Fransen ploeteren tussen markt en malaise

Een kleine demonstratie langs de Seine vorige week symboliseerde perfect het sociale en het economische klimaat waar Frankrijk zich in bevindt. Medewerkers en -sters van Samaritaine stonden besmuikt met een bord voor de deur van "hun' warenhuis. Jonge vijftigers zonder protest-ervaring, die kunnen kiezen tussen ontslag of een halve werkweek.

Het sociale gezicht van het "sociaal plan' bij Samaritaine is doorzichtig, en verschilt weinig van dat bij veel andere grote bedrijven in Frankrijk die op dit ogenblik worstelen met ingestorte resultaten, vaak dieprode cijfers. De regering-Balladur eist een extra inspanning van werkgevers om mensen aan het werk te houden. Vandaar de keus tussen helemaal of half ophoepelen.

De spanning is in de loop van een paar maanden opgebouwd. De herfst is altijd de periode voor de looneisen, maar nu gaat het om wat meer. De conjunctuur is even slecht als het weer. De werkloosheid neemt sterk toe, bedrijven van naam sluiten de poorten.

Bijna staat het hele systeem van geleide economie ter discussie. Zijn we dan toch protectionistisch? Nee, we komen op voor onze eigen markten en onze eigen manier van leven. Het zit gewoon tegen met de economie in de wereld. Dat soort verklaringen bevredigt maar ten dele. Frankrijk vraagt zich: hoe kan het dan zo fout gaan?

Vandaag is het geen tijd voor analyse maar voor gebaren. Ambtelijk Frankrijk staakt massaal, in de hoofdstad en daarbuiten. De rest van de week gaat het door, vooral bij bedrijven die hebben aangekondigd dat duizenden arbeidsplaatsen moeten verdwijnen. Vandaag zijn het vooral treinen, metro, Air France, telefoon, post, gas en licht waar niet wordt gewerkt. Staatsinstellingen, niet alleen formeel, men voelt het ook zo.

Staken lucht op, maar lost weinig op. De grote Franse vakorganisaties weten dat ook wel, maar voorlopig zijn zij tevreden dat zij weer de massa's weer eens op de been hebben gebracht. Voor werk en tegen de werkloosheid, voor meer loon en tegen de regering-Balladur.

Die waslijst geeft aan dat de problemen divers zijn en de speerpunten dus gespleten. De Force Ouvrière en de Confédération Française du Travail (CFT) dragen geen samenhangend economisch alternatief aan. Zij vechten voor hun leden tegen "bevriezing van de lonen'. Bij een inflatie die naar verwachting weer oploopt naar 2,3 procent per jaar of iets meer, krijgt het overheidspersoneel nu 4,5 procent over '93, '94 en '95 aangeboden.

Dat is al niet genoeg om de inflatie bij te houden, en daar komen de bezuinigingsmaatregelen van de regering-Balladur nog bovenop. De sociale premies zijn de laatste maanden verhoogd en de pensioenleeftijd is met een paar jaar opgerekt. Pijnlijk, maar nodig geacht bij een staatsschuld van 40 procent van het nationaal inkomen tegen eind '94. Het ergste is de werkloosheid: in twintig jaar verdrievoudigd tot nu ruim 3,2 miljoen.

Vergeleken met de Nederlandse verhoudingen is de centrum-rechtse regering-Balladur in veel opzichten rechtser dan de centrum-linkse coalitie in Den Haag. Dat is niet verrassend. Maar tegelijkertijd bepleit en behoudt men hier veel meer staatsbemoeienis dan in Nederland nog bespreekbaar is.

Eén van de nieuwe lichten in de socialistische beweging, oud-minister Martine Aubry, dochter van Euro-voorzitter Jacques Delors, heeft met een Stichting tegen de Uitsluiting veel aandacht en waardering ondervonden. Zij heeft vijftien presidenten van grote bedrijven achter zich. Die helpen zoeken naar manieren waarop zo veel mogelijk mensen aan het werk gehouden of gehelpen kunnen worden. Vooral door de overheid.

Het is een "links' initiatief, met een vooralsnog onduidelijke methodiek, dat voor "rechts' in het huidige Frankrijk nauwelijks anathema is. De malaise treft iedereen, en de markt is voor alle partijen een gegeven waar de staat actief en zorgvuldig mee omgaat. Frankrijk staakt tegen de natuur.

    • Marc Chavannes