Gevulde taco

Zo af en toe verschijnt in HP/de Tijd een nummer dat dienst kan doen als tijdsdocument. Dat was deze zomer Forever Young, een nummer over 40-plussers die maar niet oud willen worden en met walkman en rugzak joggend door het leven gaan. Een beetje trieste foto siert de omslag: de jeugdige swingendheid die de figuren uitstralen heeft iets verpletterend deprimerends. Het roept - bij mij althans - een hevig verlangen op naar echte oude mensen die dat niet wanhopig proberen te verbergen of te overschreeuwen.

Het nummer was om nog een andere reden interessant: de verhalen over de verhouding tussen deze 40-plussers en hun kinderen: de jongeren van nu. Wat zij over hun ouders zeggen maakt pijnlijk duidelijk waartoe die goedbedoelde pogingen tot een vrije en kameraadschappelijke opvoeding kunnen leiden: het missen van structuur en discipline. “Zoveel vrijheid als mijn ouders mij hebben gegeven, dat is niet gezond”, zegt er een. Veel van die uitspraken van de anderen vormen hierop een variatie: “Soms vind ik dat mijn ouders me best met zachte hand tot iets hadden mogen dwingen.” Al die mooie opvoedingsidealen uit de jaren zestig - geen autoritaire verhouding maar gelijkheid, geen dwang maar overleg, blijken niet tot de gedroomde ouder-kind relatie te leiden, noch tot het gedroomde beeld van de ideale ouder. Opeens ga je die flitsende jogger een beetje zielig vinden: hij doet zo zijn best om jong te blijven en mee te blijven doen, maar zijn dochter verlangt naar het soort vader dat hij juist niet heeft willen worden: iemand met een vaderlijke autoriteit. Zelf zullen ze het dus weer geheel anders doen. Kortom: de kringloop der generaties.

Echte ruzies en conflicten kom je in deze verhalen niet tegen: het blijft bij lichte wrijvingen en irritaties. Het zijn ook ouders tegen wie het moeilijk valt te rebelleren, omdat ze altijd meegeven: er valt altijd te onderhandelen en hun grenzen zijn van elastiek. “Ik heb me nooit afgezet tegen mijn ouders, nooit. Waar moet je je tegen afzetten als je zoveel vrijheid krijgt?” Van een generatieconflict is dan ook geen sprake, zoals ook keer op keer blijkt uit jeugdsociologisch onderzoek. En als er al sprake is van kloof of conflict, dan is dat meer in omgekeerde richting. De volwassenen blijken in grotere mate een negatief en kritisch beeld van jongeren te hebben dan omgekeerd het geval is, constateren Meeus en 't Hart op grond van een groot nationaal adolescentenonderzoek aan de universiteit Utrecht (Jongeren in Nederland, Amersfoort 1993).

Een rake beschrijving van deze kritische oudergeneratie is te vinden in een stuk van Anil Ramdas over een muziekfestival tegen racisme (NRC Handelsblad 25/9/1993). De generatie van de jaren zestig, stelt hij, beschuldigt de generatie van de jaren tachtig van gebrek aan bevlogenheid en avontuurlijkheid. “De ouders zijn boos, omdat de kinderen zo gehoorzaam zijn. Zoals die gehoorzame slungelige jongen die met zijn moeder bij een patatkraam staat. De moeder is in de veertig, en ze vertoont duidelijk sporen van een recalcitrant verleden, met haar iets te zware oogschaduw en slonzig truitje. “Waarom moet je weer patat”, zegt ze venijnig, “waarom neem je geen gevulde taco?”

Toch zijn het niet alleen ouders die in opstand komen tegen hun kinderen, ook de laatsten hebben soms alle moeite met de eersten, al zal dat niet altijd naar voren komen in grootschalig survey-onderzoek. Het gaat hier om conflicten in de intieme leefsfeer die vaak pas boven water komen in langdurige gesprekken als het vertrouwen gewonnen is. Bovendien vallen bij de gepresenteerde gemiddelden de uitzonderingen weg die juist heel interessant kunnen zijn. Ik denk dat in een samenleving waarin zoveel verandert, kinderen via onderwijs hun ouderlijk milieu ontstijgen, meisjes een ander leven willen dan hun moeders, emigranten kinderen hebben die Nederlandser worden dan hun lief is, daar onvermijdelijk kloven en conflicten ontstaan. Van huis weglopende adolescenten vormen natuurlijk een goede bron om dergelijke generatieconflicten op te sporen, evenals teleurgestelde ouders. De woede over de patat is maar een voorbeeld.