"Georgiërs waren te kwader trouw'

SOKRAT ZJINZJOLIA is vice-president van Abchazië, het land dat zich in een allengs wredere burgeroorlog heeft vrijgevochten van Georgië. Hij is even in Nederland als gast van de UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization), na in Genève vredesbesprekingen met de VN te hebben gevoerd.

Abchazië heeft de oorlog gewonnen. Wat kiest het nu: onafhankelijkheid, autonomie binnen Georgië of autonomie binnen Rusland?

“Eerst moet sprake zijn van een normalisatie en van de terugkeer van de vluchtelingen. Daarna komt er een referendum over de toekomstige status.”

Dus de Abchaziërs weten niet waarvoor ze nu eigenlijk hebben gevochten?

“Wij zijn de oorlog niet begonnen. De Georgiërs zijn begonnen. Wij hebben nooit op Georgisch grondgebied gestaan, zij wel op het onze. We hebben onze staat verdedigd. We hebben de Georgiërs verdreven. Nu zijn we bereid tot overleg.”

Overleg waarover? Moet u niet eerst wachten op dat referendum?

“We moeten praten over het voorkomen van nieuwe vijandelijkheden. Er wordt nu niet gevochten, maar de vrede is breekbaar. Wat heeft Sjevardnadze gezegd? "Al gebeurt het niet meer in mijn leven, de volgende generatie zal Soechoemi voor Georgië heroveren'.”

De Abchaziërs maken maar 17,8 procent uit van de bevolking van Abchazië, de Georgiërs 45 procent. Staat de uitslag van het referendum niet bij voorbaat vast?

“Het gaat niet om 18 en 45 procent. Veel leden van de Griekse, Armeense en Russische minderheid hebben ons gesteund. Het gaat eerder om 55 tegen 45 procent.”

Waarom hebt u vorig jaar de Abchazische grondwet van 1925 uit de kast gehaald? Abchazië had al autonomie.

“Nee, die autonomie werd afgeschaft toen de Georgiërs de grondwet van 1921 van toepassing verklaarden. Volgens die grondwet had Abchazië geen wettelijke status. Zij hebben de status quo veranderd. We moesten wel reageren. We hadden geen keus.”

Sjevardnadze heeft Abchazië wel autonomie aangeboden.

“Alleen culturele autonomie. Geen federatie en ook geen confederatie, die weigerde hij.”

En toen begon de oorlog. U bleek opeens - voor een volk van nog geen 100.000 zielen - militair heel sterk te zijn. U had tanks, vliegtuigen, slagschepen zelfs, volgens velen uit Sovjet-arsenalen. Er vochten ook Russen aan uw kant mee, en kozakken, en anderen uit de noordelijke Kaukasus.

“Het is misschien een teleurstelling, maar we hadden aan het begin van de oorlog helemaal geen leger, we hadden slechts kleine strijdkrachten met machinegeweren. Al ons wapentuig hebben we op de Georgiërs buitgemaakt. Dat gelooft u niet, maar we hebben van elke buitgemaakte tank de motornummers gepubliceerd, waardoor specialisten altijd hebben kunnen vaststellen dat ze uit Georgisch bezit kwamen. Het is waar dat er buitenlandse vrijwilligers aan onze kant vochten. Maar geen Russen. Dat is desinformatie. Leugens! Daar is ook geen bewijs voor.”

En toch zoveel succes, tegen het leger van een veel groter land.

“Hoe heeft het zwakke Afghanistan de machtige Sovjet-Unie weerstaan, of Vietnam het machtige Amerika? Wij verdedigden ons moederland, de Georgiërs vochten om onduidelijke redenen op vreemde bodem.”

En toch - die steun. De Frankfurter Allgemeine Zeitung noemde de Abchazische president Ardzinba onlangs een politieke klungel die zich heeft laten gebruiken door hardliners in Moskou en extremisten in de noordelijke Kaukasus.

“Ardzinba is geen marionet in wiens handen dan ook. Al zijn acties komen overeen met de aspiraties van de bevolking. Hoe anders verklaart u de steun van de plaatselijke Armeniërs, Grieken, Russen, zelfs veel Georgiërs?”

Met 17,8 procent van de bevolking kunnen de Abchaziërs de politieke stabiliteit alleen bewaren met steun van de andere minderheden, tegen de Georgiërs. De Abchaziërs zijn de gijzelaars van de Russische minderheid.

