn in feite slechts stemmingsberichten, want controleerbaar is het beheer van een privé-vermogen per definitie niet. Maar ze maken in ieder geval duidelijk dat het voormalige jet set-prinsesje nu serieus wordt genomen - ondanks een nog altijd sluimerende publiciteitsoorlog van de vijf voormalige topmanagers.

Haar rechterhand, hofdame Regina Sprüth, die tien minuten heeft voor een vraaggesprek: “Ze is een moderne manager. Ze omringt zich met de beste mensen, ze denkt niet hiërarchisch, ze luistert naar iedereen. Maar ze heeft de léiding, begrijpt u?” De kernactiviteiten zijn nog altijd dezelfde vijf als die door Petersen werden ontwikkeld. “Maar het verschil is”, zegt Sprüth, “dat Gloria ze in drie werkmaatschappijen heeft ondergebracht. Al haar vezels zijn gericht op efficiency. Ze is conservatief. Ze neemt pas risico's als dat nodig is.” De problemen die ze aanvankelijk had zijn in feite terug te voeren op een eenvoudig probleem: “Mannen accepteren een vrouw niet zomaar als leidinggevende. Zeker hier in Beieren niet. Maar dan vergeten ze dat het Gloria uiteindelijk slechts te doen is om haar zoon, Albert. Hij is nu 10. Over acht jaar neemt hij het beheer van het vermogen over. Gloria zegt: “Die jongen moet dan zonder vervelende erfenis aan zijn toekomst beginnen.”

Daartoe is er nu ook de veiling. Het is een spektakel dat in het klein duidelijk maakt wat het werkelijke probleem van de prinses is. Aan de ene kant mag ze zich niet te zeer verwijderen van de traditie van de familie, en daarmee van een Beierse traditie. Zo was er recentelijk opnieuw pater Emeramm von Thurn und Taxis die schande sprak over het feit dat zoveel historisch familiebezit verdwijnt. “Maar die man”, zegt Sprüth, “denkt dat je financiële problemen kunt wegwerken door alleen maar te bidden. Gloria is iets moderner.”

Anderzijds is er de kritiek dat de veiling een wel erg magere dwarsdoorsnede is van wat de familie in werkelijkheid bezit. “Het is eigenlijk maar een vlooienmarkt”, schreef vorige week een plaatselijke krant. “Ik zou dat zo niet uitdrukken”, zegt stadsarchvaris Waldenwitz. “Ik zou zeggen: het is een luxe vlooienmarkt. Want als je weet wat er achter die kasteeldeuren werkelijk schuilgaat, dan moet je concluderen dat Gloria zich ook hierbij een verrassend goede zakenvrouw heeft getoond: ze doet alsof ze haar kroonjuwelen verkoopt, terwijl ze in werkelijkheid niet meer dan wat derderangs materiaal in de aanbieding doet.”

HET IMPERIUM VON THURN UND TAXIS*

Werkmaatschappij Bosbouw/houtbewerking:

directeur: Winfried Daffner

Activiteiten Bosbouw:

In Duitsland:29.000 hectare bos in Beieren en Baden-Würtenberg;

In Canada:6.000 hectare in Brits Columbia;

In de VS:2.200 hectare in Georgia en Florida.

Activiteiten hout:

60 procentsbelang in TTS Holzindustrie GmbH; eigenaar TTS Waldpflege GmbH & Co.

Werkmaatschappij onroerend goed en landbouw

directeur: Fred Schneider

Bezit onroerend goed:

In Duitsland:ruim honderd arealen bouwgrond, diverse winkelcenta, grote aantallen kantoorpanden, 500 woningen in Beieren; In Canada:wolkenkrabbers, kantoorpanden; In de VS:industrieterreinen, appartementen.

eigenaar TT Immobilienservice GmbH (projectontwikkeling).

Landbouw:

In Duitsland:2.000 hectare landbouwgrond; In Canada:plm. 400 hectare; In Brazielië:plm. 56.000 hectare.

Werkmaatschappij financiële deelnemingen/industrie

directeur: Karl Besold

Toeleveringsindustrie:

Doducogroep - staalverwerking, 1.600 werknemers, jaaromzet 300 miljoen mark

Brouwerijen:

Fürstliche Brauerei T&T GmbH; Brauerei Schierling (samen 300 werknemers)

Financiële dienstverlening:

60 procentsaandeel in IKV Geld- und Wertpapieren-makler GmbH. idem T&T Leasing GmbH.

Privebezit von Thurn und Taxis

Zeven kastelen in Duitsland; hofbibliotheek met 225.000 historische werken; munten- en medaillesverzameling (12.000 stuks); postzegelverzameling; musea (Marstall-museum, Regensburg, slot Emeramm, Regensburg); verzameling grafische werken (17.000 stuks).

* Gegevens ontleend aan Capital, uitgave oktober 1993

    • Tom-Jan Meeus