“Daar zijn we niet bang voor. Onze positie is door de oorlog versterkt. Vroeger hadden we twijfels over de Russen. Nu niet meer, want de Georgiërs hebben niet alleen de Abchaziërs, maar ook de Russen uit Abchazië willen verdrijven. Zij hebben Russen de grens overgezet met een stempel in hun paspoort waarop stond dat ze het Georgische staatsburgerschap waren kwijtgeraakt en niet mochten terugkeren. De Georgiërs zijn begonnen met de etnische zuivering. Wij daarentegen willen die etnische zuivering corrigeren.”

Waarom zijn er dan 150.000 tot 200.000 Georgiërs op de vlucht, een derde van de totale bevolking van Abchazië? Volgens die vluchtelingen maakt u zich schuldig aan etnische zuivering.

“Er zijn 120.000 Georgiërs op de vlucht. Maar ze zijn niet "etnisch gezuiverd'. Ze zijn gevlucht voor het geweld, ze vluchtten vóór het Abchazische leger verscheen, ze zijn gezwicht voor de Georgische propaganda die zei dat ze door ons zouden worden afgeslacht. De Georgiërs wilden Abchazië opdelen: voor de Abchaziërs was het noorden en westen, voor de Georgiërs het zuiden en oosten. Vandaar hun etnische zuivering.”

U hebt op 27 juli een vredesakkoord met de Georgiërs getekend. U leidde zelf de Abchazische delegatie. Op 16 september vielen de Abchaziërs aan. Waarom?

“Omdat de Georgiërs zich niet hielden aan de bepalingen. Ze moesten zich binnen tien à vijftien dagen uit Abchazië terugtrekken, maar ze kwamen steeds met nieuwe termijnen, twintig dagen, dertig dagen, anderhalve maand. Ze evacueerden niets, alleen beschadigde tanks evacueerden ze, en auto's. Als ze soldaten terugtrokken, kwamen die al snel naar Abchazië terug, als militieleden. Ze hebben ook veel wapens verstopt. Ze waren te kwader trouw, de Georgiërs.”

En toen ging u in het offensief.

“We hadden geen keus. Het oosten van Abchazië werd belegerd. Het spijt me dat er nu zoveel Georgiërs op de vlucht zijn, maar denk eens aan het oosten van Abchazië, dat is vierhonderd dagen belegerd, er was geen stroom, geen voedsel, geen medicamenten. Er wordt nu veel ophef gemaakt over die vluchtelingen, maar de toestand van onze mensen was wanhopig.”

Het Abchazische offensief was genadeloos. U hebt Soechoemi, uw eigen hoofdstad, kapotgeschoten, vanaf land, vanaf zee, vanuit de lucht.

“Niet de hele stad is verwoest. Sommige wijken zijn verwoest. We hadden Soechoemi vlak voor de ondertekening van het vredesakkoord kunnen innemen.”

Niettemin - u hebt Soechoemi verwoest.

“We hebben het vredesakkoord juist getekend om schade aan burgerdoelen te voorkomen.”

En toch hebt u Soechoemi verwoest.

“De Georgiërs hadden gevechtsstellingen met Grad-raketten in de stad opgesteld, waarmee ze ons beschoten.”

En dus hebt u Soechoemi verwoest.

“We deden het met tegenzin. We moesten wel. Maar neemt iemand het de Russen kwalijk dat ze hun eigen steden bombardeerden omdat die door de Duitsers waren bezet?”

U hebt ook Georgische lijnvliegtuigen neergeschoten, drie zelfs, één met soldaten, de andere met burgers.

“Dat met die zogenaamde lijnvliegtuigen ligt niet zo duidelijk. Er wordt gesproken van burgerslachtoffers, maar er zijn nooit passagierslijsten gepubliceerd. Er is niet één naam gepubliceerd.”

Toch wel, er is een Amerikaanse journaliste omgekomen.

“Het vliegveld van Soechoemi lag in een oorlogszone, het werd van alle kanten beschoten. Zij zat in een toestel dat uit Sotsji naar Soechoemi kwam. Welke luchtvaartmaatschappij vliegt er nu naar een stad in een oorlogszone? De andere twee lijntoestellen die zijn verwoest kwamen uit Tbilisi en zaten vol soldaten.”

Het waren lijnvliegtuigen en u heeft ze beschoten.

“We nemen de verantwoordelijkheid voor het neerschieten van vliegtuigen met soldaten. Wat dat andere toestel betreft: niemand weet door wiens raketten het is getroffen.”

Hoe kan er na al dat geweld sprake zijn van de verzoening waarnaar de Abchaziërs nu zeggen te streven?

“We hebben geen oorlog gevoerd tegen de Georgiërs, we hebben vriendschappelijke gevoelens voor de Georgiërs. We hebben oorlog gevoerd tegen mensen die ons kwamen uitmoorden.”